
Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur staan we uitgebreid stil bij de opdracht aan Milto Christopoulos, die de organisatieontwikkeling in zijn portefeuille heeft gekregen. Hij wil voor september 2007 zijn opdracht hebben afgerond, dwz dat dan de Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE) geïnstalleerd zullen zijn en bemand met medisch en bedrijfskundig managers.
Hij zal de stakeholders uitvoerig betrekken bij zijn opdracht. Als eerste spreekt hij met de voorzitter van de Medische Staf. Buiten de vergadering wijs ik hem op het artikel in de Spectroscoop van de voorzitter van de net opgerichte Verpleegkundige Advies Raad. Zij stelt dat de RVE nog niet erg leeft onder de verpleegkundigen, dus daar is nog wel enig missiewerk te verrichten. Ik zal dat ook met de stafvoorzitter bespreken.
Met de werkgroep Intensive Care overleg ik over hun aan de Raad van Bestuur uitgebrachte advies en geef mijn standpunt daarop, dat wij delen met het Medisch Stafbestuur. We gaan naar ze toe, ‘management by going around’ noemen ze dat geloof ik. Ik hoorde enige tijd geleden de lijsttrekker van een liberale partij in Nederland een pleidooi houden om als bestuurder of manager helemaal geen kamer meer te willen hebben en altijd op bezoek te gaan bij degenen met wie je wilt of moet overleggen. Interessant, maar ik ben nog ver verwijderd van een paperless office, dus dat moet nog wachten.
Met de Taskforce IC bespreken we hoe we kunnen bereiken dat de IC van ons ziekenhuis wordt geclassificeerd als een level 3 IC. Daarvoor is nodig dat er sprake is van een zogenaamd closed format, dus een eenduidig geregelde eindverantwoordelijkheid. We zijn allen van mening dat daar ook sprake van is in het MST. Toch oordeelde de Inspectie vorig jaar nog dat er geen closed format was en dat rapport draagt nog mijn handtekening. Daar gaan we ook met de Inspectie verder over in de slag. Vervolgens praten we over de ruimtelijke omstandigheden, de opbouw van de medische staf en verpleging enz. Daarin zullen we ook een slag gaan maken, maar wel volgens een groeimodel. Een te snelle groei van het aantal IC verpleegkundigen is ook niet goed voor een evenwichtige uitbouw van de formatie. De IC is ook een prominente prioriteit in het lange termijn huisvestingsplan.
Bert Vos en ik dineren met de maatschap chirurgie in het Dishhotel. Dit in het kader van het rondje maatschappen, dat we maken. We waren twee weken geleden op dezelfde wijze al te gast bij de vakgroep longziekten. Het gesprek past in onze aanpak om naast alle formele contacten ook ruim de tijd te nemen voor informele meningsuitwisseling. Zaken doen we dus niet, daarvoor zijn de officiële overleggen, maar we krijgen wel een goed beeld wat er speelt. Er is een grote omslag gaande in de financiering van opleidingsplaatsen. De landelijke capaciteitsplanning heeft ook gevolgen voor de beschikbaarheid van arts-assistenten in ons ziekenhuis. Dat echoot door tot o.a. in Oldenzaal, waar assistenten de spoed polikliniek bemannen, maar waar het patiëntenaanbod te klein is om een opleidingsassistent te kunnen laten werken. We praten over de inzet van nurse practitioners en physician assistents, die ook een substitutie kunnen vormen voor de steeds schaarsere arts assistent in opleiding.
Na anderhalf uur vetrekken we weer en zet ik me met Aad Arkenbout in het café van het Dish hotel aan de voorbereiding van een spreekbeurt in Zeist morgenmiddag. Hoe kijk ik vanuit mijn ‘andere’ positie aan tegen alle veranderingen geïnitieerd in Den Haag, waar ik zelf een kleine zes jaar heb doorgebracht. Ik moet spreken na mijn oud collega Martin van Rijn, de DG Gezondheidszorg.
|