
De commissie Kwaliteit vergadert vanmorgen onder mijn leiding. Ik heb me voorgenomen het onderwerp patiëntveiligheid stevig te verankeren via de commissie Kwaliteit. De leden van de commissie zijn dat met mij eens. Verder zal de commissie ook mede klankbord zijn voor het business proces redesign (BPR)-traject, dat toch primair tot veiliger en betere zorg moet leiden. De komende tijd gaan we ook opnieuw naar de samenstelling van de commissie kijken.
Met de voorzitter van het Medisch Stafbestuur en René Brouwer, intensivist en nefroloog, bespreken we de verbetering van de opvang van medici, verpleegkundigen en andere betrokkenen bij de directe zorg wanneer zich een calamiteit heeft voorgedaan of er anderszins sprake is van wat heet een 'ongewenste uitkomst'. Dat moet wel in nauwe samenhang met de aandacht en zorg voor degene die slachtoffer is van een calamiteit, de patiënt. Over de positie van de patiënt is langzamerhand veel vastgelegd in wet en regel, maar de handel en wandel van de dokter en de verpleegkundige in geval van een calamiteit is niet zelden gestuurd door de emotie van het moment. Er is behoefte aan een gestructureerde aanpak. Dat betreft niet alleen de menselijke opvang na een calamiteit, maar ook de begeleiding van wat er allemaal moet gebeuren, de gesprekken met de patiënt, de melding bij de commissie Medische Incidenten, de Raad van Bestuur en in een enkel geval zelfs de officier van justitie. Verwijtbaar en/of vermijdbaar incident, schuld, complicatie, overmacht, of toch roekeloos gedrag of verwaarlozing of juist calculated risk bij een al ernstig zieke zijn dan de vragen en sleutelbegrippen in de eerste uren na het gebeurde. We gaan nadenken hoe we niet alleen de patiënt, maar ook de dokter en de verpleegkundige beter daarin kunnen begeleiden. Dit sluit goed aan bij ons voornemen structureler om te gaan met het vraagstuk patiëntveiligheid.
Met Michel van Putten, klinisch neurofysioloog, overleg ik over de relatie van ons ziekenhuis met de Universiteit Twente, in het bijzonder de vakgroep Technische Geneeskunde. Daar is nog een wereld te winnen in die samenwerking, ook door dat binnen MST beter te verankeren.
De kernstaf (van medisch specialisten) vergadert tweemaal per maand, waarvan één maal in aanwezigheid van de Raad van Bestuur, zo ook vandaag. Het is de eerste keer voor Marianne Lensink. Ik geef toelichting op ons voorgenomen besluit over Oldenzaal. Dat heeft weinig verrassingen, ik sprak er al over tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst en de elementen zijn alle al eerder aan bod geweest, in het bijzonder het electief behandelcentrum. Belangrijkste verschil met het plan dat afgelopen jaar al eens in bespreking was, is de geleidelijke opbouw en het feit dat het financieel een 100% MST initiatief blijft.
Om zeven uur rijden we naar Hilversum, waar ik rond half negen arriveer op het Media Park voor een semi live interview voor het VPRO-programma ARGOS. Het gaat over de kwestie die speelt in het Erasmus Medisch Centrum, waar het OM inzage wil in een tweetal medische dossiers na overlijden van de patiënten, die daar dus zelf geen toestemming voor hebben kunnen geven. De nabestaanden deden dat wel. Maar het EMC weigert inzage te geven in verband met het beroepsgeheim en verschoningsrecht. Het is een genuanceerd interview, vond ik zelf en vonden ook de interviewers. Kan ook moeilijk anders, nu het onder de rechter is en ik wil ook niet het verwijt krijgen vanuit een half geïnformeerde positie allerlei krachtige uitspraken te doen.
Om tien uur thuis gekomen zie ik de hond, die me hinkend weer begint te begroeten en dus al wat begint op te knappen.
|