
Precies op tijd arriveer ik in Enschede voor de vergadering van de Raad van Bestuur. Half tien, dus wel laat. Hoofdschotel vandaag is de presentatie van de voortgang van het Vrouw Kind Centrum. Cees Berger is tot kwartiermaker benoemd van het VKC en houdt, geflankeerd door Carina Drijver een enthousiast verhaal. De ontwikkeling van het VKC verloopt eigenlijk een beetje achterstevoren. Eerst het besluit tot een nieuw gebouw na kritiek van de Inspectie op de lange afstand (meer dan 800 m over de brug) van de verloskamer tot de OK, dan een rechthoekig driehoek ontwerp (dat wordt afgekeurd door de stedebouwkundige) dan een nieuw ontwerp met rond ovale vorm (door mij steevast aangeduid als de bonbonnière) dat wordt ingevuld conform specificaties en eisen. Daarna pas komt er een discussie op gang over de klinische processen. Daar zou je mee hebben willen beginnen. Toch hebben we goed vertrouwen dat het allemaal goed komt. Naast deze bewuste stapsgewijze ontwikkeling is er natuurlijk ook een intuïtieve, gemengd met een mengsel gezond verstand en een snufje autoriteit. Volgende week mogen we kleuren gaan kiezen. Grappig dat de Raad van Bestuur dat gaat doen. Toch een keuze voor meer dan een generatie.
Om half twee zie ik Marian Kaljouw uit het St. Antoniusziekenhuis te Nieuwegein. Ze komt eigenlijk voor Marianne Lensink en Marielle van Dongen. Ze werkte al in mijn tijd in Nieuwegein. Inmiddels is ze ook voorzitter van V&VN, de koepel van verplegenden en verzorgenden, waarvan ik weer in de raad van advies zit. We snijden mijn advies aan om naar analogie van de specialisten een opslag per uur of per DBC te geven voor kwaliteitsbeleid.
We brengen met de Raad van Bestuur een bezoek aan de maatschap reumatologie. Anders dan elders, sluiten we aan bij hun vergaderagenda en worden zo betrokken in het wel en wee van de vakgroep. Wel wil ik een discussie over de vraag waar de reumatologie zichzelf plaatst in de vorming van klinische centra. Er is een duidelijke landelijke trend de reumatologie weer binnen de algemene interne te positioneren, zelfs in nabijheid van de dermatologie. Dit gelet de veel vroegere interventie in de reumatologie met TNF alfa remmers waardoor niet meer de late gewrichtsmisvormingen op de voorgrond staan maar de risico's van de immunosuppressietherapie met risico op infecties. Dat maakt het complex interne geneeskunde nog groter en vraagt om tenminste nadere (sub)differentiatie in bijvoorbeeld algemene interne + reumatologie, maagdarmziekten, haemato-oncologie en nefrologie om maar eens met mijn lijstje te beginnen.
Voorafgaand aan het Studium Generale overlegt de 'faculty' bestaande uit Marc Berg, Michel Galjee en ik over de invulling van ons management scholingsprogramma. We besluiten Directeur-Generaal Martin van Rijn op 5 april te vragen om zijn verwachtingen voor de toekomst te geven. Hij kan dan ook. Tot mijn grote spijt kan ik dan zelf niet, want zit dan in de Commissie van Toezicht van het RIVM in Bilthoven en ga aansluitend naar de Matthäus Passion in de Pieterskerk in Leiden. Dat laatste is al vele jaren een vast punt in de dagen voor Pasen, dat ik niet wil opgeven. De Pieterskerk in Leiden, is de kerk waar Arminius ligt begraven, de 'rekkelijke' proto-remonstrant en tegenvoeter van de 'precieze' contraremonstrant Gomarus. Daar ligt ook Petrus Camper, de Gronings-Friese pendant van Boerhaave, de alleswetende arts, medisch specialist avant la lettre, lid van de Raad van State en naamgever van het Petrus Camper Instituut, een kleine, selecte denktank over de toekomst van de specialistische geneeskunde, opgericht bij de fusie van de LSV in de Orde van Medisch Specialisten.
Het studium generale is ook de tweede keer goed bezocht. De verhalen van achtereenvolgens Marc Berg over de toekomstige rol van de specialist in het ondernemende ziekenhuis en daarna Rik Quartero over de wording van het concept vrouw kind centrum vallen goed. De geanimeerde discussie onderstreept dat.
J. Herre Kingma
|