
In de loop van de morgen vertrek in naar den Haag, waar ik vanuit Diligentia aan het Lange Voorhout het passeren van de gouden koets met H.M. de Koningin zal gadeslaan, gevolgd door de troonrede via een televisiescherm op het toneel van Diligentia, gevolgd door beschouwingen van onder andere oud minister Zalm, voor het eerst niet zelf in de Ridderzaal en andere deskundigen uit de wereld van werkgevers- en werknemers organisaties. Ik arriveer veel te laat in het met dranghekken overal gebarricadeerde centrum van Den Haag en Diligentia is – hoewel op 20 meter afstand aan de overzijde van het Voorhout – onbereikbaar. Ik sla de feestelijkheden voor het eerst van mijn leve life gade en nog wel langs de route tussen de oranjeklanten. Naast mij staan dames in klederdracht uit Staphorst en Haagse huisvrouwen, voor welke laatste dit een vast jaarlijks uitje is, zeggen ze. Als het sprookje langs ratelt en kleppert zijn de commentaren onbetaalbaar. Over de hoed, die altijd hetzelfde is, de kleur van de robes enz, enz. Als de stoet voorbij is mogen een kleine rij van andere laatkomers collegae en ik nog steeds niet naar de overkant, pas als de koningin weer terug is op Paleis Noordeinde, zegt de agent beslist.
Ik zoek een goed heenkomen en ontmoet en passant Kete Kervezee, de Inspecteur Generaal Werk en Inkomen, voorheen Onderwijs, met wie ik vanavond zal dineren op de Sociëteit Witte, waar ook Ferdinand Mertens zich zal aansluiten, ook oud Inspecteur Generaal Onderwijs en later Verkeer en Waterstaat, nu lid van de Raad voor de Veiligheid onder leiding van Pieter van Vollenhoven. Hij houdt zich daar ook bezig met patiëntveiligheid. Vorig jaar bezocht Kete Kervezee ons ziekenhuis en sprak onder andere met de leiding van onze Medical School, die vooralsnog alleen intern toezicht geniet van de Raad van Bestuur en het UMCG en vooralsnog geen extern toezicht van inspectie of anderszins. Na lange omzwervingen bereik ik rond drie uur toch nog Diligentia en ben net op tijd voor het voortreffelijke verhaal van Gerrit Zalm. Hij kijkt terug op zijn twaalf jaar beleid en ministerschap van Financiën en beziet de huidige miljoenennota. Veel lastenverzwaringen in een op zich zelf sterke economie. Dat scherpe contrast is ook mijn beeld op het terrein van de zorg. Interessant is zijn visie dat geld verantwoord en beheerd moet worden door de degene die de uitgaven doet, cq de kosten maakt. Klinkt logisch, maar is niet vanzelfsprekend, ook niet in ons ziekenhuis. Daarom gaan we dat ook veranderen bij de komende organisatiewijziging met de budgetverantwoordelijkheid voor de RVE. Ik loop Jos Werner, oud voorzitter Radboud Ziekenhuis en voorzitter eerste kamerfractie CDA, nog tegen het lijf. Hij acht het denkbaar dat de maatregelen rond de kapitaallasten van ziekenhuizen wellicht toch later zullen worden ingevoerd dan zoals nu voorzien in 2009, gezien de financieel technische hobbels die nog moeten worden genomen.
Op de Witte ontmoet ik Kete Kervezee en Ferdinand Mertens. We eten eenmaal per jaar een keer met elkaar, een traditie geboren tijdens mijn inspectietijd. Rond twee duizend is er een nieuwe wind gaan waaien in toezichtland, die er in de sector gezondheidszorg en onderwijs toe heeft geleid dat de nadruk van toezicht is gaan verschuiven van toezicht op structurele zaken, zoals het juiste diploma, het goede gebouw, de juiste richtlijnen en protocollen, samen aan te duiden als de voorwaarden voor goede zorg/onderwijs naar nadruk op uitkomstaspecten. Ben ik goed en op tijd geopereerd, kan ik weer functioneren enz., weer te geven met behulp van o.m. prestatie indicatoren, zoals die sinds 2003 in de zorg operationeel zijn. Die omslag moet op veel terreinen nog zijn beslag krijgen. Het is jammer dat in dezelfde tijd het toezicht zozeer de zwarte piet heeft gekregen rond de toenemende verzwaring van de administratieve lasten, lees bureaucratie. Die begint bij de overload aan regels, die gemaakt worden door de departementen en de wetgever. We zijn het eens dat in een moderne vrije samenleving de burger niet gecontroleerd moet worden volgens een uitgebreid stelsel van regels maar dat deze, in ons geval leraren en artsen, een beperkte set van open normen/geboden naleven, waar op ethisch verantwoorde en intelligente wijze en met enige afstand toezicht wordt gehouden. Dat is ook een les voor de (ziekenhuis)bestuurder, die ik nu ben. Schrijf niet voor wat moet worden gedaan, controleer niet te veel, maar coach en verleidt tot initiatief en resultaat. De bekende vier RR-en: geef richting aan, biedt ruimte voor eigen initiatief, vraag om resultaat en rekenschap.
J. Herre Kingma
|