
Om half negen staat de leiding van de IC op de stoep, we praten over de kwaliteit en veiligheid op de algemene IC. De commissie Vandenbroucke-Grauls, gevraagd om onderzoek te doen naar de oorzaken van frequente uitbraken van ESBL infecties de afgelopen jaren, zal binnenkort rapporteren. De richtlijnen en protocollen zijn duidelijk, maar de compliance, je eraan houden, blijft net als op veel andere plaatsen in ons huis een uitdaging voor de leiding. De IC vormt een belangrijke schakel in de acute as spoedeisende hulp- OK - IC enz. en bepaalt daarmee in belangrijke mate het eindresultaat.
Vanmorgen bezoek ik de afdeling dermatologie. Ik was al eens even op de kamer van Roland Koopman, maar zie nu de medewerkers, te beginnen met koffie op de koffiekamer. Onderwerp is de inschaling van de doktersassistentes. Ik luister goed, maar doe gewoontegetrouw geen toezeggingen, dat is niet het karakter van mijn bezoeken aan de afdelingen in ons huis. Deze informatie helpt mij wel om op het niveau, waarop ik er straks weer mee te maken krijg, de zaken in het juiste perspectief te zien. Ik zie het Lasercentrum, werp een blik in de spreek- en behandelkamers, zie op het secretariaat de gevolgen van de tijdelijke huisvesting van de fysiotherapie, die een groot deel van het daglicht wegneemt. Volgens de dames helemaal niet nodig als het gebouw iets handiger was neergezet.
Daarna voert afdelingshoofd Annemarie van Haastrecht mij naar de polikliniek KNO. Een zeer bezige afdeling, vier dames permanent achter de balie, ik zie de goed geoutilleerde spreekkamer van dr. Schipper, maar ook de slechte voorzieningen op de reserve spreekkamer, hoor over de schade aan scopen die ontstaat in het proces van schoonmaken en steriliseren. Ik drink koffie met de secretaresses en hoor over de verschillen tussen Oldenzaal en onze locatie hier. Schaalgrootte beïnvloedt onmiskenbaar de sfeer en cultuur. Hoe houden we de menselijke maat, maar ook het schaalvoordeel, nodig voor de concentratie van hoogwaardige voorzieningen. Veel te kort ben ik op de verpleegafdeling G2, waar de keuken vol zit als ik binnenkom. Ik kom niet verder dan een kort gesprek met een stagiaire van technische geneeskunde van de UT, tevens de enige man in het gezelschap. Die wordt regelmatig het huis ingestuurd om zich te oriënteren op medische techniek. Ik benadruk het belang om naast de techniek in deze fase ook te leren omgaan met zieke mensen, bij wie al die apparatuur wordt ingezet. Binnenkort zie ik prof. Vooys en Heleen Miedema weer en zal ik dat ook aan de orde stellen.
Ik haast mij naar het Stadskantoor voor informatie over een huis, dat we gezien hebben. Het bleek niet mogelijk een afspraak te maken, dus trek ik braaf mijn nummertje - op aanwijzing van onze architect Harry Abels, die ik daar toevallig tref - en wacht mijn beurt af. Ik ben snel aan de beurt en het wachten is niet onaangenaam aan de grote tafel in de fraaie, enorme centrale hal. Mijn irritatie over het feit niet tevoren te kunnen afspreken ebt weg. Dit is inderdaad een heel goede aanpak en service voor alle burgers van hoog tot laag, voorzover dat verschil er nog is. Niet dus en dat is ook terecht met een service die voor iedereen goed is.
Bij terugkomst in het ziekenhuis worden ons door de mensen van de Praktijkindex de cijfers getoond over onze kwaliteit en veiligheid die de gemiddelde ziekenhuissterfte bepalen. Ziekenhuissterfte is normaal. Ruwweg eenderde (ca. 45.000) van alle sterfte in Nederland (ca 140.000) vindt plaats in het ziekenhuis. Rond de één á twee procent is daarvan aan te merken als vermijdbare sterfte, dat zijn de landelijke 1.500 - 3.000 doden, waar al jaren over wordt gesproken. Daarin heeft ieder ziekenhuis zijn deel en onze taak is het die slechte kansen zo veel mogelijk tegen te gaan door middel van een actief patiëntveiligheidsbeleid. Dat begint met een goed inzicht in de eigen cijfers.
Ik zit de commissie kwaliteit voor. Marieke Methorst en Pauline Lubberhuizen vormen de ruggengraat van deze commissie, die ik graag wil transformeren naar een commissie veiligheid en kwaliteit. Niettemin ben ik tot de conclusie gekomen dat we die operatie uit moeten stellen tot we beter zicht hebben op onze prestaties en we verder zijn met de organisatieontwikkeling en meer resultaten hebben van ons SAVE project.
Redelijk op tijd arriveer ik op de vergadering van de Orde, die vanavond als hoofdthema heeft het uurloon van de medisch specialist. Los daarvan is het voor mij wel een ervaring om veel van mijn oud-collega's uit en om het bestuur van de Orde weer te zien. Sinds 1998 ben ik niet meer op de vergaderingen geweest. Nogal voorspelbaar beland ik op de voorste rij naast Robien Kuipers, rots in de branding waarin de specialisten zich al tientallen jaren bevinden, ook tijdens mijn bestuur van de LSV en de moeizame, maar toch succesvol gebleken Orde, waarvan ik de eerste voorzitter mocht zijn. Collega Diepersloot praat de zaal bij over de gebeurtenissen van de afgelopen jaren, de onderhandelingen, een Echternachse processie gelijk. Er is een rijtje moties, er zijn maar beperkt emoties en als die er zijn komen die vanuit de hoek van mijn collegae cardiologen. Zij verliezen fors door deze ingreep in het uurloon, zo'n 38%, hebben ze berekend. De voorzitter van de beroepsbelangencommissie van de Nederlandse vereniging voor Cardiologie houdt een goed betoog onder zijn motie, maar maakt een jammerlijke uitglijer aan het eind als hij zegt dat niemand toch wil dat de cardiologen straks overgeleverd zijn aan de sociale dienst. De zaal lacht homerisch. Jammer. Een beetje bonter maakt cardioloog Jacob Six het. Hij distantieert zich van de opstelling van zijn collegae cardiologen en laakt de lage vergoeding voor waarnemers. Daarin heeft hij het grootste gelijk, maar om dat te krijgen hoeft hij zijn beroepsgenoten toch niet zo ostentatief af te vallen. Dat moet hij maar eens uitleggen op de voorjaarsvergadering van de cardiologen. Uiteindelijk wordt het onderhandelingsresultaat van het bestuur ondersteund en geaccordeerd: € 132 + of - € 6. Maar wie bepaalt nu wat het uurloon wordt in de ziekenhuizen? Dat moet de Raad van Bestuur doen. In een aantal ziekenhuizen gaat men gewoon op het maximum zitten. Dat is wel de weg van de minste weerstand. Vraag is bovendien hoe recht wordt gedaan aan de vergoeding van onregelmatige uren, de zogenaamde disutility. Kortom, dat wordt nog een interessant najaar.
J. Herre Kingma
|