
Tubantia bericht over onrust in Oldenzaal n.a.v. de bekendmaking van onze plannen met het ziekenhuis aldaar. Het verbaast ons wel, want ik heb de medewerkers een paar keer bezocht in Oldenzaal dit najaar. Daar trof ik juist een grote bereidheid aan te zoeken naar een nieuwe invulling voor het ziekenhuis. Ik blijf in gesprek. Eind januari zitten we weer bij elkaar.
Ik overleg met Noor van Leeuwen, projectdirecteur bij het Wenckebach Instituut van het UMC Groningen. We bespreken de agenda van het bestuurlijk overleg van het OOR N&O in februari. Dit staat voor onderwijs- en opleidingsregio Noord en Oost en betreft de opleiding van specialisten. We moeten onze vorm nog een beetje vinden in dit nieuwe arrangement. Assistenten in opleiding tot specialist (aio’s) hebben als primair doel hun opleiding, maar zijn daarnaast onmisbaar voor de patiëntenzorg. Dat zal ons nog de nodige hoofdbrekens gaan kosten, want de noodzakelijke en beschikbare opleidingscapaciteit sluit lang niet altijd aan bij de behoefte. Dat hebben we een jaar of vijftien geleden ook meegemaakt en toen werd dat gat opgevuld door een leger van zgn. agnio's, afkorting voor assistent-geneeskundigen niet in opleiding. We moeten echt voorkómen dat er weer zo'n stuwmeer agnio's ontstaat, die met een flinke dosis klinische ervaring opgedaan 'niet in opleiding' op zoek moeten naar een werkplek mét opleiding.
Om een uur of tien word ik opgehaald voor mijn wekelijkse bezoek aan een afdeling. Vandaag is dat Gea Siekmans, afdelingshoofd van de afdeling opname. Een kleine maar voor het ziekenhuis zeer vitale afdeling. Onze bilocatie met de lange brug maakt het nodig om onze patiënten ook op twee locaties te bedienen. Ik maak kennis met de dames, die ieder boven hun bureau een bord hebben hangen met de naam van de afdeling waarvoor ze de opnames regelen. Het is echt zo'n afdeling waar je je een indringer voelt als bezoeker. Want men is voortdurend druk, vooral telefonisch, in bedrijf en dit is dan nog maar de woensdag. Uit ervaring van de dames de rustigste dag van de week. Gea legt mij het proces uit en ik vraag natuurlijk of er inzicht is in de wachtlijsten. Ja, die draaien ze iedere week uit. Maar belangrijker is dat er op dit moment (bijna) helemaal geen wachtlijsten (meer) zijn. Dat is wel eens anders geweest. Er zijn zelfs al wel eens gaten en dan rijst bij mij de vraag verdelen we het werk wel goed over het jaar. Ieder jaar, ook het afgelopen jaar, zie je een substantiële productiestijging in de laatste vier maanden van het jaar die de achterblijvende productie in de eerste helft van het jaar compenseert. Het zou efficiënter zijn om een meer over het jaar heen gelijkmatige en constante productie te realiseren. Het in ons ziekenhuis nog niet geoperationaliseerde preoperatieve spreekuur (POS) passeert ook nog de revue. Ook de afdeling opname zou graag zien dat het POS er snel komt.
Om een uur of elf snel ik terug naar mijn eigen afdeling raad van bestuur, waar Anne Flierman, voorzitter College Universiteit me bevraagt over mijn indrukken en ervaringen met het Innovatie Platform Twente. Nut en noodzaak, opbrengst, doorgaan zijn of niet zijn de vragen, die me gesteld worden. Op mijn antwoorden loop ik nu niet vooruit, dat zullen we wel lezen als deze evaluatie rond is. En marge bespreken we de zaken die ziekenhuis en universiteit verbinden, waaronder het skillslab, over onze samenwerking spreken we binnenkort verder.
Tijdens ons wekelijks overleg van Raad van Bestuur en Medisch Stafbestuur pakken we de losse einden van voor de Kerst weer bij elkaar, We synchroniseren en schakelen (een MST-woord), nu in aanwezigheid van Marianne Lensink en het nieuwe stafbestuurslid Ina Kuper, reumatoloog. Ik heb Ina uitvoerig leren kennen tijdens onze reis naar het improvement of healthcare congress in december in Florida. Dat schakelen blijft echt van levensbelang om de achterban van ziekenhuis en medische staf aangesloten te houden. Er ontbreekt een mechanisme om dat soepel en betrouwbaar te laten verlopen. In plaats van schakelen wil ik een automatische bak, of tenminste een overdrive, dat maakt het proces soepeler en sneller. Nog te vaak worden partijen in huis op een cruciaal moment net even vergeten en in het repareren daarvan gaat veel energie zitten.
Om twee uur race ik weg naar Rosmalen voor het afscheid van Boudewijn Dessing van VGZ, inmiddels gefuseerd met een heel rijtje andere verzekeraars, mede onder zijn leiding. Dat afscheid zou al veel eerder plaats vinden, maar Boudewijn moest met spoed een bypass operatie ondergaan in het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, trouwens ook het ziekenhuis, waarvan wij elkaar kennen. Ik was er van eind ‘85 tot medio 2000 cardioloog, Boudewijn directeur van '86 -'93. Aardige verhalen van zijn collegae, ZN voorzitter Hans Wiegel en de minister, die hem ook namens Hare Majesteit Officier Oranje Nassau maakte. De receptie (> 450 mensen) is een ouderwets netwerk event, ook voor mij. Ik zie o.m. collegae oud voorzitters van de Orde, mijn VWS collegae en principalen Hans Hoogervorst en Roel Bekker. Met grote afstandelijkheid beziet men de kabinetsinformatie en dat is niet verwonderlijk met de nieuwe politieke koers, die we mogen verwachten. Toch blijf ik van mening dat gezondheidszorg grotendeels een apolitiek verhaal is. Natuurlijk, de wijze waarop je de premie heft en hem verdeelt over de bevolking is bij uitstek politiek. Maar als je het begrip markt door vraaggestuurde zorg vervangt, zal toch ook het volgende kabinet daar mee verder willen. We wachten het af.
Op naar Den Haag, zoals afgesproken met Olaf Smits van Waesberge, directeur van het centrum voor bestuurders en commissarissen. Maar hem zie ik niet op de receptie, dus dan maar alleen naar sociëteit de Witte in Den Haag, waar ik me veroorloof nog gemiddeld één keer per maand te komen. De belangstelling voor Twente is daar altijd groot, constateer ik met grote tevredenheid.
|