
We starten de week gewoontegetrouw met het weekrapport. Wat hebben de kranten geschreven over MST en eventueel over haar medewerkers? Die doen het overigens in het algemeen heel goed in de krant, al weten we niet altijd wanneer en waarover ze erin staan.
Om tien uur komt Iris van Bennekom, de directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie NPCF op bezoek. We kletsen eerst even bij voordat we met het serieuzere werk beginnen. Iris wil alles weten over onze visie op zorg, innovatie en bouw. Daarbij schuiven mijn collega Bert Vos en co-secretaris Raad van Bestuur Cindy Winkel aan. Daarna lopen we rond en beginnen bij Patiëntenvoorlichting, strategisch naast de voordeur gepositioneerd.

We lopen verder. Ook voor Iris van Bennekom is onze lange brug als bouwkundig element en als fusieconstruct een evenement. We bezoeken de kapel. Net als iedere bezoeker is zij verrukt over deze enclave van gewijde rust. We maken een rondje over de hartbewaking, een laatste eiland van hartpatiënten buiten het Thoraxcentrum. Bedoeling is dat ook de hartbewaking daarheen verhuist. Tenslotte bezoeken we de poli Reumatologie. We praten uitgebreid met de patiënte die op dat moment bij prof. Van de Laar zit en stellen ons beeld bij - al is het maar één waarneming - van de hulpeloze chronisch zieke. Deze 80-jarige patiënte in rolstoel met een zeer lange en indrukwekkende ziektegeschiedenis, kan zich, gesteund door een vrijwilliger/vaste begeleider/buddy heel goed redden. Ze kent Iris van TV. Om 12 uur nemen we hartelijk afscheid. De Nederlandse patiënt heeft het getroffen met zo'n gedreven directeur.
Om 12 uur maak ik kennis met onze nieuwe interim clustermanager Carina Drijver, die Sabrina Franken opvolgt op de locatie Ariënsplein. Ze kent ons huis, want ze deed dit al eerder een periode. Prettig gesprek met een ervaren manager.
We hebben een lunchoverleg met Cor Boom, voorzitter Saxion Hogeschool en zijn staf, met aan onze kant naast mijzelf de managers van de Medical School Twente. We bereiden het gesprek voor dat wij zullen hebben met de delegatie van het ministerie van VWS en OCW. Dat komende gesprek is ook weer een voorbereiding van het gesprek met de betrokken Directeur Generaals van deze ministeries. Doel is te komen tot een geïntegreerd scholingsaanbod in de gezondheidszorg in Twente. Een aanbod dat er voor moet zorgen dat er naast het beoogde zorgcontinuüm, dat wil zeggen een zorgaanbod zonder schotten, ook een professioneel continuüm is.
Dat betekent niet alleen schotten weg in de zorg, maar ook in het onderwijs en de opleidingen. We denken dat te bereiken door te komen tot een virtuele organisatie. Een organisatie die de verschillende onderwijsvormen waar nodig synchroniseert en gelijkricht, zonder in de eigenstandigheid, gelaagdheid en differentiatie van het onderwijsaanbod van de onderwijsorganisaties te willen treden. Dokters zijn dokters, verpleegkundigen blijven verpleegkundigen enzovoort maar moeten het wel samen doen en dat moet je vroeg leren. Ieder blijft verantwoordelijk voor de eigen opleidingen en de gediffentieerde (universitaire, HBO en ROC) niveaus. Maar ze leveren wel academici en gediplomeerden af die erop gericht zijn hun diensten, geïntegreerd met die van anderen én andere disciplines én opleidingsniveau's, aan te bieden. De naam van dit instituut, helpt Cor Boom ons herinneren, ontlenen we aan een al ouder initiatief van de Twentse fysiotherapeuten: de Twentse Academie voor Gezondheidszorg. Allemaal nog visie en plan, maar de kiel is gelegd.
's Middags zie ik Hans Vaneker, die me adviseert over mijn pensioen. Ik ben bij PGGM aan mijn derde arrangement begonnen na ABP en specialistenpensioen. Het is een waar doolhof, de pensioenwereld.
Daarna vergaderd met de commissie Kwaliteitsbeleid. Deze commissie werd altijd voorgezeten door een lid van de Raad van Bestuur, maar daarvan is door alle wisselingen in de Raad de laatste jaren geen sprake meer geweest. Ik neem dat de komende tijd op me. Kwaliteitsbeleid moet worden verbonden met patiëntveiligheidsbeleid. Verder moeten we alle initiatieven op deze terreinen bundelen, vinden we. Ik kom de volgende vergadering met een inventarisatie.
Om 7 uur naar huis. Alles zoemt over de canon. Ik ken bijna alle "vensters" en kan ze in de tijd plaatsen dankzij mijn ouderwetse lagere school met jaartallenboekje. Ik zie de canon als een eigentijdse versie daarvan. Nu nog het leesplankje terug in een modern elektronisch jasje, ook goed voor de alfabetiseringscampagne van prinses Laurentine.
|