
Vandaag bezoekt de Raad van Bestuur de vakgroep klinische psychologie. Ik realiseer me dat ik in de anderhalf jaar van mijn verblijf nog niet in hun ruimten ben geweest. Die liggen vlak achter mijn oude werkplek aan de Haaksbergerstraat, waar de huisartsenpost sinds vorige week maandag gevestigd is. Het is een aangenaam gesprek op het kruispunt van inhoud en materiele mogelijkheden. Het zou goed zijn als zij hun activiteiten zo concreet mogelijk zouden kunnen omschrijven in een overzichtelijk aantal 'producten'. Dan zou ook aangegeven kunnen worden waar die producten in de kliniek, cq klinische paden, zouden kunnen worden ingezet/toegepast. Dat kan er ook toe bijdragen dat de klinische psychologie vaker op het juiste moment en de juiste plaats wordt ingezet, en beter zijn rol kan vervullen. Verder spreken wij over de beschrijving van hun werk in DBC's, daar is technisch en politiek nog wel het e.e.a. te doen.
Ik spoed me naar Utrecht waar de Nederlandse Zorgautoriteit haar eerste verjaardag viert. Veel beslissers in gezondheidsland zijn op dit feestje afgekomen. Frank de Grave leidt in, Boer en Croon presenteert een omvangrijk onderzoek naar de opvattingen van 48 'spelers' in de zorg naar ervaringen met en opvattingen over de NZa. Een gevarieerd beeld. Het mag wat assertiever, onafhankelijker en minder bureaucratisch, vinden de meesten.
Robin Linschoten (Actal) houdt een verhaal over terugdringen van administratieve lasten. Dat wil ook de NZa. Hij schokt het artsendeel van het publiek met zijn opvatting dat aan alle grote financiële debacles in de zorg altijd het ondoelmatig of onverantwoord handelen van een arts ten grondslag ligt. Een boude uitspraak, waar toch opvallend veel niet artsen en zelfs ook enkele artsen uit het gehoor het mee eens lijken te zijn. Oude tijden en verdwenen gewaande rancunes van weleer worden opnieuw leven ingeblazen. Terug naar de tijd dat alle financiële ellende in de zorg eenvoudig kon worden geschoven op die 'dure' dokters. Iets te simpel, dunkt me.
Er is ook een panel, dat ondervraagd wordt door TV presentator Inge Diepman. Ik mag ook meedoen en spreek me desgevraagd uit over de onafhankelijkheid van de NZa, de administratieve 'last' die we hebben van de NZa en het functioneren. Na een jaar is de NZa nog volop bezig haar vorm te vinden. Edwin Hummel, onze HEAD, vertelde me dat je de NZa alleen nog mocht benaderen per mail. Hij vindt in zijn dagelijks werk dat de regeldruk eerder toe dan afneemt. Daar laat ik iets van doorklinken, maar anderen vinden dat ook. Mijn algemene opvatting is dat de NZa haar rol als onafhankelijke regulator, die transparantie bevordert en daarmee de vrije keuze ondersteunt, die eerlijke competitie mogelijk maakt en bevordert, goede informatie vraagt en desnoods afdwingt, nog wat sterker mag profileren. Als toezichthouder mag hij krachtig optreden, dat hoort bij een liberaal stelsel, dat kwaliteit en billijke prijzen wil bevorderen via concurrentie. Een sterke markt vraagt om krachtig toezicht, de tucht van de markt. Het risico is dat de NZa ook zal worden blijven ingezet als instrument via welke de staat haar bezuinigingen haalt in de zorg, zeker als de markt in dat opzicht te weinig oplevert. Dat is de oude 'teugel' functie van het CTG, het college tarieven gezondheidszorg. Laten we hopen dat de NZa het vooral in tucht zoekt en de teugel zo veel mogelijk in de tuigkast laat.
Om zeven uur dineer ik met Anne Flierman (UT) en Cor Boom (SAXION) met de DG's hoger onderwijs Renk Rooborgh en volksgezondheid Hans de Goeij, ondersteund door Han Middelplaats over de opleidingen en toekomstige inzet van nieuwe beroepen. Dan gaat het achtereenvolgens over de aanstormende technisch geneeskundigen en de al in bedrijf zijnde nurse practitioners (NP). Ik moet eerder weg en we concentreren ons eerst op de NP, die we zo zouden willen opleiden en positioneren dat ze de lacunes opvullen tussen de domeinen van ziekenhuis en eerste lijn. Onze PLATO nota (plaats en tijdonafhankelijke zorg, opgeschreven voor het Innovatie Platform lag ter tafel. Daarin beschrijven we hoe met nieuwe (oa ICT- en tele-) technologie en nieuwe professionals het continuüm van zorg kan worden vorm gegeven, waarin de juiste zorg met de juiste vaardigheden op de juiste plaats gegeven wordt. De Twentse Academie, die wij als virtueel instituut willen vormen, moet daarin de verbindende onderwijsschakel zijn. We spreken niet aan dovemansoren en vinden een welwillend oor voor onze gedachten en voorgenomen initiatief.
Ik ren om acht uur van tafel, want moet om negen uur optreden bij BNR/Financieel dagblad, dat een lange uitzending maakt over o.a. de vraag 'wie is de baas in het ziekenhuis'. Ik word geflankeerd door Rob Scheerder, college bouw, verder de heren van den Heuvel. Directeur Canisiusziekenhuis en Sturkenboom oud ziekenhuisdirecteur en nu ondernemer betrokken bij het opzetten van ziekenhuisinitiatieven. Ik vergelijk de vrijheid van de medische staf met de redactie van de krant. De krant heeft net als een ziekenhuis een 'signatuur', waarmee rekening moet worden gehouden. De krant moet iedere dag uit, er moeten zinnige zaken instaan en daar gaat alleen de redactie over. De directie moet zorgen dat die gedrukt wordt en bij de lezer komt, en dat die abonnee blijft. Daar komen redactie en directie samen. Alleen een goede en interessante krant abonneer je je op. Uit de zaal wordt benadrukt dat het alleen maar goed kan gaan met een sterke coöperatie tussen specialisten en directie. Dat beamen alle panelleden. Er komen wel lastige tijden aan. Hoe wordt er straks gehonoreerd? Is een hoger honorarium binnen de bandbreedte van € 132 ± 6 voor degenen met zware disutility, of voor degenen die een aantoonbaar beter bedrijfsresultaat in termen van prijs-/kwaliteitverhouding halen binnen hun unit. We mogen misschien ook winst gaan uitkeren, zei NZa Frank de Grave in het Financieel Dagblad vanmorgen. Ik zie dan graag dat onze eigen specialisten in hun ziekenhuis investeren. Dan is er een direct belang bij efficiënte en doelmatige bedrijfsvoering. Heb ik al in 1996 in een NRC-interview voorgesteld, toen als voorzitter van de LSV/Orde i.o. Dat ging toen om de goodwill, die niet in de maatschap meer zou moeten vloeien, maar als participatie in het ziekenhuis zou moeten worden ingebracht. Als voorbeeld haalde ik de schippers, varend voor de VOC en andere Nederlandse reders in de XVII en XVIII’de eeuw, die vaak een aandeel hadden in schip en lading. Dan voer men snel en was zuinig op de lading. In de nazit in la Dauphine gaat de discussie door met het publiek, maar ik moet naar huis, nog minstens twee onderweg, maar gelukkig is er iemand die me rijdt.
J. Herre Kingma
|