
Vroeg wakker, dus maar aan de slag. Gebeld met Ellen Zanderink - bij haar is het een uur of half elf 's morgens - en we nemen de belangrijkste agenda zaken door. Daarna wat lezen, de ochtendrituelen en ontbijten. Ik dood de tijd met een bezoek aan de aanpalende shoppingmall, maar dat is een stuk verdriet. Als je niet beter zou weten, zou je denken in een Oost-Europees land verzeild geraakt te zijn maar dan voor de val van de muur.
Een onafzienbare rij vrij kleine winkeltjes van voornamelijk kitscherige sieraden en goedkope kleding in een doolhof van lange haaks op elkaar staande smalle met witte TL verlichte gangen. Het ontrolt zich voor mij na het passeren van een wachtpost bij de ingang met safety guard. Je mag niet in de mall zonder identificatie en het dragen van een badge. Ik krijg een badge met 'guest' erop. Als ik na een kwartiertje weer naar buiten loop, mompelt de guard ‘we take care of you’. Is deze veiligheidsmanie als vorm van publieke zorg ook ons voorland, ik mag toch hopen van niet. Als we even voorbij gaan aan het inferno van geweld in Irak, dan is de kans op een verkeersongeluk altijd nog vele malen groter dan een aanslag door een terrorist. Om maar te zwijgen over de risico's, die je loopt in een ziekenhuis. Daar helpt geen guard of elektronisch poortje tegen. Een beetje meer dapperheid en een vleugje meer risico zou ons een vracht aan veiligheidsbureaucratie schelen, die zo langzamerhand ook een behoorlijke inbreuk begint te maken op een paar essentiële vrijheden.
Er is verder weinig te beleven en dus ga ik maar weer naar mijn kamer en lees mijn mail, die is blijven komen de afgelopen week. Bert Vos heeft de begroting gemaild gekregen, die staat volgende week op de agenda van het overleg van de Raad van Bestuur met de Raad van Commissarissen.
Na een gezamenlijke lunch met mijn reisgezelschap, vertrekken we om één uur per hotelshuttle naar Miami Airport. Hier mogen we weer eindeloos wachten en in alle slome saaiheid die dat oplevert, nota bene vergeten de waittress te betalen. Schandalig slordig van ons, ze moet zelf de tekorten aanzuiveren. We horen het pas op de gate van een Hollandse familie, die na ons vetrok en de consternatie observeerde. We kunnen niet meer terug en vragen de locale shopkeeper het geld aan haar te willen geven. De eerst wat achterdochtige dame is uiteindelijk toch bereid. Hopelijk is hiermee de winst van een middag werken van Nancy - zo heet ze volgens de bon - gered. Na een lange vlucht van weinig slapen, veel huilende baby’s, te onpas eten en drinken, lezen, praten en TV kijken landen we op Schiphol en komt er op vrijdagmiddag een eind aan deze nuttige congresreis. Langs de bagageband wachtend, spreek ik met mijn reisgenoten af om in januari samen terug te kijken op deze reis en te zien wat het kan opleveren voor MST.
Dit weblog sluit ik nu af voor deze week en geef mij licht groggy over aan mijn jetlag
|