
Mijn oude vriend prof. Chris Peeters belt me. Chris is een Vlaming en heeft een adviesbureau (Policy Research, met vestigingen in Antwerpen en Rotterdam). Zijn adviezen geeft/gaf hij o.a. op het terrein van verkeer en waterstaat, de Algemene Rekenkamer, in de haven- en visserijsector, maar tot nu toe vrijwel niet in de gezondheidszorg. Wij praten al enige tijd over de vraag hoe de prestatie-indicatoren van de Inspectie betrouwbaarder kunnen worden gemaakt. De gegevens worden verzameld via elektronische enquête zonder systematische verificatie op locatie. Kortom, wat is de gemeten kwaliteit versus de zelf gerapporteerde kwaliteit. De volgende vraag is dan natuurlijk wat het realiteitsgehalte is van de lijstjes in de Elsevier en AD. We gaan ons er verder in verdiepen, spreken we af.
In mijn agenda staan twee afspraken, waaronder de receptie van Boer en Croon in Amsterdam, die ik beide afzeg om me aan mijn chronische administratieve backlog te zetten, waaronder ook dit blog. Ik loop al weer drie dagen achter. Maar er ligt mij ook een stapel leeswerk van het ziekenhuis aan te staren, die alweer een selectie van een selectie is. Het gevaar in dit soort banen is, dat je zo door je agenda en dagelijkse voorvallen wordt geleefd, dat je incident driven in plaats van goal driven gaat werken.
De cardiologen mailen me dat de server, waar de echo's van het hart op bewaard worden, ernstig is beschadigd door de herhaalde stroomstoringen van gisteren. Een aantal echo's zijn verloren gegaan en moeten opnieuw gemaakt worden. Patiënten zullen dus moeten terugkomen. Verder zal het naar schatting zo'n 18 uur kosten om de server weer op orde te krijgen. Er is een extra bulletin het huis in over de stroomstoring, waarin we zeggen dat de schade erg meevalt, maar dat klopt dus niet wat betreft de ICT. De laatste uitval gisteravond van meer dan een minuut is sowieso veel te lang en we zullen opnieuw naar de noodstroom moeten kijken. Natuurlijk zullen we Essent aanspreken, maar onze eigen voorziening moet zo robuust zijn dat we stroomuitval, die het afgelopen jaar een paar maal is voorgekomen, bijna naadloos kunnen opvangen.
Aan het eind van de middag belt notaris Gaalman. We overleggen over de ontwikkelingen in Oldenzaal rond het ziekenhuis en de krantenberichten van vandaag. Die portretteren mij als een persoon met macht en invloed. Inderdaad, op het lijstje van de medische macht stond ik ooit nummer één en daarna drie, maar vorig jaar alweer 16. Ik zal ongetwijfeld nog verder zakken, want al die zogenaamde papieren macht was grotendeels gebaseerd op wat heet de interventiemacht, die je als inspecteur(-generaal) hebt. Dat ben ik al bijna een jaar niet meer, Ik grijp niet meer in en dat soort macht ben ik dus ook kwijt. Ook ik moet het van overreding en goede communicatie hebben en bovenal goede plannen. Gaalman en ik zijn het eens dat het jammer is dat in de krant sterk de nadruk ligt op deel drie van het nieuwe profiel van het ziekenhuis in Oldenzaal, de woonzorgcombinatie. Die moet nog helemaal onderzocht worden op haalbaarheid en wenselijkheid en -mag ik dat even recht zetten- het gaat niet om het omkatten van het ziekenhuis naar een verpleeghuis. Veel belangrijker is dat we de huidige activiteiten van dagbehandeling en short stay na laag complexe en veel voorkomende ingrepen, zoals bijvoorbeeld staaroperaties, herstel van liesbreuken enz, uitbreiden en stroomlijnen. Dit in de vorm van wat in het jargon heet een electief behandelcentrum (EBC), zoals je die ook in kleinere ziekenhuizen in Zeist en Voorburg kunt vinden. Daarnaast zijn er poliklinieken, die afhankelijk van de vraag verder kunnen worden uitgebreid, tezamen allemaal volwaardige ziekenhuisactiviteiten. Voor ingewikkelde zaken zullen de patiënten naar het grote ziekenhuis moeten, in ons geval Enschede of soms nog verder. Om die moeilijker en intensievere zorg in Twente te kunnen geven, is voldoende concentratie, lees kritische massa van hoogopgeleide artsen en verpleegkundigen nodig in onze hoofdvestiging. In onze net verschenen contourennota over de lange termijn huisvesting van ons ziekenhuis is dat allemaal te lezen. Het MST wil dus niet domineren vanuit Enschede, maar betrouwbare, hoogwaardige diensten leveren waar dat nuttig en nodig is in Twente. Daarin werken we steeds beter samen met onze ‘concurrenten’, met wie we maandelijks overleggen in het TAZDO, het Twents Achterhoeks ZiekenhuisDirecteurenOverleg. Woensdag ga ik naar Oldenzaal, niet om te overrulen, maar om uit te leggen wat MST wil en kan betekenen en om te luisteren naar de wensen van de mensen in onze regio, die zorg dicht bij huis willen, maar tegelijk voor de topzorg graag in Twente willen blijven. MST wil beide bieden. Daarover zijn Gaalman en ik het eens.
We gaan het weekend in. Met de hond gaat het stukken beter, ze eet weer en wil uit. Dat is een zeer betrouwbare indicator voor herstel.
|