
Na een overleg met de architect over aanpassingen van ons huis in Delden, waar we na de zomer in hopen te trekken, ga ik naar het ziekenhuis voor overleg - samen met IC bedrijfsmanager Cees Schenkeveld - met de regionale commandant van de landstrijdkrachten over de kosten van de operatie mobiele IC van de afgelopen week en wat nog komen gaat. Aansluitend lopen we met ons bezoek langs de mobiele IC en gaan ook nog even langs bij de militairen, die letterlijk hun tenten hebben opgeslagen naast de mobiele IC en die de dagelijkse technische ondersteuning verzorgen. De meeste vrachtwagens zijn inmiddels weer terug naar de basis in Ermelo en ook het aantal manschappen is navenant gereduceerd tot minder dan tien. De kapitein Reuvers, die de eerste dagen de directe leiding had, is er ook weer en ik word uitgenodigd in zijn directiekantoor, gehuisvest in het laadruim van een vrachtwagen. Alles compleet, maar veel compacter. Dat is ook wat ik hoor uit de mobiele IC. Alles is er, maar het werken op een kleine ruimte vraagt wel aanpassing, met name van de verpleging.
Aansluitend bezoek ik samen met Cees Schenkeveld de algemene IC binnen. Daar liggen nu nog negen patiënten. Inmiddels blijkt er een vierde patiënt gekoloniseerd met de acinetobacter. Ons besluit om de hele IC te isoleren, cq een opnamestop in te voeren, is niet voor niets geweest. De verscherpte hygiënische maatregelen hebben dit niet kunnen voorkomen, al is het waarschijnlijk dat deze kolonisatie al dagen geleden is opgetreden. Het is goed dat we hier ook komen, nu alle schijnwerpers op de mobiele IC staan. De verpleegkundigen vertellen dat de hele toestand tot allerlei onaangename bijeffecten leidt. Dat begint met angst van de omgeving thuis en in het ziekenhuis voor besmetting. Aan die onzekerheid zullen we heel serieus aandacht moeten besteden.
J. Herre Kingma
|