|
|
 |
|

Kans op sterfte bij infarct fors gedaald

De kans dat iemand overlijdt aan een hartinfarct is de afgelopen decennia sterk gedaald.
Hart- en vaatziekten zijn sinds dit jaar niet langer meer de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland.
Cardioloog Gert van Houwelingen
‘De overlevingskans is veel groter geworden’, schetst cardioloog Gert van Houwelingen van Thoraxcentrum Twente. Tegenwoordig wordt iedereen met een acuut hartinfarct direct gedotterd, een behandeling waarbij een interventiecardioloog kransslagaders bij het hart ontdoet van verstoppingen. Patiënten krijgen meteen in de ambulance al stolselremmende medicijnen toegediend. ‘Hoe sneller het bloedvat open is, hoe groter de kans op een goede afloop. Er is dan minder schade aan het hart en minder kans op complicaties’, aldus Van Houwelingen. Hij heeft de afgelopen jaren meegewerkt aan meerdere (internationale) studies, waarbij is nagegaan wat de beste behandeling is. Zijn advies: bel bij hevige pijn op de borst en benauwdheid, meteen de huisarts, de huisartsenpost of 112. ‘Je moet zorgen dat de tijd tussen het ontstaan van deze klachten en de komst van de ambulance zo kort mogelijk is. Een dotterbehandeling in combinatie met stolselremmende medicijnen heeft alleen zin als we er snel bij zijn, liefst binnen zes uur.’ Het dotterteam van het Thoraxcentrum Twente is 24 uur per dag paraat. ‘We zijn vaak eerder in het ziekenhuis dan de ambulance.’
Op de vraag of er nog iets te verbeteren valt, antwoordt Van Houwelingen: ‘We zijn op een punt beland waarop het effect van nieuwe ontwikkelingen steeds kleiner wordt. Vijftig jaar geleden kon je in één klap de sterfte met een kwart verminderen, nu staan we te juichen bij een verbetering van één procent. We hopen dat we in staat zijn de kans op hartfalen na een hartinfarct verder terug te brengen.’ Hartfalen doet zich voor na een hartinfarct, als gevolg van de beschadiging van de hartspier. Het hart kan niet goed genoeg meer pompen, waardoor de patiënt bijvoorbeeld vocht vasthoudt en last krijgt van benauwdheid.
Van Houwelingen en zijn collega’s voeren per jaar 1900 dotterbehandelingen uit, waarvan 500 acuut (zoals hierboven beschreven) en 1400 gepland. Deze laatste groep patiënten wordt via de huisarts of door cardiologen uit andere ziekenhuizen naar Thoraxcentrum Twente verwezen. Tijdens een bespreking in het hartteam wordt bepaald wat de beste behandeling is. De cardioloog omschrijft dotteren als ‘een precies werkje’. Via de lies of de pols wordt een slangetje in het bloedvat gebracht, tot aan de verstopte kransslagader. Via het slangetje wordt een draadje met daaraan een ballonnetje in het bloedvat gebracht. Dat ballonnetje wordt ter plaatse van de verstopping (plaque) opgeblazen, zodat het bloedvat open gaat. In 95 procent van de gevallen wordt in Thoraxcentrum Twente het ballonnetje vervolgens gebruikt om een zogenoemde stent in de bloedvatwand te persen, aldus Van Houwelingen. Een stent moet het bloedvat openhouden. Het is een cilindertje dat lijkt op een veertje uit een balpen. Plaatsing van een stent heeft de voorkeur boven het alleen maar verwijderen van de plaque, omdat er dan minder snel weer een verstopping ontstaat. ‘Tegenwoordig gebruiken we steeds vaker stents waar medicijnen op zitten (drugeluting stents) die het ingroeien van weefsel in de stent tegengaan. De kans dat er weer een verstopping ontstaat, is dan nog kleiner’, zegt de cardioloog.
Momenteel zijn medewerkers van Thoraxcentrum Twente en cardiologen uit andere Twentse ziekenhuizen bezig met een grote studie naar de nieuwste generatie drug-eluting stents, de zogenoemde Twente Trial. Thoraxcentrum Twente voert jaarlijks 1900
|
|

|
Het voelde alsof er een groot olievat op mijn borst lag |
|
 |
|
Iedereen is meteen bereid daarmee aan de slag te gaan |
|
 |
|
|