
J. Herre Kingma - Om acht uur op weg naar Twente, bel ik met Hans de Goeij, DG Volksgezondheid. Die zit ook in de auto, maar is op weg naar Den Haag, ik praat hem bij over ons plan voor de Twentse academie voor Gezondheidszorg, een voorlopig virtueel onderwijs instituut dat als voornaamste doel heeft het continuüm van zorg te bevorderen door het creëren van een professioneel continuüm. Te beginnen met het integreren van onderwijs en opleiding op die thema's waar de zorg door professionals van verschillende echelons en opleidingsniveau worden gegeven.
Zo doorpratend zien we de traditionele arts en verpleegkundige geflankeerd door enerzijds een full swing klinisch technicus of technisch geneeskundige, zoals de UT die nu opleidt en waarvan de eerste studenten nu hun fase van klinische stages bereiken. Anderzijds worden arts en verpleegkundige geflankeerd door een professional die zo'n beetje het spectrum van physician assistant, nurse practitioner en nurse specialist omvat. Bij die professional ligt de nadruk op case management door de echelons heen, over de grenzen van instellingen en zorgdomeinen heen. We zijn het eens, maar het is allemaal nog heel conceptueel, bijna ideologisch en de kunst is dat nu een praktische uitwerking te geven.
In de Raad van Bestuur zijn Hein Abeln en Anke ter Horst aanwezig om verder te praten over onze 'marktpositie' in termen van wat we aan te bieden hebben aan basis- en topklinische zorg en waar de verwachtingen van onze omgeving liggen. Dat heeft ook consequenties voor de profilering en dimensionering van de op termijn te vormen klinische centra. In de komende maanden zullen we een paar bijeenkomsten o.l.v. Hein Abeln houden met het kader van onze organisatie, i.h.b. de managers, geflankeerd door OR, verpleegkundige adviesraad (VAR) en cliëntenraad.
Ik praat met Marieke Methorst verder over de toekomst van de commissie kwaliteit, die we willen verbreden met het begrip patiëntveiligheid. Ook zoeken we naar het verband met het inrichten van het volgend jaar verplichte veiligheidsmanagementsysteem. Er zijn een groot aantal vragen, die we eerst moeten beantwoorden alvorens we de commissie kwaliteit nieuwe stijl vorm kunnen geven.
Het is vijf uur, we zitten met een man of 80, schat ik in het naastgelegen Dishhotel voor onze managementscholing vooruitlopend op de organisatieaanpassing en andere veranderingen voortvloeiend uit het STIPT programma. Prachtige opkomst van specialisten, afdelingshoofden, stafmedewerkers en niet te vergeten Raad van Bestuur en Medisch Stafbestuur. Ik leid in, we moeten het beter doen de komende tijd op alledrie terreinen van patiëntveiligheid, kwaliteit en doelmatigheid. Daarvoor zijn soms ingrijpende procesaanpassingen nodig. Michel Galjee, stafvoorzitter sluit aan en benadrukt dat we deze zaken met elkaar ook willen, moeten willen. Marc Berg zegt dat we het ook kunnen, moeten kunnen en geeft ons een eerste overzicht van onze performance, gepresenteerd als benchmark t.o.v. overig ziekenhuisland. Op nogal wat terreinen blijven we achter met langere opnameduur, langere wachttijden enz, maar ook ons sterfterisico steekt ongunstig af bij het Nederlandse gemiddelde, gemeten op de curve van de hospital standardised mortality ratio (HSMR) van Brian Jarman. Het exacte cijfer houden we nog even geheim volgens afspraak met de NVZ. We moeten er vanuit gaan dat deze cijfers wel bekend zullen worden op enig moment, mogelijk als onderdeel van de set van prestatie indicatoren van de Inspectie. Ondertussen moeten we hard aan het werk om onze plek op de curve te verbeteren en naar links doen opschuiven. Internationaal is er een programma met de veelzeggende naam "move your dot". Dat bereik je door je processen te verbeteren te beginnen op de hoog risico afdelingen. Daar zijn we ook volop mee bezig met het programma SAVE dat we met PLEXUS uitvoeren. Sommige verbeteringen moeten we direct doorvoeren, dat kunnen we ook, zoals het invoeren van preoperatieve screening (POS). Volgens het rapport van de Inspectie zijn wij één van de negen ziekenhuizen in Nederland die dat nog niet hebben, terwijl dat een belangrijk kwaliteitsverhogend instrument is. Met voorrang invoeren dus. We zijn het met elkaar eens in de zaal dat deze aanpak niet meer vrijblijvend is. Onze omgeving is steeds kritischer en we moeten echt concurreren met best practises. We moeten, we willen en we kunnen, concludeer ik als motto van deze eerste bijeenkomst. Eensgezind gaan we naar huis. De kop is er af.
|