
J. Herre Kingma - Vanmorgen heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) een ronde tafelgesprek belegd in Bunnik over 'aanmerkelijke marktmacht (AMM). Genodigden uit de top van alle geledingen van de zorg zijn uitgenodigd en in groten getale op komen dagen. Ik zat naast drie prominente vrouwen, hoog scorend op het lijstje van de macht, Els Borst, Joan Leemhuis en Louise Gunning.
Ik zie natuurlijk ook de NZA zelf, Frank de Grave, verder mijn opvolger in Den Haag, de Inspecteur- Generaal Gerrit van der Wal, Boudewijn Dessing, na de fusie van VGZ vetrokken aldaar en zelfs mijn verre, verre neef Tjalling Halbertsma, nu bankier bij de RABO met een portefeuille die raakt aan de financiering van zorg. AMM heb je als je als instelling of verzekeraar een zodanige positie hebt op de (regionale) markt dat er van daadwerkelijke concurrentie geen sprake meer is of je die fundamenteel belemmert. Allerlei mechanismen kunnen een rol spelen, waaronder willekeurig hier één genoemd, zoals dat van roofprijzen. Je gaat met je prijzen zo laag dat je daarmee de markt wint en nadat je concurrent is omgevallen verhoog je je prijzen weer. Twee aspecten boeien mij zeer en komen ook aan de orde, deels door een opmerking van mijn kant. Wat doe je in grensgebieden, zoals in Twente met de Duitse ziekenhuizen die veel lagere - niet eens roofprijzen - tarieven hanteren omdat de vaste kosten in het Duitse stelsel niet in de prijs worden doorberekend.
Onze dominante verzekeraar contracteert wel uitgebreid over de grens en wij voelen ons benadeeld hierdoor en zien dit als een verstoring van de markt door incongruentie van ziektekostenstelsels ter weerszijden van de rijksgrens. Het tweede vraagstuk is dat van de low volume high risk, high skill verrichtingen. In de prestatieindicatoren zichtbaar gemaakt met bijvoorbeeld de oesophagus-cardia chirurgie voor kanker van de slokdarm. Daar moet je er per ziekenhuis tenminste tien - liever meer - van doen om het goed te kunnen doen. Hoe kan je dat bereiken in een competitieve, marktgedreven omgeving. Dan moet je eerder de krachten bundelen dan 'ieder voor zich' voor laten gaan. Helaas moet ik op tijd weg voor mijn plichten in MST.

Vanmiddag ontvang ik Bert Bruggeman, voorzitter Raad van Bestuur Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Toen ik voor het eerst in het Academisch Ziekenhuis kwam als student in 1967 waren medische faculteit en academisch ziekenhuis nog gescheiden. Het heette toen nog Algemeen Provinciaal Stads- en Academisch ziekenhuis (APSAZ). Bert heeft het gedenkboek over 200 jaar academisch ziekenhuis voor me meegenomen, gesigneerd door de huidjge leden van de Raad van Bestuur. Als hoogleraar 'buiten bezwaar' heb ik nog steeds een dun persoonlijk lijntje met dit ziekenhuis. Interessant is dat het nieuwe academisch ziekenhuis inmiddels dus UMCG, net als het oude nog ontworpen is volgens een paviljoenstructuur, dus bestaat uit losse gebouwen. Pas later werd besloten de tussenliggende ruimte te overkappen en er een imposant poortgebouw voor te plaatsen.

Intussen denken de Groningers ook na over de ordening van hun huis. Ik vertel over onze plannen het ziekenhuis in te delen in herkenbare klinische centra. Ik laat mijn gast ons ziekenhuis zien met de bekende brug, iets dergelijks hebben ze in Groningen ook als verbinding naar de preklinische laboratoria. We bezoeken ook het Thoraxcentrum en de algemene IC. De verschillen in huisvesting van de thorax IC en de algemene IC zijn opmerkelijk. Het aantal bedden op de algemene IC in dezelfde ruimte is veel groter en dat beperkt letterlijk de armslag. Op de gang komen we Jan Grandjean, thoraxchirurg, oude bekende van Bert uit Groningen tegen en we zetten ons driegesprek voort op mijn kamer.
Ik laat de heren achter, want moet om een uur of zeven in Zwolle zijn voor een overleg met een groepje verre tot zeer verre familieleden over de toekomst van onze familiestichting, die ons uitgebreide archief beheert. De verwevenheid van de familiebedrijf en het sociale verkeer tussen familieleden maken het een interessant object voor wat men noemt de mentaliteitsgeschiedenis. Wat hield de negentiende eeuwse burgerij bezig blijkens de vele brieven en reisverslagen? We willen die nog meer dan nu al het geval tot een algemeen cultureel doel verbreden. Het leuke van verre familie is dat je wel veel met mekaar kunt hebben, maar meestal niks van mekaar. En dat is wel zo rustig.
|