
Met Mart v.d. Laar en Maarten IJzerman lopen we de agenda langs van het komend bestuurlijk overleg van het College van Bestuur van de UT en de Raad van Bestuur van MST. De heren hebben een bruikbaar stuk gemaakt waarin de mogelijkheden zijn verkend voor meer structurele samenwerking naast de tientallen jaren bestaande bilaterale contacten en vormen van samenwerking. Belangrijk is aan te geven waar synergie ligt en waar samenwerking niet aan de orde is, zoals op het terrein van het fundamentele onderzoek. MST kan een inspirerende omgeving bieden voor toegepast onderzoek op klinisch en organisatorisch terrein.
Met Jan Grandjean en Henny Voss verkennen we de mogelijkheden en wensen om tot een meer autonome beheers- en bestuursstructuur te komen voor het Thoraxcentrum. Dat is getriggerd door ons organisatiebesluit, waar het Thoraxcentrum bestaande uit een aantal samenwerkende RVE's meent moeilijk mee uit de voeten te kunnen. De RvB zou graag zien dat het Thoraxcentrum laat zien dat het concept van een ordening van het ziekenhuis in zgn. klinische centra naar de grote ziektebeelden mogelijk is. Multidisciplinaire samenwerking door verschillende specialismen moet tot een meer integrale geneeskunde leiden, waarin de patiënt daadwerkelijk centraal staat. Als het ergens kan, is het in het Thoraxcentrum.
Met de Twentse huisartsenkring overleggen we over de voortgang op de verschillende dossiers. Menzis heeft vergaande ideeën over de vormgeving van eerste lijnscentra en wil daarin ook investeren en zelf ondernemen met eigen huisartsen, als ik het goed heb begrepen. Dan rijst toch de vraag hoe ver je als verzekeraar kunt gaan. Persoonlijk zie ik graag - naar analogie van het trias politica - een soort trias medica, waarin aanbod van zorg (dokters en ziekenhuizen), betaling van zorg (verzekeraars) en het toezicht op de zorg (de staat) organisatorisch en qua verantwoordelijkheden fundamenteel gescheiden zijn. De stemming in dit overleg is goed, onvergelijkbaar veel beter in elk geval dan bij onze eerste gesprekken vorig voorjaar.
Om vier uur geef ik een introductiecollege voor de nieuwe groep co-assistenten en volg de lijn van de inleiding die ik voor het boekje schreef. Hoe herorden ik mijn encyclopedische medische kennis opgebouwd naar ziekten en hun oorzaken naar een klacht en symptoom en daarmee meer patiëntgericht kenniskader en leer ik te werken met de werkelijkheid van de 20-80. Namelijk, 80% van de kennis gaat over 20% relatief weinig voorkomende ziekten en 20% van de kennis over de meest voorkomende ziekten, die 80% van de praktijk uitmaken. En hoe om te gaan met klachten, die niet in de standaard rijtjes passen van de leerboeken of buiten het domein van het specialisme vallen. Hebben die patiënten dan medisch gezien niets omdat ze niet klinisch classificeerbaar zijn. Hoe leer je ook daar serieus mee om te gaan zonder je klinische objectiviteit en rationele benadering te verliezen.
Om vijf uur vergadert de Kernstaf over ons organisatiebesluit. Men heeft besloten dat buiten aanwezigheid van de Raad van Bestuur te doen. Zoals ik al eerder zei, dat is jammer, doet afbreuk aan ons samenwerkingsmodel. Zoiets moet je niet willen. Deze leden van de Raad van Bestuur hebben een track record van stabiel bestuur en zijn zeker bestand tegen kritiek en verschil van mening. Dat spreek je gewoon uit in elkaars bijzijn. Enfin, we horen wel wat eruit komt. Het O&O besluit is genomen, daar komen we niet op terug, maar de wijze waarop we e.e.a. zullen invoeren biedt naar mijn smaak voldoende mogelijkheden de nog levende bezwaren grotendeels weg te nemen.
Dit 'vroegertje' biedt me de gelegenheid met mijn oude vriend Willem van der Ham te gaan dineren. Willem was thesaurier van het eerste bestuur van de Orde van Medisch Specialisten (aanvankelijk in oprichting), dat ik in '96 en '97 mocht voorzitten in aanloop naar de oprichting in januari 1997 en het jaar erna. De Orde bestreed in die tijd zo ongeveer alles in ziekenhuisland, waar specialisten mee te maken hadden. Te beginnen de Regering, de minister, de verzekeraars en last but not least de ziekenhuizen. We werden betiteld als warlords. Dat is schromelijk overdreven. In die tijd werd ook een belangrijke zwengel gegeven aan het kwaliteitsbeleid. Aan het einde van onze bestuursperiode is er nog juist onder ons bestuur een goed einde gekomen aan de onrust met het convenant medisch specialistische zorg. In die dagen overleed mijn moeder en kort erop kreeg ik mijn benoeming als hoogleraar. Enorme contrasten. De hele historie staat magistraal beschreven in het boek ' de eed en het geld' van de hand van de historicus dr. Henk Nicolai. Een aanrader voor een ieder die de geïnteresseerd is in de continuing story van de strijd van de medisch specialisten tegen alles wat hun vrijheid beknotte. Wie het wil hebben, moet mijn secretaresse bellen, het was ooit bedoeld voor ruime verspreiding. Ondertussen zit ik aan de andere kant van de tafel als bestuurder. Willem van der Ham, zelf anesthesist, leidt op ons verzoek een onderzoek naar de werkbelasting van onze anesthesisten. We eten wederom de voortreffelijke zeetong, het topgerecht van restaurant het Koetshuis. Een tafel verder zitten onze burgemeester en de voorzitter van de UT met hun gasten. Zo voldoen we aan het stereotype beeld dat sommigen van ons als bestuurders hebben. Veel dineren en veel op reis. Beetje waar maar vooral heel veel niet waar. Natuurlijk, je spreekt veel met je collegae elders in Nederland, Europa en de wereld. Dat leidt tot een peilsnelle uitwisseling van kennis op terreinen van patiëntveiligheid, patiëntgerichtheid, doelmatigheidsonderzoek, ziekenhuisbouw en zo meer. In die contacten moeten we onze specialisten veel vaker betrekken. Zij zijn als geen ander in staat heel snel in staat innovaties te adopteren in hun medisch handelen. Dat moet ook kunnen op het terrein van de organisatie en logistiek. Onze reis naar Florida afgelopen december was een goede stap. In november bezoeken we de Helios klinieken in Berlijn.
J. Herre Kingma
|