
We moeten omstreeks een uur of elf in het stadhuis van Oldenzaal zijn voor de carnavalsviering, de grootste van noord Nederland, waarvoor we zijn uitgenodigd door burgemeester Frans Bakhuis. We vertrekken rond half tien uit Bosch en Duin. Hopelijk hebben mijn vrouw en ik voldoende carnavaleske accenten in/op onze kleding om niet al te veel uit de toon te vallen. Om kwart over elf komen we aan in het stadhuis van Boeskoolland, waar een welkomstcomité de genodigden begroet.
Na koffie en krentenwegge, maar al gauw ook een aanhoudende stroom bier en wijn, en niet te vergeten een klaterend concert van de harmonie op de binnentrappen van het stadhuis arriveert prins Robert met zijn gevolg. De vorst opent met een toespraak en leidt volgens strak protocol de andere sprekers in, de burgemeester, die deze dagen overigens slechts burger is, duidelijk aangegeven op zijn steek met tenslotte een vlammende rede van prins Robert. Max van den Berg - die kennen we nog uit Groningen met zijn beroemde en beruchte VCP - wordt onderscheiden door de prins en dan wordt - tot mijn grote verrassing - ook mijn naam afgeroepen en hangt de prins mij de onderscheiding om. ‘Voor sociale verdienste’ roept de vorst. Ik ben mij van de prins geen ‘kwaad’ bewust, of het zouden onze eerste stappen moeten zijn tot revitalisering van het ziekenhuis Oldenzaal. Dat schept verplichtingen.
Prins Robert en zijn gevolg vertrekken om deel te nemen aan de grote Carnavalstoet. Wij gaan naar boven en mogen vanaf het balkon van het stadhuis de imposante stoet gadeslaan, die in een uur of twee aan ons voorbij trekt. Dit is ons eerste carnaval, een betere eerste kennismaking hadden we ons niet kunnen wensen. Voorzien van drank, spijs en goed gezelschap zien we de meest fantastische wagens, de ene nog indrukwekkender en hoger dan de andere en een stoet bonte personen en gezelschappen voorbij trekken. Er wordt gezongen en gezwaaid, heel langzaam neemt het carnavalsvirus ook van ons nuchtere noorderlingen bezit. Er was geen wagen van het ziekenhuis Oldenzaal bij, als het daar goed mee gaat, moeten we erover denken volgend jaar ook een wagen mee te laten rijden of lopen we nu te hard van stapel. Om een uur of vier nemen we hartelijk afscheid van alle mede genodigden, waaronder ook neef Bram, en natuurlijk van de burgemeester en zijn vrouw.
|