
In de auto overleg ik rond kwart voor negen per telefoon met Fred Plukker, voorzitter van het Deventer Ziekenhuis over ons gezamenlijk optrekken inzake onderwijs en opleidingen van co-assistenten tot arts en arts-assistenten tot medisch specialist. We vormen met elkaar en de ziekenhuisgroep Twente (Almelo-Hengelo) de zuidflank van het OOR NO. Dat staat voor Opleidings- en Onderwijs Regio Noord en Oost, d.w.z. alle ziekenhuizen met opleidingen in Overijssel, Drente, Friesland en Groningen, in één verband samenwerkend met het UMC Groningen.
Dat is een recent ingevoerde structuur, waarin alle opleidingsklinieken in Nederland geclusterd zijn rond de acht academische ziekenhuizen, beter gezegd Universitaire Medische Centra (UMC), allemaal in deze zogenaamde OOR structuur. MST zou de samenwerking in het zuidelijk OOR coördineren. Deventer werkt graag met ons samen maar wel met behoud van haar zelfstandigheid. Ik vind dat vanzelfsprekend en onderstreep dat nog eens.
In het weekrapport meld ik de belangrijkste conclusies van de heidag met de Raad van Bestuur afgelopen vrijdag bij mij thuis. We gaan de markt buiten MST verkennen en afzetten tegen wat we van binnenuit als sterke punten menen te hebben Aanbod en ambitie sluiten niet vanzelfsprekend aan bij de verwachting van onze omgeving. Later mailt Hein Abeln van Twijnstra en Gudde me dat hij niet in het weblog van jl vrijdag voorkomt!!!!!! Ten onrechte, want hij leidde (samen met Ankie ter Horst) juist het deel waar we over de uitwerking van de strategie spraken. Twijnstra en Gudde gaat deze marktverkenning voor en met ons uitwerken. Terugkijkend op de week komt de brand in Almelo langs en het oordeel van de commissie Sanders, die de brand onderzocht. Vraag is hoe wij bestand zijn tegen dit soort calamiteiten. De anesthesie apparatuur is recent grotendeels vernieuwd en er is een brandoefening gehouden. Wel is het zaak dat we voortgang maken met het inrichten van een robuuste investeringscyclus. Vervanging van apparatuur moet planmatig gebeuren en niet zoals ik bij mijn aantreden merkte, veelvuldig via spoedinvesteringen.
De maandelijks lunch hebben we vandaag met de nurse practitioners (np). Marianne Lensink en ik praten met ca 10 np's., deels nog bezig met hun training. Ze zijn allemaal zeer betrokken bij hun werk, dat ze met grote inzet en enthousiasme doen. We spreken over de wijziging van de wet, die voorligt bij de Eerste Kamer, die mogelijk moet maken dat np's binnen zekere kaders recepten mogen schrijven. Zolang de wet niet in het Staatsblad staat is terughoudendheid geboden. Verder praten we over hun taakinvulling. Moet die er één zijn in aanvulling op het werk van de specialist of ook gezien worden als partiële substitutie (vervanging) van de medici in huis. Ik geef mijn ideeën over hun mogelijke rol in de transmurale zorg als interface tussen specialist en huisarts, met name ook buiten het ziekenhuis. Wordt vervolgd.
Met Mart van de Laar van de Medical School rij ik naar Groningen. We gaan over Duitsland, de bijna kaarsrechte en bij tijd en wijle ogenschijnlijk verlaten autobaan, die 60 km om is, maar die met een beetje doorrijden een half uur korting op de reistijd oplevert overdag. In Groningen vergaderen we met afgevaardigden van de Raden van Bestuur van de opleidingsziekenhuizen uit Noord- en Oost Nederland in het kader van het OOR Noord Oost, ik sprak daar vandaag al eerder over in het blog. De vergadering is goed voorbereid door de voorzitter Frans Jaspers. We stellen onze overlegstructuur vast. Een interessant issue is de vraag hoe we moeten acteren in een krimpende opleidingscapaciteit in ons land. Eigenlijk zouden we moeten opleiden naar rato van het aandeel dat ons landsdeel heeft in de bevolking. In Noord Oost Nederland woont ruwweg eenzesde van de Nederlandse bevolking (= ca 2,66 miljoen mensen). Maar we leiden maar één achtste van de specialisten op. Zelfs het nieuwe Regeerakkoord rept over meer nadruk op de regio, dus daar liggen kansen. Verder moeten we kunnen laten zien wat de kwaliteit van onze opleidingen is, dus ook de kwaliteit van al diegenen die we opleiden. Zouden prestatie-indicatoren hier ook kunnen helpen? Ik neem op me daarvoor wat plannen te ontwikkelen.
We dineren in een rustiek aandoende kelder- restaurant, dat echter - als een soort enclave verstopt - op de derde verdieping ligt in het overigens moderne en schitterend ogende UMC Groningen. Alleen de delegatie uit Twente blijft eten en dat geeft ons de gelegenheid onze banden met de Groningse Raad van Bestuur en het Wenckebach Instituut aan te halen. En niet te vergeten haal ik met mijn Sybrand Poppema, de decaan, nog wat oude herinneringen op uit de tijden van weleer: we zijn jaargenoten, toen ik zelf nog in het oude, toen nog als Algemeen Provinciaal, stads- en Academisch aangeduide, ziekenhuis rondliep.
We rijden terug via Drente en laten Duitsland 'links' liggen. Met een zeer acceptabele reistijd over een weg die nu rustig is, komen we omstreeks half elf aan in Enschede. Ik slaap in het Dish hotel.
|