
Om elf uur zie ik Hans Simons, die mij, maar vooral ook het MST bezoekt. Sinds vorig jaar bestiert hij het ziekenhuis Goes, als onderdeel van de Oosterschelde ziekenhuizen, een groep ziekenhuizen, die graag zouden fuseren, maar de NMa op haar weg vindt.
Ik ken Hans persoonlijk sinds zijn nadagen als Staatssecretaris van Volksgezondheid in het laatste kabinet Lubbers. Ik maakte me toen als cardioloog druk om de wachtlijsten voor de hartchirurgie met daaronder de jaarlijkse tol van de wachtlijstdoden. Inmiddels zijn we collega’s, Hans in Zeeland, ik in Twente, sinds donderdag, weten we nu, in gezelschap van Marjanne Sint, nu nog Secretaris Generaal bij VROM. Zij gaat per 1 januari naar de Isala klinieken in Zwolle. Het lijkt erop dat Den Haag de operatie ziekenhuis als carrière perspectief ontdekt heeft.
Hans Simons blijkt met dezelfde vraagstukken bezig als wij in Enschede. De nieuwbouw, het nieuwe bouwregime na 2007, dat zal wijzigen, de integratie van professionals en lijnwerkers in het management en besturing van het ziekenhuis, budget en kwaliteit, de relatie met zorgverzekeraars. Ik geef hem inzicht in onze bouwplannen en economische scenario’s hoe we alles denken te financieren. We spreken af elkaar van advies te dienen, als het zo uit komt. Concurrenten zijn we op een afstand van bijna 300 km in elk geval niet.
We maken een rondgang door het ziekenhuis en bezoeken de apotheek, waar Hadewig Kolen ons de geautomatiseerde uitlevering van geneesmiddelen laat zien, waarvoor we ook nog even een uitstapje maken naar de IC Thoraxchirurgie. Daarna lopen we van de locatie Haaksbergerstraat naar locatie Ariensplein, over onze legendarische brug de Haaksbergerstraat kruisend, een woonwijkje doorsnijdend, altijd goed voor verbazing, ook voor Hans Simons. In de hal van het Ariënsplein wachten we op mijn echtgenote, die tijdens onze rondgang een bezoek heeft gebracht aan twee verpleegafdelingen. We lunchen buiten het ziekenhuis en zetten onze discussies voort.
Het oude dispuut over de vraag of dienstverband beter is dan het vrij beroep/ondernemersschap, zo stellen we vast, moeten we niet meer zo absoluut in termen van pro of contra benaderen als destijds. Als je het ziekenhuis ontleedt in een aantal grote patiëntenstromen, te noemen zijn de acute zorg, de complexe (topklinische) zorg, de niet complexe routinezorg, de chronische zorg, dan vraagt iedere stroom om een eigen financierings- en organisatievorm. Niet complexe routinezorg, zoals heup- en knievervanging, cataractoperaties en andere vervangingschirurgische ingrepen kun je waarschijnlijk het beste ‘ondernemingsgewijs’ leveren, gehonoreerd per verrichting of met een prestatie- en productieafhankelijke component in het salaris. Acute zorg daarentegen leent zich daar weer veel minder voor. Iets om eens goed uit te werken en niet schromen om met onorthodoxe oplossingen te komen, ook met het oog op het loopbaan perspectief voor de medisch specialist. Rond een uur of twee nemen we afscheid en spreken af contact te houden en een tegenbezoek in Zeeland af te leggen.
Om half drie ontvang ik samen met mijn echtgenote, die om die reden mee is gekomen naar MST vandaag, de heer en mevrouw Grandjean, de ouders van ons hoofd thoraxchirurgie Jan Grandjean. Mevrouw Grandjean heeft de ‘tien geboden voor goede zorg’, die ik heb geformuleerd bij mijn afscheid als Inspecteur Generaal en die de NRC heeft afgedrukt op 31 januari jl. geborduurd op een 100 jaar oude linnen doek, die mooi ingelijst op mijn kamer zal komen te hangen. Henny Voss, de clustermanager van het thoraxcentrum en Jan Grandjean zelf zijn er ook bij. We hebben tea and sandwiches voor de gelegenheid en wisselen verhalen en ervaringen. De oude heer Grandjean is voor WO II geboren in Indonesië en zat op school in Bandoeng, was voorbestemd om tropische bosbouw in het voormalig Nederlands Indië te bedrijven, maar daar kwam het niet meer van na de oorlog. We praten over ‘oude mensen, de dingen die voorbij gaan’, maar ook over de toekomst van ons ziekenhuis, waarin het thoraxcentrum zo’n belangrijke rol speelt. We nemen tegen vieren afscheid en gaan ieder ons weegs. Wij naar huis, op tijd vandaag.
|