
Het wekelijks overleg met de secretaris van de Raad van Bestuur verloopt brokkelig door voortdurende invallen van buiten per telefoon, ingelast overlegjes, enz. Maar we houden tussen al die bedrijfjes door stevig vast aan de agenda. Als je zoiets beziet een dag later, dan stel ik vast dat de moderne mens veel verweten kan worden, maar niet dat die niet flexibel is, niet in staat is heel veel verschillende informatie in zeer korte tijd en onder vaak tamelijk chaotische omstandigheden om te zetten in daad en gedrag.
Daarin verschillen wij - en nog meer de generatie jongeren na de mijne - enorm van de generaties, geboren in het interbellum en daarvoor. Dat de jongere generatie zich fysiek en sociaal veel sneller belast acht dan vroegere zogenaamd 'hardere' generaties moge waar zijn, maar is misschien wel een logisch compensatiemechanisme voor de torenhoge flexibiliteit die de 'staccato' samenleving vraagt van de moderne mens. Uiteindelijk lukt het ons in al onze flexibiliteit de agenda af te werken.
Ik spreek met Henny Voss over het Thoraxcentrum (TC), ons eerste en tot nu toe enige redelijk zelfstandige klinische centrum. Ik spreek mijn hoop en verwachting uit dat het TC verder gaat op weg naar een full swing centrum met een eigen managementteam, met een visie op de omgeving, het ziekenhuis, de stad, de regio, waarin we werken. Vragen zijn ook welke 'vaat'disciplines zouden kunnen aansluiten bij het TC ? Daarover wordt nu nagedacht. Goeie ontwikkelingen allemaal.
We vergaderen lunchend met de Huisartsenkring Twente. Onderwerpen zijn ons voornemen een marktonderzoek uit te voeren onder verwijzers en andere 'klanten'. Verder geven Mart van de Laar en Mariëlla van Dongen aan - ze zijn mede op verzoek van de huisartsen in dit overleg genood - wat de Medical School Twente biedt aan ons ziekenhuis en filosoferen over de vraag of de Medical School Twente ook voor de huisartsen iets zou kunnen betekenen. Ik benadruk dat MST ook hierin een vraaggerichte opstelling voorstaat. Wij denken een nuttige rol te kunnen vervullen samen met het ROC en Saxion in de opleiding van transmuraal werkende praktijkverpleegkundigen. Ik doel ook op ons initiatief voor de Twentse Academie Gezondheidszorg. Het skillslab biedt ook mogelijkheden voor training en onderhoud van vaardigheden ten behoeve van huisartsen al dan niet in opleiding. Ik moet eerder weg, want we krijgen NOVA in huis voor TV opnames en interviews.
NOVA interviewt mij over het onderwerp patiëntveiligheid op de spoedeisende hulp (SEH). Het is er behoorlijk druk, maar dat geeft ook wel het goede sfeerbeeld van zo'n acute afdeling. Daarna volgt Hadewig Colen, ons hoofd van de apotheek over medicatieveiligheid en tenslotte vertellen de chirurgen over de outcomes van hun ingrepen. Chirurgen werken in een zekere openbaarheid in de operatiekamers, waar altijd een heel team meekijkt. Dat is heel anders in de beslotenheid van de polikliniek. Niet voor niets spreken de Engelsen over de operatiekamer als het operating theatre.
Ik breng samen met Ellen Zanderink een bezoek aan de Open Dag van bureau Arbo & Milieu. Heel verzorgd allemaal met goede voorlichtingsverhalen. Zo’n fiets met elektromotor lijkt me binnenkort wel wat.
Ik vraag Ellen Zanderink om de wat schreeuwerige persoonbeschrijving van een krant van mijn weblog te halen.
Als dagafsluiting bezoeken Marianne Lensink en ik de afdeling Bijzondere Tandheelkunde. Een prettig gesprek. Lastig is het feit dat de vorige Raad van Bestuur een worst heeft voorgehouden voor een hoofdhalscentrum op de vierde verdieping van het Vrouw Kind Centrum. Dat past toch niet goed in de uitgangspunten van het lange termijn huisvestingsplan (LTHP), waardoor er sprake zal zijn van langdurige tijdelijke huisvesting. Men wil duidelijkheid over de toekomst. Die menen we te kunnen geven met de afronding van het LTHP. We staan ook stil bij de vraag wat wij ons van een klinisch centrum voorstellen, in casu een hoofdhalscentrum. Is dat gebaseerd op topklinische en topreferente functies, is dat vooral de modus waarin de patiënt werkelijk centraal komt te staan gezien het multidisciplinaire karakter, of kan het ook de plaats zijn waar je excelleert in het leveren van basiszorg. Alp Buitelaar, onze bouwcoördinator inventariseert een en ander. Als die ronde gemaakt is, kunnen we met visiegesprekken beginnen om zicht krijgen welke groeperingen van RVE’s kansrijk zijn om tezamen een klinisch centrum te vormen.
J. Herre Kingma
|