Pijnpolikliniek

Inleiding

Als u al langere tijd pijn heeft dat uw functioneren erdoor belemmerd wordt, kan uw huisarts of specialist u doorverwijzen naar de pijnpolikliniek van ons ziekenhuis. Soms kan het zijn dat er na uw eerste gesprek met de anesthesioloog voor gekozen wordt om uw situatie te bespreken met een team van specialisten dat bestaat uit een neuroloog, neurochirurg, revalidatiearts en klinische psycholoog. Ook kan uw situatie op een later tijdstip in het behandeltraject besproken worden binnen dit team.

Deze folder geeft algemene informatie over de werkwijze en de mogelijkheden van de pijnpolikliniek.

Het pijnteam

Op de pijnpolikliniek werkt een pijnteam. Dit team bestaat uit pijnspecialisten: anesthesiologen die gespecialiseerd zijn in (diverse vormen van) pijn, waaronder het vaststellen van aandoeningen in het wervelkolomgebied. Zij worden in hun werkzaamheden ondersteund door anesthesieassistenten en / of gespecialiseerde pijnverpleegkundigen.

Wij streven ernaar dat u tijdens uw behandeling dezelfde anesthesioloog ziet. Laat de ernst van uw pijn dit echter niet toe of moet de anesthesioloog invallen op een andere plek, dan is dit niet altijd mogelijk. Wij vragen uw begrip hiervoor.

Spreekuur

Als u voor een eerste gesprek met de anesthesioloog komt, meldt u zich dan bij de secretaresse van polikliniek 14A, gebouw Haaksbergerstraat. De ingang van de pijnpolikliniek bevindt zich direct tegenover de in- / uitgang van de parkeergarage.

Ook is de pijnpolikliniek via de centrale hal in ons ziekenhuis bereikbaar. U loopt de gang in richting polikliniek 14, halverwege deze gang vindt u aan uw rechterzijde de ingang van polikliniek 14A.

Tijdens het spreekuur bespreekt de anesthesioloog uw klachten met u. Veel pijn wordt veroorzaakt door afwijkingen binnen en rondom de wervelkolom, waardoor vaak functiebeperkingen ontstaan.

De anesthesioloog ontvangt uw medische gegevens van de verwijzend arts en laat indien nodig verder onderzoek doen. Na het eerste gesprek wordt bekeken welke behandelmogelijkheden er zijn om uw pijn te verminderen. De arts bepaalt in overleg met u welke methode voor u het meest geschikt is.

Vervolgens worden één of meer behandelafspraken met u gemaakt.

Wat neemt u mee als u naar de pijnpolikliniek gaat?

Neem bij uw bezoek aan de pijnpolikliniek in ieder geval de volgende zaken mee:

■ uw patiëntenponsplaatje met de juiste gegevens;

■ het inschrijvingsbewijs van de zorgverzekeraar.

Voorbereiding op pijnbehandeling

Wat u moet weten als u een pijnbehandeling krijgt:

■ informeer uw arts over medicijnen die u gebruikt en of u allergisch bent voor medicijnen, zoals jodium, contrastmiddel, pijnstillers en antibiotica;

■ waarschuw uw arts als u voor de behandeling koorts heeft;

■ informeer uw arts of verpleegkundige vóór de behandeling over een (mogelijke) zwangerschap.

■ gebruik vier uur voorafgaand aan de proefbehandeling geen pijnstillers meer, omdat het bij deze behandeling juist belangrijk is dat u de pijn goed kunt aangeven;

■ gebruikt u bloedverdunnende medicijnen, zoals acenocoumarol (Sintrommitis) of fenprocoumon (Marcoumar), stop hiermee dan kortdurend in overleg met de Trombosedienst, zodat u veilig behandeld kunt worden. Uiteraard moet u de avond na de behandeling uw bloedverdunnende medicijnen weer innemen. Uw anesthesioloog informeert u hierover;

■ gebruikt u bloedverdunnende medicijnen buiten de trombosedienst om, zoals Ascal, Acetylsalicylzuur of Plavix, dan dient u hier één week voor de behandeling mee te stoppen.

Na de behandeling kunt u deze medicijnen weer innemen:

■ voor sommige behandeling moet u nuchter zijn. Dat wil zeggen dat u vanaf 24.00 uur niets meer mag eten of drinken. Voor andere behandelingen mag u een licht ontbijt (kop thee met een beschuit) gebruiken of normaal ontbijten. De anesthesioloog informeert u over wat u wel of niet mag eten en drinken voorafgaand aan de behandeling;

■ neem bij elke pijnbehandeling iemand mee, omdat na veel behandelingen de kracht en het gevoel in uw armen of benen verminderd kan zijn of zelfs afwezig is. Autorijden, fietsen of lopen is daardoor tijdelijk niet of beperkt mogelijk en de verzekering dekt de schade niet bij ongevallen die meteen na een behandeling ontstaan.

