home home  printversie printversie home anesthesiologie > pijnpolikliniek

Cryolaesie

Inleiding

In overleg met uw arts heeft u besloten dat u een cryolaesiebehandeling zult ondergaan omdat u pijnklachten heeft. Deze folder geeft algemene informatie over deze behandeling, mogelijke complicaties en het te verwachten resultaat.

Cryolaesiebehandeling

Bij een cryolaesiebehandeling wordt door middel van bevriezing gezorgd dat een bepaalde zenuw geen pijn meer geleidt. De behandeling wordt vaak toegepast bij pijnklachten aan de stuit of de romp, maar ook pijnklachten op andere plaatsen kunnen voor deze behandeling in aanmerking komen. De koude wordt opgewekt door in een dun buisje (een soort dikke naald, die ook wel cryosonde genoemd wordt), koolzuurgas te laten stromen. Door de uitzetting van het koolzuurgas ontstaat aan het uiteinde van de cryosonde een zeer lage temperatuur, waarmee de zenuw bevroren kan worden. Het koolzuurgas hoort u tijdens de behandeling stromen, dit maakt een sissend geluid.

Voorbereiding

Thuis hoeft u geen voorbereidingen te treffen, tenzij de arts anders met u afgesproken heeft.

Op de behandeldag neemt u plaats in de wachtkamer van de de behandelpijnpolikliniek op de eerste verdieping van gebouw Haaksbergerstraat. U wordt opgehaald door de assistent(e).

Gebruikt u bloedverdunners, meldt dit dan enkele dagen voor de behandeling op het spreekuur van de anesthesioloog, zodat er passende maatregelen genomen kunnen worden.

Het is vervelend om lang te moeten wachten. Iedereen streeft er dan ook naar uw wachttijd zo kort mogelijk te houden. Wij vragen echter uw begrip voor onvoorziene omstandigheden die soms tot een wat langere wachttijd leiden.

Behandeling

De anesthesioloog en zijn assistent(e) dragen in de behandelruimte operatiekleding.

Tijdens de behandeling wordt soms gebruik gemaakt van een röntgentoestel, zodat de anesthesioloog de behandeling goed kan volgen op een monitor en de anesthesioloog de positie van de cryosonde kan bepalen.

Eerst krijgt u een plaatselijke verdoving ingespoten. Dit is even pijnlijk. Afhankelijk van de dikte van de sonde wordt er soms een klein sneetje gemaakt.

Als de verdoving werkt, brengt de arts de cryosonde in, in de buurt van de zenuw. Soms wordt hierna een ‘stimulatiestroom’ door de sonde gestuurd. Dit is een zwakke, niet schadelijke, elektrische stroom die via de punt van de sonde naar de zenuw gaat om de exacte positie van de sonde bij de zenuw te bepalen.

Doordat de sterkte van de stroom langzaam wordt opgevoerd, wordt een prikkelend gevoel in de zenuw opgewekt. Dit hoeft niet pijnlijk te zijn. Wij vragen u of u in woorden aan kunt geven wanneer u de stroom (tinteling) voelt. Als u de tinteling voelt, wordt de stroomsterkte niet verder opgevoerd, dit zou namelijk wat pijnlijk kunnen zijn. Probeer vooral niet met de vingers de plaats aan te wijzen, de kans bestaat dat de instrumenten door het aanraken onsteriel worden, waardoor ze tijdens de behandeling niet meer gebruikt kunnen worden. Het kan zijn dat het ook nodig is om de plaats van de elektrode ten opzichte van de ‘bewegingszenuwen’ vast te stellen. Dit gebeurt met een andere soort stroom. Wij vragen u aan te geven wanneer u stroomklopjes voelt. Wanneer de elektrode zich op de juiste plaats bevindt, begint de echte behandeling.

Voor sommige cryoleasiebehandelingen wordt geen stroom gebruikt. Het bevriezen van de zenuw duurt twee keer één minuut met een tussenpauze van één of twee minuten, dit is niet pijnlijk. Als het nodig is, wordt de insteekopening van de cryosonde gehecht. Er komt een pleister op het wondje. De totale behandeling duurt ongeveer 20 minuten.

Nazorg

Na de behandeling blijft u voor controle ongeveer een half uur in de voorbereidingsruimte.
Degene die u naar het ziekenhuis gebracht heeft, mag dan bij u aanwezig zijn.

Gewoonlijk heeft u geen klachten en mag u weer naar huis. We adviseren u het deze dag rustig aan te doen.

Op de dag van de behandeling mag u niet actief aan het verkeer deelnemen, door de toegediende medicijnen kan uw reactievermogen namelijk verminderd zijn.

Als de plaatselijke verdoving ongeveer één tot enkele uren na de behandeling uitgewerkt is, kan er napijn optreden. Dit komt door de prik en doordat de behandeling soms plaatsgevonden heeft in een gebied dat al geïrriteerd was. Deze napijn kan één tot enkele dagen duren.
De pleister op de behandelde plaats mag na 24 uur verwijderd worden.

Complicaties

Zoals bij iedere ingreep, kunnen ook bij de cryolaesie complicaties optreden. Gelukkig komen deze niet vaak voor.

Mogelijke complicaties zijn:

■ lekkage van een beetje bloed uit het steekgaatje van de behandeling;

■ tekenen van een infectie, zoals roodheid, pijn en zwelling die soms gepaard gaan met koorts.

Denkt u een infectie te hebben, neem dan contact met ons op.

Resultaat

Pas na twee tot drie maanden is het zinvol om het resultaat van de behandeling te beoordelen. Het is echter goed mogelijk dat u al eerder een gunstig effect bemerkt op de pijnklachten. Als er niet genoeg resultaat behaald is met deze cryolaesiebehandeling, is aanvullende behandeling noodzakelijk.

Tenslotte

U heeft recht op juiste en volledige informatie. Pas als u voldoende inzicht heeft, kunt u weloverwogen toestemming geven voor een bepaalde behandeling of een bepaald onderzoek. Als iets u niet geheel duidelijk is, vraagt u de anesthesioloog dan om nadere uitleg.

RF / PRF van de zenuwwortel »


Lees verder...
Pijnpolikliniek
Aanvullende informatie
Als u ziek of verhinderd bent
RF facet en / of SI-gewricht
Epidurale corticosteroïden injectie
Behandeling van de tussenwervelschijf
RF-discus behandeling en warmtebehandeling van de tussenwervelsc
Discografie
Injectie SI-gewricht
Coeliacusblokkade
Cryolaesie
RF / PRF van de zenuwwortel
Stellatum block
Lumbale sympatectomie
Thermisch Lumbaal Sympaticus Block
Pijnbehandeling volgens RACZ
Warmtebehandeling van aangezichtspijn (Sweet)
Warmtebehandeling van het Ganglion Sfenopalatinum
Epiduroscopie
Nucleoplasty
Neuromodulatie
TENS-behandeling
Santeon
 



home

Inloggen

home sitemap zoeken disclaimer copyright  Contact