![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Warmtebehandeling van het Ganglion SfenopalatinumInleiding In overleg met uw arts heeft u besloten dat u een warmtebehandeling zult ondergaan van het Ganglion Sfenopalatinum: een zenuwknoop bij uw neus. Deze folder geeft algemene informatie over deze behandeling, mogelijke complicaties en het te verwachten resultaat. Ganglion Sfenopalatinum Het Ganglion Sfenopalatinum is een kleine zenuwknoop aan de achterzijde van de neus. Door deze zenuwknoop lopen met name zenuwvezels die te maken hebben met dat deel van het zenuwstelsel waar u geen invloed op heeft: het onwillekeurige zenuwstelsel. Deze zenuwknoop kan de oorzaak zijn van aangezichtspijn en hoofdpijn. De anesthesioloog behandelt de zenuwknoop met warmte. Voorbereiding Voor de behandeling krijgt u een infuus in uw arm en een plaatselijke verdoving in uw wang. Via het infuus krijgt u een slaapmiddel toegediend. Behandeling De anesthesioloog plaatst met behulp van röntgenapparatuur een naald aan de zijkant van het gezicht in de wang. Dit gebeurt onder het jukbeen door. Vervolgens schuift de anesthesioloog de naald op tot bij de betreffende zenuwknoop achter de neus. Hierna wordt u wakker gemaakt en controleert de anesthesioloog de plaats van de naald met kleine stroompjes, die u voelt als tintelingen in de neus of in de zijkant van het gehemelte. Als blijkt dat de naald goed zit, verdooft de anesthesioloog u verder en brengt hij u opnieuw in slaap. Dan wordt het zenuwknoopje behandeld met warmte, die opgewekt wordt door middel van radiofrequente (RF) stroom of via een elektromagnetisch veld (EMF). Complicaties Zoals bij iedere ingreep, kunnen ook bij de warmtehandeling van aangezichtspijn complicaties optreden. Gelukkig komen deze niet vaak voor. Mogelijke complicaties zijn: ■ een tijdelijk doof gevoel aan de zijkant van het gehemelte; ■ een bloeduitstorting in de wang; ■ een bloedneus, omdat er door de behandeling een bloedvaatje in de neus geraakt is. Dit gaat vanzelf over. Alleen in het uitzonderlijke geval dat een bloeding aanhoudt, behandelt de KNO-arts de bloedneus. U kunt een bloedneus voorkomen door na de behandeling uw neus drie dagen niet te snuiten. Bijwerkingen Door de behandeling kan plaatselijk napijn optreden, die enkele dagen tot één week kan aanhouden. Soms is de oude (eigen) pijn tijdelijk nadrukkelijker aanwezig. U kunt hiervoor een pijnstiller innemen (bijvoorbeeld paracetamol volgens bijsluiter). Resultaat Het resultaat van de behandeling is pas na enkele weken tot maanden te beoordelen. In een aantal gevallen zal een aanvullende behandeling of herhaling van de behandeling noodzakelijk zijn. U hoort van uw arts of u voor een extra behandeling in aanmerking komt. Tenslotte U heeft recht op juiste en volledige informatie. Pas als u voldoende inzicht heeft, kunt u weloverwogen toestemming geven voor een bepaalde behandeling of een bepaald onderzoek. Als iets u niet geheel duidelijk is, vraagt u één van de medewerkers van de pijnpolikliniek dan om nadere uitleg. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||