
Tijdens het weekrapport met de RvB en clustermanagers kondig ik het bezoek aan van een team van NOVA morgen. Ze willen een item maken over patiëntveiligheid, gezien het verschijnen van het grote rapport daarover midden volgende week. Bij de inspectie zijn we al in 2001 begonnen over patiëntveiligheid en men wil van mij weten hoe we dat in MST in de praktijk brengen. Hadewig Kolen zal iets over medicatieveiligheid laten zien. De chirurgen zijn bereid voorbeelden te laten zien hoe zij daar in hun praktijk mee om gaan. We kijken ook nog even terug op de briefing vorige week op de IC over het rapport van de commissie ESBL infecties en de conclusies en aanbevelingen daaruit. Sommigen menen dat je de meeste ziekenhuisinfecties geheel kan verklaren uit de te krappe ruimtelijke voorzieningen. Dat speelt zeker een rol en gaan we ook aanpakken. Maar in de wereld van de infectiepreventie speelt ook hygiëne, in het bijzonder handhygiëne een prominente rol. In 2005 mocht ik samen met mijn Engelse collega chief medical officer het WHO programma hierover van de Verenigde Naties in Geneve helpen lanceren. Het weer aantrekken van de discipline - ik zou willen zeggen, net als we het vroeger deden - kan geen kwaad, vonden we ook in Geneve. Het is van levensbelang gebleken, wist Semmelweis al in de negentiende eeuw. Recent is de IC gaan participeren in het internationale Surviving Sepsis Program. We zijn natuurlijk niet de enige IC, die kampt met dit soort infecties. Dat speelt in alle ziekenhuizen op de wereld en vraagt onze permanente aandacht.
Met Hadewig Kolen en Cees Doelman praat ik over het aanvankelijke voorstel ook de apotheek en het Klinisch Chemisch Laboratorium te voorzien van een bedrijfskundig manager. Ze merken terecht op dat al in een eerder stadium was besloten hun afdelingen uit een eenhoofdige leiding te laten blijven bestaan. Duale leiding, een professional en een manager, blijft beperkt tot de klinische RVE's.
Er wacht een fotograaf buiten op me, die een foto wil maken van mij bij de dienstauto. Hij wil allerlei in mijn ogen tamelijk potsierlijke poses, die meer passen in een voetbalblad en die ik dus beleefd afwijs. Het zal dus wel weer een heel saaie foto worden.
Ellen Zanderink vertelt me dat mijn achterstallig blog van twee weken, dat ik vorige week bijwerkte nu op de site staat. Er zijn af en toe wel mensen die het nogal gedetailleerd vinden, begrijp ik uit haar woorden en vooral details over persoonlijke dagelijkse zaken, zoals een maand of wat geleden over de hond thuis, lezen sommigen liever niet. Ik zal me inhouden, al had ik zelf niet de indruk erg scheutig te zijn met het privédomein. Wil mijn privédomein zelf trouwens ook helemaal niet. Overigens, zo'n blog is een vorm van schrijfpraat en als het je niet boeit gewoon overslaan, net als in de krant.
Om half één komt Bob Geelkerken langs en bespreken we de sterfte analyses van de heelkunde met het oog op de opnames van NOVA morgen. De getallen lijken stevig en illustratief voor de vraagstelling. Hoe kunnen we van onze best practise optimaal profiteren, wat zijn calculated risks en wat zijn medische failures en wat kunnen we daaraan doen?
Met de Raad van Bestuur hebben we een inhaal overleg. We staan langdurig stil bij de vraag hoeveel formatie we willen toekennen voor het medisch management van de RVE's. Wat hoort bij het gewone werk, wat is extra, waar houdt de eigen investering op ?
Om half zeven naar huis met een tas vol leeswerk. Ik moet ook een stukje inleveren over de volgende stelling, wel toepasselijk op het thema van het blog van vandaag: de gezondheidszorg is een onafhankelijke risicofactor. Met al die verhalen, ook van mij, over patiëntveiligheid en het tekort daaraan, zou je gaan geloven dat dat waar is. Het omgekeerde is het geval. De gezondheidszorg cureert en redt levens en biedt zorg die het leven draaglijker maakt. Maar het kan beter en veiliger. Dat is zeker.
J. Herre Kingma
|