
Na wat persoonlijke beslommeringen, zoals het goed regelen van mijn pensioen – ik ben aan mijn vierde pensioenfonds toe nu – de tandarts – ik meen een goeie gevonden te hebben in Enschede – ontvang ik samen met onze duosecretaris Mariska de Groot, dr. Lenders, één van onze neurochirurgen.
Hij leidt ons binnen met een Powerpoint presentatie in de wereld van de neurostimulatie. Een prachtige innovatie, waardoor patiënten met Parkinson, bepaalde vormen van spasticiteit en mogelijk binnenkort zelfs depressiviteit met vormen van ‘overdrive stimulation’ (het brein wordt op een selectieve plek zo gestimuleerd met electrische prikkels, dat de ‘foute’ eigen impulsen, die spierschokken en onbedoelde bewegingen veroorzaken, onderdrukt worden) weer nagenoeg gewoon kunnen functioneren of een leefbaar leven terugkrijgen. Hij heeft mijn steun in het verder uitbouwen van deze technieken, die me doen denken aan mijn eigen werk als electrofysioloog op het terrein van de complexe hartritmestoornissen. Er is een sterke gelijkenis met het gebruiken van een speciaal type pacemaker in de cardiologie. Wordt vervolgd.
Ik heb mijn wekelijks overleg met de stafvoorzitter, waar we bijpraten over de lopende zaken, maar ook over nieuwe thema’s. Eén daarvan is de vraag hoe we de juiste mensen op de juiste plaatsen krijgen. Actueel nu we een nieuwe topstructuur gaan invoeren, waarin ook medisch specialisten gaan participeren als managers. In Den Haag heb ik wel geleerd hoe je met principes als taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en competenties enz. moet omgaan. Hoe zorg je ervoor dat de manager competent is, maar ook over voldoende draagvlak beschikt in zijn omgeving. Beide zijn essentiële randvoorwaarden.
Om half één brengt Kees van der Kolk mij naar Van der Valk Hengelo, waar ik vanaf half twee het jubileum symposium van Ambulance Oost voorzit. Het onderwerp is de opbouw van een lekennetwerk bij de acute hulp aan mensen met een hartstilstand. Daarvoor zijn sinds een aantal jaren semi-automatische defibrillatoren (AED) beschikbaar, waarmee je zo’n slachtoffer van een hartstilstand soms weer tot leven kan brengen. Een adequate reanimatie met hartmassage en beademing blijft overigens wel nodig. Goed uitgevoerde reanimatie levert boven de toepassing van deze nieuwe AED nog weer ruim 20% extra overleving op. Bestuurders, professionals en managers wisselen elkaar af en na twee uur hebben we een redelijke mate van gemeenschappelijke grond onder de voeten. Prima zo’n netwerk, maar het neemt niet de verantwoordelijkheid voor een goede acute zorg bij de ambulancediensten weg, zegt de inspecteur voor de gezondheidszorg, mijn oud collega en oud brigade generaal Evert van Ankum. Die blijft liggen bij de officiële ‘first responder’, de ambulance dienst. Jan Pierik, directeur van Ambulance Oost neemt namens zijn tienjarige club, die trouwens al een heel mooie oude historie heeft, blijkt uit het prachtige boek dat men heeft uitgebracht, de gelukwensen van velen in ontvangst namens zijn organisatie en medewerkers.
Tien minuten later dan bedoeld, ben ik op weg naar Dijken, een gehucht bij Sint Nicolaasga in Friesland. Ik moet daar opdraven met enige tientallen ‘Friezen om utens’, dat zijn mensen, die buiten Friesland wonen en werken, maar in Friesland zijn geboren. Dat ben ik niet overigens, mijn grootvader Herre Rinia Kingma, werd in 1863 al buiten Friesland geboren in het Sallandse Lemele, waar zijn vader, mijn overgrootvader een steenfabriek had gekocht met daarbij een leemgroeve aan de voet van de Lemelerberg. Deze Herre trouwde met Anna Wilhelmina Hulshoff uit Borne, waarmee ik uit dit echtpaar ook Sallands-Twentse roots kreeg. Maar de Friese wortels zijn altijd blijven trekken en Ed Nijpels, de CdK heeft dat goed aangevoeld en mij in mijn huidge functie als voorzitter raad van bestuur MST laten uitnodigen. Het is een bont gezelschap, dat hij ontvangt in zijn boerderij. Ook uitgenodigd zijn o.a. Doekle Terpstra, oud vz CNV, nu HBO raad, Dirk Scheringa, vz AZ en DSB-bank, Hans de Boer, oud vz MKB, nu Taskforce jeugdwerkeloosheid, mijn oud collega directeur generaal regionale economie van het ministerie van EZ de Vries, Lenze Koopmans, RABO enz.
Opvallend is de overeenkomst van het vraagstuk hoe de regionale en provinciale economie te stimuleren, zoals ik dat ook hoor in het Innovatie Platform Twente olv Wim Meijer. Allen geven hun opvattingen. Kern van het betoog vanuit verschillende hoeken, ook de mijne is: stimuleer het onderdrukte maar weggezakte ondernemerschap door bureaucratische belemmeringen weg te nemen, zoek de niche in de eigen regio, trek daarmee de klanten uit het hele land, maar behoud de eigenheid, verander niet in een verlengstuk van de randstad, want daarmee verlies je juist wat je aantrekkelijk maakt. Zo kom je ook je concurrenten tegen. Leeuwarden heeft ook een hartcentrum, maar ik ga toch echt voor dat van ons in Twente, dat fantastisch scoort, ook buiten Twente.
|