
Marian Lensink, ons derde lid van de Raad van Bestuur vanaf 1 januari, is vandaag in huis. Ze woont ook de vergadering van de Raad van Commissarissen bij. De laatste vergadering van de Raad van Commissarissen dit jaar heeft als hoofdonderwerp de begroting 2007. Mijn collega Bert Vos en Edwin Hummel, onze 'controller', zijn er in geslaagd deze ruim voor het einde van het jaar af te ronden.
Zo hoort dat natuurlijk ook, maar de begroting voor het lopend jaar was er pas in april jl., dus we gaan flink vooruit. Het verhaal is zeer overzichtelijk en inzichtelijk en sluit netjes, daar gaat het per slot van rekening om. Er is dit jaar voor het eerst sprake van een post innovatiebudget van twee miljoen, waar wel al een deel van is 'in' bestemd. Het innovatiebudget moet in een paar jaar uitgroeien tot zo'n 2,5% van de begroting, dus zo'n dikke zes miljoen. Dat is de zogenaamde Balkenende norm, geformuleerd door het nationale innovatieplatform. Voor alle duidelijkheid, ik bedoel nu even niet zijn salaris als MP, dat als maatstaf wordt genomen voor de inkomens in de (semi)publieke sector en waar zo veel bestuurders, inclusief ikzelf en de meeste, zo niet alle ziekenhuisbestuurders, boven zitten. Daarover volgend jaar vast meer. We merken ook op dat het eigen vermogen van het ziekenhuis de komende jaren flink moet worden opgekrikt.
De Raad van Commissarissen zal deze keer ook in besloten samenstelling, dus zonder Raad van Bestuur het functioneren van de Raad van Bestuur evalueren en zo hoort dat ook. Daartoe heeft de Raad van Bestuur eigener beweging een zelfevaluatie opgesteld, eigenlijk laten opstellen door Mariska de Groot, onze secretaris en een kritisch stuk over de bazen is natuurlijk een leuke opdracht, zegt ze. Heel erg kritisch over ons is het nog niet, daarvoor zitten we er te kort, maar het scherpt wel mijn honderd dagen oordeel en visie aan. Kort gezegd: er is sprake van achterstand op het punt van bouw, organisatie en logistiek en dus is er nog heel veel te doen op al die terreinen. Ten slotte bespreken we met de commissarissen de toekomst van onze vestiging in Oldenzaal en stellen die daarmee impliciet vast in de vorm van een voorgenomen besluit van de RvB, waarop we nog advies zullen vragen van de diverse adviesorganen. Intussen gaan we wel onze medewerkers informeren.
Met Hein Abeln van Twijnstra en Gudde en zijn mensen bespreken we de uitwerking van de visie in een samenhangende strategie op het punt van huisvesting en organisatie. Heel belangrijk daarin is onze kijk op onze omgeving en nog belangrijker de kijk van de omgeving op het ziekenhuis. Later tijdens ons overleg met het stafbestuur geeft men een heel aardige doorkijk op de verwachtingen en prioriteiten van onze omgeving op onze kwaliteit en ons eigen beeld daarop. Zo blijken onze patiënten en klanten hun prioriteiten voor specialistische behandeling anders te leggen dan wij dat zelf binnenshuis te doen. Anders gezegd, we denken nog steeds zeer aanbod gericht en nog weinig vraaggericht. Ik ben er overigens niet voor dat het ziekenhuis veel minder aanbod gericht zou moeten gaan worden, maar dat neemt niet weg dat we wel meer vraaggericht zouden moeten worden. Het is evident dat naast de eigen ambitie de reële vraag veel nadrukkelijker bij ons profiel betrokken moet worden
Ik ga op tijd naar huis, daar moet ik een student te woord staan en overleg ik voor het laatst dit jaar met Marc Berg. De student ondervraagt me over de verschillen in productiviteit en kwaliteit tussen dienstverband specialisten en vrij beroepers. Hij denkt dat MST alleen dienstverband kent. Dat is niet zo, ruim 60% werkt in vrij beroep. Mijn opvatting is dat er geen scheiding te maken is in 'bokken en schapen'. Wel lenen sommige activiteiten zich beter voor dienstverband, zoals de acute zorg en delen van de topklinische zorg, terwijl de niet complexe electieve zorg weer beter af is met de vrije praktijk en fee for service. Ik doe mijn best om in mijn antwoorden de bekende vooroordelen over beide contract vormen te elimineren of tenminste te nuanceren
Marc Berg geeft me een inkijkje in enkele eerste resultaten van ons project SAVE en zorgprogrammering. Het lijkt erop dat de afdelingen (RVE's) die de grootste bereidheid hebben om mee te doen ook de afdelingen zijn die het in de benchmark met andere ziekenhuizen relatief goed doen. Het omgekeerde geldt ook, wie nog niet participeert, heeft mogelijk juist veel te winnen.
Om negen uur sluiten we de werkdag af en wijd ik mij aan de krant. De televisie in de keuken is al een paar weken onherstelbaar kapot en we missen hem nog niet echt.
|