
We overnachten na de Matthäus in Oldenzaal in hotel Bloemenbeek in de Lutte. Ik heb de wekker, mijn mobile, op 06.20 gezet, want ik ga vandaag met Henny Voss naar het Congress des Westens in Essen. We zouden om zeven uur vertrekken, maar ik verslaap me omdat mijn telefoon nog op wintertijd blijkt te staan en dus een uur later om twintig over zeven afgaat.
Ik werd kort na mijn komst in Twente in de programmacommissie gevraagd van dit congres, waarvan ik i.v.m. MST-prioriteiten slechts de helft van de vergaderingen heb kunnen bijwonen in Dusseldorf. Stefan Winter, de huidige staatssecretaris gezondheidszorg en sociale zaken van Nordrhein-Westfalen vroeg me mee te doen. We waren tot 2006 collegae, beiden chief medical officers in het EU overleg namens ons beider landen. De weerslag van mijn input uit Nederland is zo bescheiden dat ik die (behalve de vermelding van mijn naam in het colofon) in het programma niet terugvind. In de voordrachten wordt het Nederlandse zorgverzekeringsstelsel, maar ook onze organisatie van de zorg niettemin regelmatig genoemd en geroemd door de Duitse sprekers. Belangrijk onderscheid is dat onze tweede lijnszorg vrijwel uitsluitend vanuit het ziekenhuis wordt geleverd via tussenkomst van de huisarts. Hier kent men de zogenaamde Niedergelassenen, specialisten werkzaam buiten het ziekenhuis en rechtstreeks te consulteren, dus een soort eerste lijns specialisten, zou je kunnen zeggen. Dat leidt nogal eens tot dubbele diagnostiek, want in het ziekenhuis doet men alles over. Men staat hier ook aan het begin van een ingrijpende stelselwijziging, wat anders dan in ons land maar met hetzelfde doel, duurzaam betaalbare kwalitatief hoogwaardige zorg voor allen. Men wil meer in ketenzorgconcepten gaan werken, grotere transparantie bereiken. en vooral grotere uitwisselbaarheid van klinische gegevens tussen de Niedergelassene Ärtzte en de ziekenhuizen. 's Middags verzeil ik met Henny min of meer per ongeluk in een sessie, die over de fiscale behandeling gaat van Duitse ziekenhuizen. Een ver ons bed show, die toch wel wat interessante doorkijkjes in het Duitse systeem geeft. Zoals een presentatie van een joyeuze Prinz (die lieden hebben ze daar nog in het wild rondlopen) von Thurn und Taxis, het hoofd van de Maltezer Organisatie in Duitsland (omzet ruim € 650 m), die o.a. ambulances en ziekenhuizen exploiteren. Hij beschrijft de Duitse fiscus als een inhalige macht die met de ene hand geeft en de andere neemt. Ziekenhuizen betalen dus, anders dan in Nederland, belasting. Een ander opvallend feit is dat investeringen ten gunste van de praktijkvoering van specialisten, waaruit privé-omzet wordt gegenereerd, fiscaal belastbaar zijn bij die specialisten.
Om zes uur drinken we nog een glas en luisteren naar de toespraak van Ulf Fink, senator b.d. uit Berlijn en president van dit congres. Niemand kent me hier, hij dus ook niet en noemt me consequent Herr Kingsma. Wat mijn rol is, was of had moeten zijn in het wetenschappelijk comité, is me niet erg duidelijk geworden. Er waren mijzelf en Henny incluis zegge en schrijve drie Nederlanders. Guy Peters, voorzitter van het Academisch ziekenhuis Maastricht is de derde. Hij spreekt morgen over grensoverschrijdende samenwerking. Die is in Limburg weet ik uit een werkbezoek enige jaren geleden, zeer intensief. Als we een bredere supraregionale uitwisseling willen van concepten, ideeën en uiteindelijk medische zorg moeten we dat m.i. toch anders aanpakken dan met zo'n congres. Overigens, of samenwerking met de Duitse collegae met onze zo sterk verschillende systemen en culturen 'überhaupt' nuttig en haalbaar is, valt te bezien. Onze patiënten vragen zich dat helemaal niet af. Die gaan gewoon waar de wachtlijsten kort zijn en ook de nazorg goed is. Zo mag je daar na sommige operaties op kosten van onze Nederlandse zorgverzekeraar nakuren na een operatie. Dat kennen we nog niet in ons land. Om acht uur zijn we al weer terug in Twente, dus de afstand kan het probleem niet zijn.
J. Herre Kingma
|