
Aan alles is te merken, dus ook aan dit blog, dat het herfstvakantie is. Niet alleen op de weg is het rustiger, ook in het ziekenhuis. Zelfs de vergadering van de Raad van Bestuur is overzichtelijker dan anders. Zijn we met elkaar - tenminste als we werken - steeds drukker aan het worden, steeds sneller in onze acties en reacties?
Tientallen mails per dag, waarop iedereen ook meteen antwoord en actie terug verwacht: de staccatosamenleving, zoals een professor dit fenomeen van drukte ooit noemde. De contacten mogen dan sneller en frequenter worden, tegelijk wordt er steeds korter gewerkt, zijn de vakanties frequenter, is althans mijn indruk. In 1985 ging ik als specialist zelden voor half acht 's avonds naar huis, had een halve dag vrij per week als compensatie voor avond-, nacht- en weekenddiensten, want na een (weekend)dienst werd (en wordt nog steeds meestal) gewoon doorgewerkt. Een werkweek van 70 uur was min of meer standaard in die dagen. Dit alles exclusief commissie- en bestuurswerk, dat deed je er grotendeels in eigen tijd bij. Toen ik het vak uitging medio 2000 was die druk beduidend afgenomen. Ik had al een volle dag compensatie per week en meestal naar huis voor zes uur. Dat Minister Hoogervorst zegt dat specialisten, maar ook huisartsen minder lang werken dan vroeger klopt dus wel. Hij komt op 180 dagen per jaar gemiddeld. Een doorsnee werknemer die voltijds werkt komt op zo'n 225 dagen, allerlei regelingen en scholingsdagen daargelaten. Toch is het sommetje wel wat ingewikkelder. Voor praktiserende artsen moeten bij die 180 dagen van Hoogervorst nog wel de diensten en na- en bijscholing worden bijgeteld en dan kom je weer aardig in de buurt van de gemiddelde werknemer. Dokters werken dus niet minder dan het gemiddelde, maar gaan wel meer lijken op de doorsnee Nederlander, alle uitzonderingen daargelaten, maar die zijn er ook vele onder ‘gewone’ werknemers. Net als gewone werknemers komen parttime contracten steeds meer voor, o.a. samenhangend met de sterke instroom van vrouwelijke artsen en het tweeverdienerschap, delen van zorgtaken enz.
Zelf ga ik vandaag ook maar eens op tijd naar huis. Eerst thuis eten, dan vergaderen in Amersfoort voor een leuke onbetaalde bijbaan. Ik ben voorzitter van een studiefonds ooit opgericht door drie ongetrouwde en kinderloze broers, die hun nalatenschap, hun boerderij en wat geld al vele generaties ten goede laten komen van de, waarschijnlijk al meer dan duizend nazaten van hun achttiende eeuwse grootouders De toelages aan zo'n tien tot vijftien studenten gaan langzamerhand de hele wereld over. Hoe zeer ook bescheiden, de bijdrage is altijd welkom.
|