
Helaas moet ik verstek laten gaan op de omgevingsverkenning van de UT, die de UT heeft georganiseerd in de vorm van een ontbijtsessie in hotel Karel V in Utrecht. Maandagmorgen is eerst en vooral het moment om zaken en neuzen in de juiste volgorde en richting op te stellen en dan is Utrecht net even te ver van onze werkvloer. Vandaag is de Raad van Bestuur weer compleet nu ook Bert Vos is teruggekeerd van zijn reis naar de Verenigde Staten. We buigen ons over het antwoord op de brief van het Medisch Stafbestuur over de organisatieontwikkeling. De toon van de brief van het MSB is kritisch, maar opbouwend en ons antwoord zal dat evenzeer zijn. We werken voort aan de organisatieontwikkeling conform ons genomen besluit, maar we zullen ons maximaal inspannen om bij de invoering binnen de gestelde kaders, waar mogelijk en redelijk aan de bezwaren en wensen van een ieder tegemoet te komen.
Ik werk ook nog even aan mijn column voor Medisch Contact die ik vandaag moet inleveren. Een goed onderwerp vinden valt niet altijd mee. Ik kies voor de financiële problematiek van de ziekenhuizen, morgen uitgebreid zichtbaar in de miljoenennota. Die begint zo langzamerhand weer ouderwetse vormen aan te nemen en dat in een op volle toeren draaiende economie in een welvarend land. Het is weer eens “goede tijden, slechte tijden”, goede voor bedrijfsleven en schatkist, maar slechte tijden voor grote delen van de zorgsector. En waarom? In ‘97 schreef ik onder dezelfde titel in Medisch Contact al eens een soortgelijk verhaal, toen als voorzitter van de Orde. Ziekenhuizen moeten doelmatiger, efficiënter, veiliger, beter en bovenal goedkoper. Dat is een al decennia lang gaande permanente strijd waarin de ziekenhuizen ook daadwerkelijk resultaten boeken in termen van productiviteitsstijging, maar die wordt wel steeds afgeroomd via taakstellingen en kortingen, die wij als bestuurders dan met een verhaal moeten doorvertalen naar de werkvloer. Nu worden zelfs de toekomstige opbrengsten van de marktwerking via de zogenaamde maatstafconcurrentie alvast ingeboekt.
Vanmiddag ontvangen we in de Spectrumzaal een reeks partijen op het gebied van PPS (publiek-private samenwerking), nu gericht op het gezamenlijk realiseren van een nieuw te bouwen ziekenhuis. Externe partijen bouwen en financieren de gebouwen en verzorgen zelfs de inrichting in dit concept. Het ziekenhuis is dan geen eigenaar meer van zijn onroerend goed en neemt de vierkante en kubieke meters af tegen een marktconforme prijs, die wordt verdisconteerd in de integrale kostprijzen van het ziekenhuis in het nieuwe bekostigingsstelsel. Eis is wel dat we binnen de afgenomen gebouwen, cq ruimten voldoende flexibiliteit houden om aan de voortdurende veranderende wensen, die eigen zijn aan een ziekenhuis kunnen blijven voldoen. Ziekenhuisbestuurders hebben weinig kennis van en ervaring met deze nieuwe aanpak. De zakenlieden en adviseurs in ons gehoor – althans de meesten - zijn nog weinig ingevoerd in de specifieke problematiek van de organisatie en bouw van ziekenhuizen, is onze indruk. Niettemin een aardige eerste kennismaking met dit fenomeen. In Engeland zijn PPS constructies voor de bouw van ziekenhuizen minder ongewoon. Of het bij ons ook zover komt, is nog geen gelopen race. Vóór en tegenstanders zijn nogal uitgesproken in hun opvattingen, blijkt ook vanmiddag.
De Raad van Bestuur zet tijdens een eenvoudig avondmaal weer even de klokken gelijk. Aan de orde komt de voortgang van de taskforce, met wie we de ombuigingen zoeken, zoals aangekondigd in de kaderbrief deze zomer en die bekend moeten zijn voor de begroting 2008. Ander belangrijk onderwerp is de voortgang in de aanmaak van de managementtools, straks nodig voor de besturing van het ziekenhuis op niveau van de resultaatverantwoordelijke eenheid in plaats van het cluster. Niet alleen gaat het om sturing op budget, maar ook op kwaliteit en resultaat, lees outcome. We zullen dat inzicht in besteding, opbrengst en realiseren van kwaliteit moeten krijgen met een relatief beperkt aantal parameters, een minimal dataset. Zo duidde ik bij de IGZ in Den Haag onze set voorlopers van de prestatie-indicatoren ook aan. Het gaat er niet om om zoveel mogelijk stuurgegevens te verzamelen en aan te leveren, maar om met een beperkte en vooral representatieve set gegevens een maximum aan informatie te verwerven.
Bert Vos en ik besluiten onze dag met een bezoek aan de maatschap Plastische Chirurgie in het kader van ons rondje maatschappen. We praten met twee leden van hun groep over hun plannen, ambities en verwachtingen tegen de achtergrond van kansen en bedreigingen in de snel veranderende wereld van de gezondheidszorg. Welk deel van hun werk is gebonden aan het grote topklinische ziekenhuis, welk deel zou makkelijk en beter elders kunnen worden uitgevoerd en aangeboden en hoe gaat het ziekenhuis dat faciliteren.
J. Herre Kingma
|