![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Vanmorgen overleg ik met Cees Doelman over ons bezoek aan Oldenzaal vanmiddag. Cees is niet alleen clustermanager Haaksbergerstraat, maar is ook belast met een beperkte reorganisatie in Oldenzaal, die net is afgerond. Met dit bezoek komen we onze afspraak na, na twee eerdere bezoeken om de medewerkers gedetailleerd te informeren over de toekomst van onze vestiging daar. Om 10 uur word ik opgehaald door afdelingshoofd Elly Huiskes van de A2/D2, onderdeel van het Thoraxcentrum. Hier liggen o.a. patiënten na een dotterprocedure of die van de IC komen na een hartoperatie. We drinken koffie met een viertal verpleegkundigen. Alle vier zijn zeer content met hun werk en maken een gedreven en bedreven indruk. Als patiënt zou ik me daar veilig bij voelen. Het Thoraxcentrum heeft niet alleen de patiënten veel te bieden, ook de verpleegkundigen kunnen er hun ambities kwijt. Echte knelpunten zijn er eigenlijk niet. Één van hen heeft hiervoor vele jaren in een verpleeghuis gewerkt en is toch weer in het ziekenhuis gaan werken. Het grootste contrast is wel dat patiënten echt veel beter weggaan dan ze komen. Voor een arts is een dergelijke overstap vrijwel ondenkbaar. Toch een prachtig beroep, de verpleegkunde, waarin een dergelijke overstap ook later in je carrière blijkbaar wel goed mogelijk is. Anderzijds is het wel zorgelijk dat er zo weinig hoog opgeleide verpleegkundigen in de eerstelijnszorg werken. De 80+ mevrouw die vandaag nog net geopereerd aan een aortaklep op de afdeling ligt bij wijze van spreken, gaat al weer heel snel naar huis en ontbeert daar de topzorg die ze hier dagelijks krijgt. Eigenlijk zouden we die zorg zeker de eerste week als wat vroeger heette 'ziekenhuis verplaatste thuiszorg' zelf moeten geven vanuit het ziekenhuis. Dat vergt een ingrijpend andere inrichting van de zorg. In het Innovatieplatform heb ik een nota ingebracht, die schetst hoe je het zorgcontinuum, daar gaat het hier om, zou kunnen vormgeven en hoe hoogopgeleide verpleegkundigen ook de patiënt thuis of tijdelijk in het verpleeghuis kunnen begeleiden, ook met behulp van telemonitoring, en remote care. In de cardiologie is die kennis al jaren aanwezig. Langs een omweg komen we ook even op de uitzending van Netwerk dinsdagavond over het vraagstuk van orgaandonatie op de IC in het Erasmus Medisch Centrum Wanneer mag je gaan transplanteren: pas als je volledig hersendood bent of misschien al iets eerder, zoals dr. Groeninx van Zoelen, intensivist in het EMC betoogt. Dat zou wel meer organen, met name hart en longen, opleveren voor transplantatie dan na overlijden na/door een hartstilstand. "Hoe dood moet je zijn" voor je mag transplanteren, vraagt één van de verpleegkundigen, waar ik mee praat, zich af. Dezelfde vraag kwam ook even naar voren tijdens onze vergadering van de Beraadsgroep Geneeskunde van de Gezondheidsraad dinsdagmiddag. De voorzitter prof. André Knottnerus vroeg ons allemaal te kijken naar Netwerk die avond, want de discussie is kennelijk actueel. Een hellend vlak, ook al levert het meer organen op, vinden we. Na dit ethische uitstapje loop ik met Elly over de afdelingen. Die zien er prachtig uit. Dat onderstreept nog eens de contrasten in ons ziekenhuis, die dus aanzienlijk zijn. Onze taak als Raad van Bestuur om de achterblijvende voorzieningen op andere afdelingen op te krikken naar dit niveau. Wat in het Thoraxcentrum kan, moet uiteindelijk overal kunnen, maar dan zijn we nog wel even onderweg. Om half twaalf zie ik samen met Mariska, Chris Bronkhorst. Hij brengt voor ons de juridische en bestuurlijke relaties tussen specialisten en Raad van Bestuur in kaart. RvB en Medisch StafBestuur (MSB) zijn gezamenlijk opdrachtgever. Bedoeling is om uiteindelijk tot een bruikbaar besturingsmodel te komen. Er zijn verschillende varianten operationeel. Sommige ziekenhuizen nemen de stafvoorzitter op in de directie, elders bestaat een soort college van bestuurs-constructie, waarbinnen stafbestuur en Raad van Bestuur consensus trachten te bereiken. De agenda van ons overleg RvB-MSB is vanmiddag kort. We staan stil bij het komend studium generale, ons management scholingsprogramma. Het stafbestuur oriënteert zich op de mogelijkheid daarnaast een twee en half daagse "hei"bijeenkomst te houden voor aspirant en kandidaat medisch managers. In de loop van de middag vertrekken we naar Oldenzaal. Daar zitten zo'n 40 medewerkers, merendeels verpleegkundigen in de kantine en horen mijn inleiding aan, waarin ik het toekomstig profiel van het ziekenhuis uitleg. Dat ligt al voor bij de OR, is besproken met MSB en Kernstaf en natuurlijk de Raad van Commissarissen. Ook heb ik er iets over gezegd op de nieuwjaarsbijeenkomst. Met name die opmerkingen zijn, ik zou bijna zeggen achterste voren in de krant gekomen. Die zijn door ons gecorrigeerd en genuanceerd en dat doe ik hier ook nog eens. Eerst en vooral gaat het nu om het langs wegen van geleidelijkheid uitbouwen van het electief behandelcentrum, kortweg EBC. Dat is géén compleet ziekenhuis met alle functies, dat kan ook niet meer. Daar wil ik duidelijk over zijn. Het EBC gaat wel een palet aan verrichtingen bieden, daarover zijn gesprekken gaande met de clinici. Na een levendig debat lijkt er een redelijk positieve stemming. Nu is het aan de Raad van Bestuur de plannen waar te maken. Om half zeven ontmoet ik Marc Sprenger Directeur-Generaal van het RIVM tijdens een etentje in La Sensa in Den Dolder. Prima restaurant overigens. Daar wil ik nog wel eens heen. Ook redelijk geprijsd. We wisselen onze ervaringen uit. Kijken terug, maar vooral vooruit. Het RIVM is een prachtig bedrijf, als staatsbedrijf misschien wat log en bureaucratisch, maar een fantastische en gerichte bundeling van kennis, een mengeling van universiteit en semi-politiek bedrijf, vind ik. Ik vertel over onze ambities, onze ontwikkeling naar teaching hospital bij het UMC Groningen, de ambitie intensiever en in ieder geval structureler met de Universiteit Twente samen te werken. Marc vertelt over zijn ambities, het recente bezoek van de NZA (Nederlandse Zorg Autoriteit), Frank de Grave en zijn enthousiasme over de website Kies Beter van het RIVM, die enorm bijdraagt aan "transparantie in de markt", de opdracht van de NZA, die juist te bevorderen. Dat was (en is) ook één van de doelen van de prestatie-indicatoren van de Inspectie, waar ook het RIVM zijn ondersteuning aan leverde. Om negen uur keren wij huiswaarts voor nog een stukje avond thuis, maar niet nadat ik nog net de chauffeur van Marc de hand schud. Hij heeft mij ook heel eventjes gereden jaren geleden. Een aardiger chauffeur is bijna niet te vinden en dat is heel belangrijk, want in dat soort banen breng je veel tijd samen in de auto door. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||