
J. Herre Kingma - Om half tien zie ik Caroline Kielstra van het Alzheimer research fonds. We overleggen over de voorgang rond de integratie van de wetenschap in de stichting Alzheimer Nederland, waarover ik het fonds de laatste maanden heb geadviseerd. Daar komt aardig schot in en we werken naar een configuratie die lijkt op die bij de Nederlandse Hartstichting, waar samenleving en wetenschap hand in hand gaan. Wordt vervolgd.
Om tien uur bel ik met Emile Lohman, voorzitter van de Raad van Bestuur van het UMC Nijmegen of te wel het Radboud Ziekenhuis. Ik oriënteer me op de mogelijke rol van Nijmegen in een oostelijk samenwerkingsverband Universiteit Twente (UT), MST en Universitair Medisch Centrum Groningen, mede ter voorbereiding op het bestuurlijk overleg MST met het College van Bestuur van de UT. Nijmegen vervult een belangrijke rol in de studie Technische Geneeskunde, die onder leiding van Peter Vooys, oud-decaan uit Nijmegen bij de UT wordt vormgegeven met input uit Nijmegen. Verder spreken we in het algemeen over samenwerking tussen ziekenhuizen, waarover we ook al spraken voor zijn gang naar Nijmegen en tijdens zijn bezoek aan Twente eind september vorig jaar. Ik spreek een tegenbezoek af in Nijmegen ergens de komende zes tot acht weken.
De VPRO meldt zich om half elf en ik word gedurende tien minuten geïnterviewd door Chris Keyne over het onderwerp patiëntveiligheid naar aanleiding van het rapport van de Inspectie over het operatieve proces en de onthutste reacties in de media. Ik geef mijn visie. Het rapport, geschreven door inspecteur Willem Nugteren is uitstekend en to the point. Het probleem moet op systeemniveau worden aangepakt en vermeden moet worden dat de professional die aan het eind van iedere keten staat het voorwerp wordt van blaam, schande, straf en boete. Dat leidt op geen enkele wijze tot verbetering en dat zijn wel de geluiden, die onmiddellijk weer de kop op steken na zo’n rapport. We hebben een grote verander- en meldingsbereidheid nodig in de ziekenhuizen. Riep de inspectie zelf twee weken geleden niet nog op tot blamefree reporting of veilig incident melden (VIM). We moeten in een zekere rust onze ziekenhuisprocessen fundamenteel herontwerpen; die zijn soms bijna middeleeuws, in ieder geval niet meer van deze tijd. Er moet een enorme boost komen op ICT gebied en last but not least moeten we nadenken hoe we een naadloze samenwerking organiseren tussen de verschillende medische disciplines. Als zakelijke belangen die samenwerking in de weg staan, moeten we die barrières ook langs zakelijke weg opruimen. Vooralsnog wil ik niet uitgaan van onwil, maar we krijgen wel haast nu al deze tekorten zo uitgestald worden in de etalage.
Ik lunch in Den Haag op de Witte met Arthur Docters van Leeuwen, de AFM (Autoriteit Financiële Markten). Hij heeft me in mijn ‘leertijd’ in 2000 bij de Inspectie de beginselen van het toezicht bijgebracht. We bespreken de kansen voor het toezicht in onze samenleving. Toezicht krijgt een beetje de schuld van het te veel aan regels en bureaucratie. Ik memoreer het interview met de OPTA, de AFM, de NMA en de IGG in Des Indes en gepubliceerd in Vrij Nederland onder de titel “de nieuwe macht van Nederland”. Dat heeft wel wat wenkbrauwen doen fronsen en de claim op al die macht is, zeker in mijn toenmalige functie, sterk overdreven. Dat toezicht de oorzaak van de regelzucht is, is onjuist, het toezicht maakt geen regels. Ik geloof zelf dat een vrijere samenleving met meer markt en minder regels juist vraagt om krachtiger toezicht. Als je als beleidsmaker minder stuurt aan de voorzijde (met aanwijzingen, circulaires en regels), moet je aan de achterkant wel toezien of het resultaat wel deugt. Dat heet sturen op resultaten, of in medische termen op outcome. Het kan niet schelen hoe je het voor elkaar krijgt, als het resultaat maar aan de verwachtingen (van de burger) voldoet en je methoden en werkwijzen maar hygiënisch en legitiem zijn. Ik begrijp van Arthur dat het in de financiële wereld ook die kant opgaat. De prestatie-indicatoren die in mijn IG-periode zijn ingevoerd voldoen aan dit principe, al moeten ze verder worden geperfectioneerd en gevalideerd.
Het was onderhoudend en leerzaam. Op weg naar huis belt Chris Peeters me. Hij wil samenwerken met mij, mijn ziekenhuis en bij voorkeur zelfs een groep ziekenhuizen om te zien of er een soort accountancy van kwaliteit en veiligheid mogelijk is. De prestatie-indicatoren zijn tenslotte feiten en getallen waarover gerapporteerd wordt en waarvan we in goed vertrouwen aannemen dat ze waar zijn. Of deze een getrouw beeld van de aangetroffen werkelijkheid geven, is ook niet eens vanzelfsprekend. We kunnen in dat
opzicht nog veel leren van de financiële wereld.
|