
De Raad van Bestuur vergadert vandaag in kleine bezetting, want Bert Vos is deze week met een groep uit ons ziekenhuis naar New Orleans in de V.S. voor een bezoek aan de beurs en congres dat de HIMMS (Healthcare Information and Management Systems Society) organiseert.
Het is het grootste congres ter wereld op het terrein van ICT in de gezondheidszorg. Er is een gigantische beurs bij, waar je alle laatste innovaties ook life kan waarnemen en beproeven. In 2005 ben ik zelf een keer geweest, toen in Dallas, georganiseerd door NICTIZ en onder leiding van NICTIZ voorzitter Eelco Brinkman. Toen ging het om het bereiken van gezamenlijke standaarden met de leveranciers, die communicatie tussen verschillende systemen mogelijk moet maken. Dat we nu nog steeds na vele jaren nog geen elektronisch patiënten dossier hebben, is toch wel een beetje een klein drama. Het rapport van de Inspectie deze week legt sterk de nadruk op de gebrekkige communicatie en afstemming in het operatieve proces, dat juist enorme baat zou hebben bij een vlekkeloos functionerende ICT. Nu gaan de verwijten over gedrag en onwil van specialisten om zorgvuldig te communiceren. Die onwil is er grosso modo niet, maar het klinische proces wordt iedere dag complexer en vraagt om substantiële investeringen in ICT, door het ziekenhuis, maar ook door de overheid als het gaat om de bouw van regionale en landelijke netwerken. In Nederland denken we tot nu toe in honderden miljoenen, maar het gaat om vele miljarden. Volgende week horen we wel wat het congres aan nieuwe inzichten heeft opgeleverd.
Ondertussen houden wij ons bezig met het going concern. De secretarissen hebben hard gewerkt aan een ontwerp voor de structuur van de “RVE” Raad van Bestuur. De RvB moet ook werken aan haar eigen efficiency en effectiviteit van besluitvoorbereiding en -vorming en -uitvoering.
’s Middags zie ik Marcel Hengeveld, een enthousiaste medewerker van het klinisch chemisch lab, die een studie bedrijfskunde en gezondheidswetenschappen doet bij het iBMG van de Erasmus Universiteit. Hij had mijn visie op samenwerken en concurreren tussen ziekenhuizen gelezen op mijn blog en het toeval wil dat dit nou net zijn afstudeeronderwerp is. We hebben een uitvoerige gedachtenwisseling over het onderwerp, ook in het licht van ons voornemen hier een symposium of zelfs congres aan te wijden in het kader van ons komende 20-jarig bestaan als MST in 2008.
Als laatste bezoeker deze heel rustige week krijg ik journalist Mario van Zanten aan de telefoon. Hij schrijft een rubriek over auto’s en hun berijders. Ik had hem gewaarschuwd dat ik geen bijzondere belangstelling heb voor de auto, anders dat het een voertuig is dat me enigszins comfortabel van A naar B moet brengen. We hebben een chauffeur die onze werk-werk ritten doet. Zolang ik nog niet in Twente woon, word ik ook gereden van huis naar werk en vice versa; dat maakt het mogelijk die tijd, zo’n drie uur per dag, toch nuttig te gebruiken. Of ik wel eens naar buiten kijk, vraagt hij. Natuurlijk doe ik dat. Iedere dag zie ik het fantastische decor van de Gelderse vallei, de Veluwe en vervolgens Salland en Twente aan mij voorbij trekken. Dan zie je hoe zorgvuldig Nederland de afgelopen eeuw met zijn open ruimte is omgegaan in vergelijking met vele buitenlanden, al kan het een stuk beter en is er met name de laatste 10 jaar wel het een en ander bedorven langs de snelwegen, aangeduid als verrommeling van het landschap.
J. Herre Kingma
|