
Ons weekrapport, vast op de maandagmorgen, gaan we breder organiseren. Niet alleen de Raad van Bestuur en omgeving en de afdeling PR, maar ook de managers die de verpleegkundige clusters managen gaan meedoen. Al hetgeen voorvalt op de 'vloer' van het ziekenhuis, van stroomuitval tot en met MRSA-infecties, horen we nu van de meest betrokkenen.
Om half tien overleggen we met het dagelijks bestuur van de OR. Dit overleg is een parallel van het stuurgroepoverleg dat we maandelijks hebben met Medisch Stafbestuur over de vier pijlers van ons veranderprogramma, de organisatieontwikkeling van grote clusters naar compacte discipline georiënteerde resultaat verantwoordelijke eenheden (RVE's). Die moeten grotendeels zelfsturend worden onder leiding van een medisch en een bedrijfskundig manager. De tweede pijler is het Business Proces Redesign (BPR) programma dat we met Plexus ondernemen om de merknaam SAVE (c).waaraan toegevoegd zorgprogrammering. De derde pijler is de lange termijn huisvesting, die nu geleidelijk minder visionair is en meer vaste vorm gaat aannemen. De vierde pijler is ICT, ondersteunend aan BPR, waaronder invoering EPD enz.. Vandaag discussiëren we o.a. over de invulling van de leiding in de RVE onder de medisch en bedrijfskundig manager, de rol van het afdelingshoofd en de teamleider, welke laatste - daar zijn we het over eens - meewerkend voorman (v/m)) moet zijn, al zal die inzet op grote afdelingen beperkt zijn. Kennis van het (klinische) proces vinden we allemaal van levensbelang. De Raad van Bestuur komt binnen een aantal weken met een meer uitgewerkt plan.
Terug op mijn kamer tref ik de heer Okhuizen, kandidaat lid van de Cliëntenraad voor een kennismakingsgesprek. De heer Okhuizen was lange tijd tandarts in Enschede. Wij praten over de grote veranderingen die zich in de zorg hebben voltrokken de laatste decennia en het totaal andere landschap dat is ontstaan. Niet in de laatste plaats ook door de geheel andere instelling van (tand)artsen en verpleegkundigen van de jongste generatie. Traditionele waarden, ons nog letterlijk met de paplepel ingegoten, zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Het heeft enerzijds veel goeds gebracht, de dokter is toch wel een flink end afgedaald van zijn voetstuk, maar anderzijds legt toewijding het af in onze tijd tegen de drang naar persoonlijke ontplooiing.
Om een uur of twaalf word ik gebeld door notaris Gaalman uit Oldenzaal. We praten over de berichtgeving over het profiel van het ziekenhuis Oldenzaal, waarover de Raad van Bestuur een voorgenomen besluit heeft genomen. Volgende week ga ik naar Oldenzaal en praat verder met het bestuur van de vereniging "houdt Ziekenhuis Noord Oost Twente gezond". De Raad van Bestuur MST kan in dat doel tot behoud meegaan, maar denkt niet zozeer in termen van behoud van het klassieke ziekenhuis. Ziekenhuisorganisaties moeten meegaan met hun tijd, wat o.a. betekent dat we MST breed zullen moeten differentiëren, lees voorsorteren in de vier hoofdstromen van patiënten. Acute en hoogcomplexe zorg in Enschede, laag complexe zorg voor grote groepen patiënten in een zgn. electief behandelcentrum (EBC), zoals Oldenzaal, chronische patiënten liefst zo dicht mogelijk bij huis behandelen in nauwe samenwerking en afstemming met de huisarts.
Ik lunch met een van onze vele 'buurmannen' van het MST, Henny ten Hag. De heer Ten Hag was in de jaren '80 lid van de raad van toezicht van het ziekenhuis Stadsmaten. We praten over onze nieuwbouwplannen in de binnenstad en de verkeers- en parkeerproblemen, die daarmee nog verder zullen toenemen, als we geen maatregelen nemen.
Bij terugkomst praat ik met Clemens von Birgelen, cardioloog, afkomstig uit Duits Limburg, opgeleid tot cardioloog in Rotterdam. Hij heeft een indrukwekkend aantal publicaties van hoog niveau en draagt zo bij aan het academische profiel dat we willen versterken de komende jaren. We zijn inmiddels teaching hospital bij het UMC Groningen en willen onze samenwerking met de UT structureler maken, o.a. door het creëren van hoogleraarschappen in het UMC Groningen en de UT. Dat profiel heeft Von Birgelen zeker.
Om vijf uur vertrek ik naar Utrecht waar ik met het Alzheimer Research Fonds praat over samenwerking met de grote stichting Alzheimer Nederland. Daar lijkt nu schot in te komen.
Thuis tref ik de hond in de 'verkoevermand' na zijn teenamputatie onder algehele anesthesie vanmorgen. Tegen haar gewoonte word ik niet hartelijk begroet, maar blijft het bij een dronken poging. Even later komt haar echte baas thuis, mijn echtgenote en doet ze een veel concretere poging tot begroeten. Verschil moet er zijn.
|