De kracht en het gevoel keren na ongeveer één tot vier uur terug;

■ neem uit voorzorg een rolstoel mee, voor het geval dat u deze nodig heeft na de behandeling. Op de begane grond van de parkeergarage en vlakbij de hoofdingang staan rolstoelen waarvoor een twee euro munt nodig is;

■ vanwege de voorbereidingen vragen wij u om 15 minuten voor aanvang van de behandeling aanwezig te zijn;

■ op de behandeldag meldt u zich op het afgesproken tijdstip bij de ………………………….

De pijnbehandeling

De pijnbehandeling vindt plaats op de operatieafdeling op de eerste verdieping van gebouw Haaksbergerstraat. U kunt plaatsnemen in de wachtkamer, dan wordt u door één van de assistenten opgehaald en naar de voorbereidingsruimte gebracht. U krijgt een operatiehemd aan en neemt plaats op één van onze brancards.

Zodra u aan de beurt bent, neemt de assistent u mee naar de behandelkamer. Wij vragen u hier over te rollen op de behandeltafel. De behandeling vindt meestal plaats in buikligging.

In principe wordt u behandeld door de anesthesioloog die u tijdens het spreekuur gezien heeft.

De behandeling kan bij hoge uitzondering door een andere anesthesioloog verricht worden. Hij is echter goed op de hoogte, omdat het behandelplan in uw dossier bijgehouden wordt.

Voordat de pijnbehandeling begint, krijgt u een plaatselijke verdoving. Dit kan even gevoelig zijn. Wordt er tijdens de behandeling met stoom gewerkt, dan krijgt u ook een aardeplaat op uw lichaam geplakt (alleen wanneer er met stroom gewerkt wordt).

Als de juiste prikplaats bepaald is, wordt de pijnbehandeling gestart.

Tijdens de pijnbehandeling maken we gebruik van röntgenapparatuur. Op deze manier kan de anesthesioloog de juiste plaats bepalen voor de zenuwblokkade.

Tijdens een proefstimulatie van de zenuw wordt met een elektrische prikkel de aangedane zenuw of het zenuwtakje van de aangedane wervelstructuren opgezocht en gestimuleerd. Zo worden zenuwtakjes opgespoord, waardoor de behandeling mogelijk is.

Zenuwblokkade

Als de proefstimulatie positief uitvalt volgt de zenuwblokkade. Bij de zenuwblokkade wordt het teveel aan pijnprikkels in bepaalde zenuwen geblokkeerd door radiofrequente elektrische golven of door warmtetoediening.

Op de behandelkamer wordt een elektrode (een speciaal soort naald) ingebracht dichtbij de zenuw, zenuwknoop of zenuwbaan die de pijn veroorzaakt. De elektrode wordt vervolgens op een bepaalde temperatuur ingesteld. Het electro magnetisch veld, dat zo opgebouwd wordt, onderbreekt de pijnprikkels, terwijl de normale functie van de zenuw intact blijft.

Bij een warmtebehandeling wordt de pijnprikkel onderbroken door verschil in dikte van de zenuwen. Dikke vezels kunnen namelijk goed tegen warmte, terwijl dunne vezels door warmte worden geblokkeerd en ze de pijnprikkels niet meer kunnen geleiden. Beide ingrepen worden onder plaatselijke verdoving verricht.

Via een monitor kan de anesthesioloog zien wat er gebeurt.

Wanneer de pijnbehandeling afgerond is, gaat u terug naar de voorbereidingsruimte. De assistent haalt uw begeleider (familie of kennis) op, houdt ondertussen in de gaten hoe u zich voelt en controleert uw bloeddruk. Wanneer u zich goed voelt, mag u naar huis.

Hoewel het weinig voorkomt, kunnen er complicaties optreden. Is er sprake van een complicatie, dan wordt u voor kortere of langere tijd naar de uitslaapkamer gebracht, waar deskundig personeel u verzorgt.

U krijgt altijd een afspraak mee voor een controlebezoek op het spreekuur of voor een telefonisch consult. De resultaten van de behandeling(en) worden dan met u besproken.

Napijn

Het is mogelijk dat u na de behandeling nog steeds pijn voelt. Deze pijn kan vooral ontstaan na de behandeling van een grotere zenuw en kan enkele weken aanhouden.

Na de behandeling

Door de behandeling wordt een teveel aan pijnprikkels geblokkeerd. Dit betekent dat de signaalfunctie blijft bestaan: bij stoten, overbelasten en dergelijke voelt u wel degelijk pijn.

Het wennen aan het nieuwe leven zonder of met minder pijn kost waarschijnlijk enige tijd.

Soms betekent het dat uw leef- en werksituatie aangepast kunnen worden. Zonodig kunt u hierin door het pijnteam begeleid worden.

Klinische behandeling (opname)

Als het voor de behandeling die u moet ondergaan wenselijk is, wordt u één of meerdere dagen in het ziekenhuis opgenomen. Dit gebeurt bij ingewikkelde pijnbehandelingen en wanneer het achteraf noodzakelijk blijkt te zijn.