
Ik evalueer met onze webmaster, dit weblog, dat vandaag 6 weken in de lucht is. Onze webmaster vertelt dat mijn blog meer dan 7000 keer is bezocht in deze periode. Dat klinkt veel, maar met 4000 medewerkers bereik je dat al bijna met één bezoek per medewerker per maand, externe bezoekers niet eens meegerekend.
In mijn contacten binnen en buiten en tijdens afdelingsbezoekjes word ik wel al regelmatig herinnerd en aangesproken op mijn uitspraken in dit blog en daar was het uiteindelijk om begonnen: hoe bereik je je omgeving, de medewerkers, de patiënten, de bezoekers en de wijde kring daar omheen vanuit het relatieve isolement van de directievleugel.
Eenmaal per maand lunch ik op maandag met een groepje medewerkers uit het ziekenhuis. Deze keer zijn het een tiental verpleegkundigen van de afdeling heelkunde, waar patiënten verpleegd worden, die geopereerd moeten worden of net geopereerd zijn.

Een heel scala aan onderwerpen komt langs. We staan o.a. stil bij de vraag hoe je de leiding op de afdeling organiseert. Die is te ver weggeraakt van de werkvloer, is de gemiddelde opvatting. Ik ben het daar mee eens. Ik ben een vurig voorstander van de figuur van de meewerkend voorman/vrouw. Dat schreef ik ook in mijn column in Medisch Contact afgelopen week. Mijn disgenoten, allemaal vrouwen trouwens, praten over bejegening van patiënten, maar ook over die van en door dokters op de afdeling. Die valt niet altijd goed. Daar heb ik wel een aha Erlebnis bij, zelf assistent en later vele jaren baas op ziekenhuisafdelingen. Heel gemakkelijk vergeet je in je vaak heel drukke en complexe werk dat de mensen om je heen een andere opvatting hebben over hun rol en taak dan jij als dokter. Het was een goed gesprek, wat me opnieuw doet beseffen dat professionals vrijwel zonder uitzondering bevlogen zijn en praten over hun werk, maar tegelijk vaak kritisch op hun werkomgeving, het bedrijf. Hun kritiek snijdt vaak hout, het gaat over interne bureaucratie, de eeuwige tekorten aan mensen en materialen enz. Ik ga die niet oplossen vanuit mijn directiestoel, daar zijn dit soort gesprekken ook niet voor bedoeld. Het geeft me wel een goed beeld van de problematiek op de werkvloer en het helpt me in de besluitvorming als ik met het management spreek.
Begin van de middag spreek ik met Paulien Lubberhuizen en Marieke Methorst, beiden leden van de commissie kwaliteit, over patiëntveiligheid. Volgende week moet ik spreken over het veiligheidsmanagementsysteem (VMS) van ons ziekenhuis. Dat verhaal is heel simpel: dat hebben we gewoon niet! We hebben de MIP/FONA commissie, waar de (bijna) ongelukken worden gemeld, de diverse complicatieregistraties, de klachtencommissie, een reeks projecten op het terrein van patiëntveiligheid enz. Als je die activiteiten verbindt, stroomlijnt en verder aankleedt komen we een heel end, maar het is nog niet genoeg. Als Inspecteur-Generaal riep ik dat er in Nederland jaarlijks zo’n 3000 doden vallen in de ziekenhuizen, die te voorkomen zijn, dus zo’n 30 per ziekenhuis. Dat betekent voor ons heel grote ziekenhuis zo’n 50 per jaar. Dat die sterfte te voorkomen is, weet je helaas pas achteraf, anders had je het wel voorkomen. Bovendien kom je er ook niet altijd achter. Marieke en Paulien zullen voor mij een lijstje maken van al onze initiatieven op dit terrein.
Chris Elfrink is tuinman in het MST. Hij schreef me vorige week een bedroefde brief, want de binnentuin aan de Haaksbergerstraat is vorige week is ‘geruimd’ (mijn woord) ten behoeve van de bouw van het vrouw kind centrum. Hij schreef: ‘het hart van de tuinman is verscheurd’. Ik vroeg hem langs te komen.

Hij laat me de foto’s zien van de tuin, waar hij vele jaren zijn krachten aan heeft gegeven en waar hij vaak patiënten heeft zien zitten, in deze kleine oase om “vitamines voor het hart” op te doen, zoals hij dat noemt.

Wat hem het meest trof was de opoffering van een grote moerascypres. Die had gespaard kunnen worden naar zijn mening. Hij heeft de resten van het wortelstelsel meegenomen en toont mij deze. Hij wijst me op de inderdaad treffende gelijkenis met een hart en grote vaten.

Ik ben ontroerd en geef deze natuursculptuur een plaatsje in mijn kamer. Ik beloof plechtig architect en aannemer op het hart te drukken zich meer bewust te zijn van de paar biotopen, die ons ziekenhuis rijk is, maar deze is passé defini !
|