
Op weg naar Enschede overleg ik om half negen in Baarn met Ad Adriaanse, Voorzitter van Alzheimer Nederland, hoe het wetenschappelijk onderzoek op dit terrein in Nederland krachtiger kan worden gefinancierd. Wij delen de visie dat wetenschappelijke en maatschappelijke initiatieven hand in hand moeten gaan, ook met betrekking tot wijze van fondsenwerving, waarover ik om advies ben gevraagd door een initiatiefgroep van wetenschappers op dit terrein.
Om 11 uur voortzetting van onze lange Raad van Bestuursvergadering van gisteren. Hoofdpunt is de organisatie van de Intensive Care Afdeling. De inspectie was - ik voerde zelf het woord daarover - in 2005 kritisch over deze belangrijke functie van ons MST. Als topklinisch centrum is de IC één van onze topprioriteiten. Hoe gaan we kwalitatief en kwantitatief voldoen aan de Nederlandse maatstaf tav organisatie en formatie, dwz bezetting door IC specialisten.
Ons wekelijks overleg van Raad van Bestuur en Medisch Staf Bestuur besteden we ook voor een belangrijk deel aan de IC problematiek. We zijn het eens over de aanpak. We staan ook uitvoerig stil bij die andere vraag, die we al in de RvB bespraken, nl hoe de verschillende lagen met verschillende verantwoordelijkheden, belangen en belangstelling bij de les te houden van de noodzakelijke veranderingen in het MST.
Om twee uur breng ik de afdelingshoofden van de locatie Haaksbergerstraat van ons ziekenhuis op de hoogte van ons besluit Cees Doelman, hoofd van ons klinisch chemisch lab. tot interim hoofd, cq Clustermanager te benoemen, naar verwachting tot juni 2007. Dan moeten we flink op streek zijn met de invoering van de nieuwe organisatie, die geen clustermanagers meer kent, maar in plaats daarvan medisch en bedrijfskundig managers. Goed gesprek. Men wil ook graag meer horen over mijn persoonlijke kijk op de organisatieontwikkeling. De managementlaag van afdelingshoofden heeft het niet makkelijk. Zij sturen uiteindelijk de circa 4000 werkvloer-werkers aan. De twee en een halve laag erboven, waaronder de Raad van Bestuur, praat met hooguit 10% van de medewerkers. Dat kan helaas niet anders, maar meer aandacht voor het functioneren van deze managementlaag, die de spil is of zou moeten zijn tussen top en basis, is broodnodig. Bij kanteling van cluster naar resultaatverantwoordelijke eenheid is de vraag hoe deze relatie tussen top en basis wordt vormgegeven prominent aan de orde. Ik zie een belangrijke rol weggelegd voor de meewerkend voorman/vrouw, die ook het professionele voorbeeld is op de afdeling. Toch weer een beetje de oude hoofdverpleegkundige maar dan letterlijk en figuurlijk in een nieuw jasje.
Om half drie in de auto naar Utrecht. Bert Pol van Tabula Rasa rijdt mee. Hij helpt ons de interne en externe communicatie op orde te krijgen in het ziekenhuis. Hij heeft met zijn team ook fantastisch werk gedaan bij de Inspectie de afgelopen jaren en ik maak graag nog even gebruik van zijn expertise. Hij zal ons ook helpen met een nieuw model jaarverslag, waarin financiën, productie en kwaliteit hand in hand worden verslagen, het jaardocument zorg, maatschappelijke verantwoording in officiële termen.
In Utrecht worden we opgehouden door een openstaande brug en we lopen hopeloos vast in het doolhof van éénrichtingsstraatjes in de Utrechtse binnenstad. Ik kom twintig minuten te laat bij het Nederlands Instituut voor de Accreditatie van Ziekenhuizen, het NIAZ, waar ik praat met directeur Hélène Beaard. Een half jaar geleden hebben wij onze accreditatie aanvraag on hold gezet. Te veel projecten, eerst orde op zaken. Het NIAZ zelf is ook aan een heroriëntatie bezig. Uitkomsten van zorg in de vorm van prestatie indicatoren (van de inspectie) moeten meer worden betrokken bij de accreditatie. Verder wil men uitkomsten van visitaties incorporeren, een oude wens, ook al in de prehistorie van het NIAZ, de tijd van de PACE normen. Dat vraagt nog wel enig duw- en trekwerk bij de Orde, verwacht ik.
Ik dineer met een paar heren uit de bouwwereld in het Arsenaal in Naarden, o.a. over de kansen en risico's van ziekenhuizen in de toekomst op dit punt We eindigen na alle zakelijkheid beschouwend met de oeroude vraag of geld gelukkig maakt. Het antwoord is - heel voorspelbaar - nee!
|