
Het Innovatieplatform Twente (IPT) vergadert in MST deze keer. De investeringsagenda is gereed, nu nog de boter bij de vis. Daarvoor moeten we allemaal op pad, een soort roadshow van het IPT in Twente. Rob van Lambalgen, de nieuwe directeur van het IPT, denkt na over vorm en inhoud.
Gewoontegetrouw houdt de gastheer een verhaal over zijn eigen ‘bedrijf’ en dat doe ík dus deze keer. Eerst geef ik een overzicht van onze visie op zorg, zoals in juni in krant en website openbaar gemaakt, zowel binnen als buiten. Daarna breng ik de plannen voor nieuwe huisvesting in de binnenstad naar voren. Deze plannen, neergelegd in onze contourennota lange termijn huisvestingsbeleid, beginnen al wat vastere vorm aan te nemen. Die contourennota zal ook breed verspreid worden en dus ook op deze site te vinden zijn. Mijn verhaal valt goed. De burgemeester van Hengelo heeft het ook nog net voor zijn vertrek kunnen horen en ik meld hem bij het afscheid veel te zien in samenwerking tussen de Twentse ziekenhuizen, waaronder ook het ziekenhuis in Hengelo, onderdeel van de Ziekenhuis Groep Twente, met wie we maandelijks overleggen in het TAZDO, het Twents Achterhoeks Ziekenhuis Directeuren Overleg.
Na een stukje taart ter gelegenheid van de verjaardag van onze duo secretaris Cindy Winkel loop ik mee met Milto Christopoulos, die de organisatieontwikkeling in zijn portefeuille heeft gekregen. Hij praat me op zijn kamer bij over zijn vorderingen na zijn gesprekken met diverse geledingen in huis, waaronder ook de maatschappen. Iedereen is op - individuele basis – positief. De kunst zal nu zijn om samen met het stafbestuur de puzzel zo te leggen dat zo veel mogelijk aan al die individuele wensen kan worden voldaan. Dit alles binnen de collectieve mogelijkheden en beperkingen, die er ook zullen zijn.
Om vier uur reis ik af naar de universiteit. De aangekondigde storm doet zich al flink gelden. Eerst bezoek ik nog het skillslab van de faculteit Technische Geneeskunde, waar René Brouwer me blootstelt aan een casus, een patiënt, die een hartstilstand ontwikkelt, onverwacht stopt met ademhalen, enz. Ik word geacht krachtdadig in te grijpen en probeer dat ook, maar blijk de ademstilstand niet tijdig te hebben opgemerkt en ook mijn pogingen de patiënt snel opnieuw te intuberen mislukken jammerlijk. Hoog tijd dus voor een opfriscursus met deze 'intelligente' pop, waarin een groot aantal moeilijke klinische condities kunnen worden gesimuleerd. Ook ik ben met velen gecharmeerd van deze prachtige faciliteit die geweldige mogelijkheden biedt voor training. En dan met name ook van teams met een sterk verschillende kennisbasis. Dit is in de werkelijkheid meestal het geval. De praktijk waar de jonge assistent en de leerling verpleegkundige op de spoedeisende hulp en de ambulanceverpleegkundige sterk wisselende vaardigheden en kennis hebben.
Om vijf uur arriveer ik in de inmiddels tot windkracht 10-11 aangewakkerde storm bij de Faculty Club op de campus. Ik ga in een Tête a Tête bijeenkomst discussiëren met prof. Albert van den Berg, hoogleraar nanotechnologie over het thema diagnostics, zoals 'lab on a chip' technologie en de impact daarvan op de gezondheidszorg. Die zal enorm zijn en al snel hebben we de hele gezondheidszorg te pakken in de discussie onder leiding van Heleen Miedema, directeur van de opleiding Technische Geneeskunde. Het is een verademing eens zo te mogen reflecteren in dit academische gezelschap, al is het wel zaak focus te houden in het ‘uitdijende heelal’ van de gezondheidszorg en tegelijk te vermijden in de begripsvernauwing te belanden dat de medisch specialist het alles overheersende probleem en tegelijk de allesoverheersende oplossing is. Er zijn meer partijen en de komst van technisch geneeskundigen in de toekomst kan veel bijdragen aan het ontsnappen uit deze begripsvernauwing.
Tijdens het diner na afloop word ik gebeld door Marianne Lensink. Ze is in het ziekenhuis gebleven toen de storm binnen korte tijd een keer of vier achtereen stroomuitval veroorzaakte. Voldoende reden om het crisisteam bijeen te roepen en ik besluit ook naar het ziekenhuis te gaan, waar ik met de crisisstaf de rest van de avond doorbreng. Er is nog twee maal een stroomuitval, de laatste zelfs meer dan een minuut. Om een uur of twaalf gaat de storm liggen en besluiten we naar huis te gaan. De late diensten overleggen onderling hoe (laat) ze elkaar aflossen. Een aantal medewerkers blijft slapen in het Dishhotel. We brengen Mariska de Groot, duo secretaris RvB naar Deventer en gaan daarna naar Doorn, de woonplaats van Marianne Lensink en tenslotte Bosch en Duin. De straten liggen bezaaid met takken, vrachtwagens staan op de vluchtstrook langs de snelweg met wapperende zeilen en in ons dorp rijden veegauto's de letterlijk groene sneeuw van dennentakken op.
Nog even televisie gekeken en teletekst, zes doden! Moeder natuur heeft zich weer even doen voelen.
|