
Met de klachtencommissie praat ik over de vraag hoe we na een klacht follow up geven aan hun oordelen en adviezen. We zullen de trends in de klachten voortaan ook in de gesprekken met de afdelingen en resultaat verantwoordelijke eenheden meenemen. Dus niet alleen over geld en productie praten, maar ook over kwaliteit, veiligheid en patiënttevredenheid. Ook moeten we de klachtafhandeling en uitkomst daarvan opnemen in het vanaf 2008 landelijk door VWS verplicht gestelde patiëntveiligheidssysteem.
Om twee uur zie ik het bestuur van de huisartsenkring Twente, de heren Eijgelaar en Martinus. De sfeer is goed. We gaan proberen alle activiteiten gericht op de eerste lijn in ons ziekenhuis onder één noemer brengen om de huisartsen beter van dienst te kunnen zijn, maar ook om met hen te verkennen hoe we de zorg voor de patiënt met een chronische aandoening dichter bij de eerste lijn en thuiszorg kunnen krijgen. We willen de huisartsen nu ook snel aansluiten op ons ziekenhuisinformatiesysteem, X-Care. Dat had van meet af aan gemoeten, maar dat gaan we nu voortvarend aanpakken. Laboratoriumuitslagen, verslagen van foto's en echo's en natuurlijk de brieven moeten on line beschikbaar komen. Ik kondig bij de heren ook aan dat ik na ons overleg naar Losser ga om daar met de plaatselijke huisartsen te overleggen.
Ik ga met Frans Wolbers naar Losser. Aanleiding is dat enige specialisten te kennen hebben gegeven geen poli meer te willen doen in Losser. Men ziet daarin een trend, die kan eindigen in het uiteindelijk opheffen van de buitenpoli aldaar. Dat heeft tot onrust geleid bij de gemeentelijke bestuurders en de bevolking. Deze zomer sprak ik daarom al met B&W en later ook met een deel van de gemeenteraad. Overleg met de huisartsen is dus niet meer dan logisch. Het gesprek grijpt men aan om ook een aantal ongenoegens te ventileren over MST. Die zijn deels van algemene aard, zoals de snelheid van rapportage, de toegang tot ons ziekenhuisinformatiesysteem, waar we hiervoor ook al met de heren Eijgelaar en Martinus over spraken. We komen ook aan ons punt, nl op welke wijze kan MST haar functie vervullen in wat ik maar noem het buitengebied. Huisartsen en patiënten willen de klassieke polikliniek vasthouden, wij benadrukken dat we zorgen hebben of we al die functies in de lucht kunnen houden. We willen tegelijk met MST ook graag een topklinisch centrum open houden in Oost Nederland. Een aantal specialisten meent dat hun inzet in Losser niet altijd even efficiënt is. MST wil in Losser onderzoeken, maar ook elders in ons verzorgingsgebied, hoe we de zorg vanwege het ziekenhuis het beste vorm kunnen geven. Dat kan betekenen dat sommige functies naar Oldenzaal gaan, maar anderzijds dat we ook willen investeren in de ondersteuning van 'disease management' programma's en zogenaamde zorgstraten, waarin geprogrammeerde zorg wordt geboden aan de groeiende stroom oudere chronische patiënten. Meest genoemde ziektebeelden zijn diabetes, chronische longziekten, hartfalen, maar je zou ook depressies kunnen noemen, niet zo vaak genoemd in dit soort lijstjes. In dat soort programma's kunnen ook nurse practitioners een belangrijke rol spelen en huisarts en specialist prima vervangen. We beloven half januari iets van ons te laten horen. Ik stel wel vast dat de ideeën en ideologieën over modernisering van zorg de afgelopen vijftien jaar weliswaar gemakkelijk werden geponeerd tijdens de onafzienbare reeks congressen en symposia, maar dat de werkelijkheid toch een stuk weerbarstiger is dan de leer. Toch ervaar ik dit soort gesprekken zo pal op de praktijk van alle dag als louterend na mijn avonturen op het Haagse inspectiepluche.
Om zes uur dineren Bert Vos en ik met de maatschap interne geneeskunde. Ons afdeling banqueting heeft zijn best gedaan. Het kan zonder meer concurreren met het belendende hotel, waar we eerder met de chirurgen tezamen kwamen aan de dis. We vragen de internisten naar hun ideeën hoe het ziekenhuis in te delen in voor dokter en patiënt herkenbare klinische centra. Dat is nog niet zo makkelijk voor een zeer omvangrijke groep als de interne geneeskunde. Hemato-oncologie is een redelijk voor de hand liggend thema met duidelijke voorbeelden elders. We staan stil bij het belang van het behoud van de algemene interne geneeskunde, naast alle subspecialisaties. Met name is dat van belang voor de oude en zeer oude patiënt. Een separate rol voor de somatische geriatrie is er niet zonder meer, zeggen de internisten, die vrijwel allemaal in hun dagelijkse praktijk veel oude patiënten behandelen. Ik houd wel een pleidooi om ook klinisch farmacologische kennis in de groep te houden of te brengen. Daar is met name bij de oude patiënt, die met grote hoeveelheden medicijnen wordt behandeld nog een wereld te winnen. Vanavond schrijft de krant ook weer over de vele vermijdbare ziekenhuisopnames door overmatig of verkeerd gebruik van geneesmiddelen. Tenslotte staan we stil bij de relatie met de huisartsen. Ik verhaal over mijn bezoek aan Losser. Men vindt dat er jaren geleden heel serieus en hoogwaardig is geïnvesteerd in de transmurale zorg door de internisten. Maar dat is niet gesteund en gehonoreerd in contracten met de zorgverzekeraars. Die hebben hun kaarten vooral gezet op de optuiging van de eerste lijn voor dit doel. De internisten zijn niet erg hoopvol dat ze nog een structurele rol kunnen spelen in dat type zorg. Men vindt dat zeer spijtig, gelet ook hun inbreng van kennis, die de kwaliteit zeer ten goede zou kunnen komen. Ik ben van mening dat we de gesprekken daarover toch weer moeten openen met de eerste lijn.
Na deze zeer nuttige gedachtewisseling vertrek ik naar Amersfoort, waar ik me met een paar verre verwanten buig over de toekenning van pensies (studiebeurzen) aan een tien tot vijftien studenten all over the world tot in Brazilië toe. Om in aanmerking te komen voor een uitkering uit dit fonds moet je van een boerenechtpaar afstammen dat zo'n tien generaties geleden aan de kust van de Zuiderzee in Friesland leefde. Dat zullen er inmiddels vele duizenden zijn, die we dus ook lang niet allemaal kennen. Het is goed om je ook eens met andere zaken dan gezondheidszorg bezig te houden.
|