
Op weg naar de ingang Ariensplein spreek ik één van onze medewerkers, die gewapend met een papierprikker bezig is alle zwerfafval te verwijderen uit de plantsoenen rond het ziekenhuis. Dat doen ze twee maal per week, anders wordt het een grote rotzooi, zegt hij. Jammer dat dat nodig is, die rommel komt er toch niet vanzelf. Ze ruimen ook regelmatig op in de parkeergarage vertelt hij, daar wordt ook afval achtergelaten, waaronder pampers, er worden asbakken geleegd enz. Hij spreekt de mensen er wel op aan als hij het ziet en meestal zijn ze wel voor rede vatbaar. Dat valt dan weer mee, denk je dan.
Om kwart over negen spreek ik de bedrijfskundig managers. Behalve het gebruikelijk rondje actualiteiten en persuitingen willen we de komende maanden ook aandacht besteden aan de voortgang van de organisatieontwikkeling en de financiën, waarin begrepen de noodzakelijke budgetdiscipline. We moeten dit jaar bijna een miljoen per maand inlopen om de ombuiging van elf miljoen te realiseren. Laten we ons realiseren dat dat overeenkomt met een reductie van ruim 200 fte !
Eind van de morgen overleg ik met de HEAD over de begroting, waarvan we donderdag de eerste presentatie krijgen in de RvB. Ik hoor dat de HEAD’s van de STZ ziekenhuizen binnenkort overleggen over de ins en outs van de maatstafconcurrentie, waaraan bij de NZA nu door zo'n dertig man wordt gesleuteld, aldus onze HEAD. Transparantie heeft wel een prijs. Of is dit bureaucratie. Ik blijf kritisch over dit prijsmechanisme, dat als surrogaat voor prijsvorming in een vrije markt moet werken. Mijns inziens kun je maatstafconcurrentie beter karakteriseren als een negatieve prijsspiraal en dat is een economisch pervers mechanisme.
Ik lunch met medewerkers van inkoop. Dat is heel verfrissend en leerzaam. Ik begrijp dat maar de helft van wat we inkopen in ons ziekenhuis via inkoop loopt. Men schat dat we tenminste zo'n 10% inkoopvoordeel zouden moeten kunnen halen, oftewel acht miljoen op de in totaal tachtig die we extern spenderen. Daar zijn we nog wel een heel end vanaf, maar wel een onderwerp om ons stevig op te werpen. Aan de mensen, die bij me op bezoek zijn, zal het niet liggen. Ze willen steun voor hun werk van de bedrijfsleiding en duidelijkheid over de vraag waar hun inzet gewenst is.

's Middags zie ik Roger van Boxtel, die een bezoek brengt aan ons Thoraxcentrum, een bezoek dat al lang in de pen zat. Marianne en ik praten een uurtje vooraf met hem en Ger Sluman, de accounthouder van MENZIS voor MST. We wisselen visie uit, maar van Boxtel kondigt ons ook aan dat wij gekapitteld zullen worden over het voorschrijfbeleid in het ziekenhuis. Dat moet doelmatiger en meer conform richtlijnen. Hij noemt de proeftuin Groningen als een lichtend voorbeeld, waarbij een sluitend transmuraal formularium wordt gehanteerd. Ik wijs hem erop dat dit mogelijk is geworden door tientallen jaren investeren in farmacotherapiebeleid, -onderwijs, en -nascholing aan en binnen de eerste en tweede lijn. Het instituut voor klinische farmacologie van de RUG speelde daarin - naast het instituut voor huisartsengeneeskunde - een belangrijke rol. Dit legde de basis voor het succes van vandaag. Een dergelijke voorgeschiedenis bestaat hier niet, maar dat neemt niet weg dat we hier best zouden mogen proberen het Groninger voorbeeld te volgen. We spreken ook over de ambities een nieuw ziekenhuis te realiseren. Daar wil men meer van weten en men vindt zelfs dat de verzekeraar met deze stelselwijziging partij is geworden in de ziekenhuisbouw. Om een uur of drie gaan we op weg door het ziekenhuis naar het Thoraxcentrum. We passeren eerst onze oudste delen, nog daterend van voor WO I, passeren dan de zevenhonderd meter lange brug, die een even zo grote barrière vormt in optimale bedrijfsvoering. Dat alles samen maakt bouw tot meer dan een duur initiatief
van een ambitieuze directie, het is pure noodzaak, geredeneerd vanuit patiënt- en bedrijfsbelang.
Met de Medical School, die nu zo'n drie jaar onderweg is, stellen we vast dat het komend jaar de nadruk moet liggen op consolidatie. Kijken naar het functioneren van de eigen organisatie volgens BPR recept kan geen kwaad.
's Avonds praten voorzitter Raad van Commissarissen Dik Veltman en ik met de voorzitter van de Raad van Toezicht Paul te Riele en voorzitter Raad van Bestuur Arie van Alphen over samenwerkingsvormen tussen de Ziekenhuis Groep Twente en ons ziekenhuis. Hoe het er over tien tot vijftien jaar vanaf nu uit zal zien met de medische voorzieningen in Twente en wat de rol van de ziekenhuizen is daarin. Die toekomst begint wel vandaag, dus verkennen we de mogelijkheden.
J. Herre Kingma
|