
Ik was om kwart voor drie thuis vannacht na mijn interview voor Radio 1 en vertrek vandaag iets later naar het ziekenhuis. Op het programma staat vandaag het bestuurlijk overleg van onze Raad van Bestuur met het College van Bestuur van de Universiteit Twente, het tweede dit jaar. Belangrijkste agendapunt is de nota opgesteld door Maarten IJzerman van de UT en Mart van de Laar, MST en hoogleraar UT, over de terreinen waarop MST en UT vruchtbaar en kansrijk kunnen samenwerken. Er is veel samengewerkt sinds de stichting van de UT begin jaren zestig. Dat was vaak bilateraal op basis van goede persoonlijke afspraken. De lijn die we nu willen inzetten is samenwerking van meer structurele aard op een paar kansrijke terreinen verdiepen en stimuleren. De visie neergelegd ten behoeve van het Innovatie Platform Twente, in de nota PLATO zorg, kan ook tussen UT en MST mede richtinggevend zijn. De ontwikkeling van de technische geneeskunde is daarin van wezenlijk belang, evenals ook de ontwikkeling van een nieuwe professie vanuit de verpleegkunde, het zijn als het ware de ontbrekende schakels.
Ik citeer uit een mail aan VWS: “Om het continuüm van zorg zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen is er ook professioneel continuüm nodig. De huidige praktijk laat zien dat in het professionele continuüm enkele schakels ontbreken. Enerzijds vraagt de verdere introductie van technologie bij het medisch handelen om de opleiding van technisch geneeskundigen. Deze opleiding is ontwikkeld en wordt verzorgd binnen de Universiteit Twente, met Medisch Spectrum Twente als werkplaats. In de tweede helft van 2009 worden de eerste afgestudeerden verwacht die hun intrede op de arbeidsmarkt zullen maken. Een goede positionering van deze nieuwe professionals, ook juridisch gezien in de vorm van de wet BIG, binnen het palet van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, is van groot belang. Daarnaast constateren wij dat patiëntgerichte zorg en een zorgproces zonder drempels tussen bijvoorbeeld cure en care, vraagt om een generalistische professional op verpleegkundig niveau die met grote zelfstandigheid en breed mandaat, een gidsfunctie voor de patiënt kan vervullen. Het is deze professional die zowel binnen een cure als care omgeving kan opereren en relaties kan leggen tussen andere professionals. De inzet van deze nieuwe professional heeft als doel de patiënt zo dicht mogelijk bij de thuisomgeving zorg te bieden, waardoor participatie van de patiënt binnen de maatschappij zo min mogelijk wordt verstoord. Binnen het Innovatieplatfom Twente is inmiddels een project gestart waarbij de mogelijkheden voor een dergelijke opleiding worden verkend.
Mart van de Laar en Maarten IJzerman zullen de komende tijd namens onze Raad van Bestuur, resp. het College van Bestuur het voortouw nemen bij de uitwerking van de samenwerking tussen UT en MST.
Tegen het eind van de middag zie ik Rob Rijnen, directeur van de medische divisie van 3 M Nederland. Ik ken hem al vele jaren, net als het bedrijf 3 M zelf. Ik heb goede herinneringen aan het jaarlijkse bezoek aan de Matthäus Passion in de Pieterskerk in Leiden op witte donderdag (avond), ook met zijn voorgangers. De samenwerking dateert al van de vroege jaren ’80, omdat we in het AZ Groningen vanuit de farmacologie en cardiologie betrokken waren bij nogal wat onderzoek met het door hen op de markt gebrachte geneesmiddel flecainide (Tambocor®), werkzaam tegen hartritmestoornissen, jarenlang mijn aandachtveld van onderzoek in Groningen en later Nieuwegein. Dit middel was ooit verantwoordelijk voor oversterfte bij patiënten na een hartinfarct, blijkens Amerikaans onderzoek. Dat gaf een rel en radio en TV kwamen bij mij voor commentaar, mijn eerste openbare optreden via die media. De storm ging liggen en het middel vond gelukkig een zeer nuttige en veilige toepassing bij andere groepen hartpatiënten, voor wie het vandaag de dag nog steeds met succes wordt gebruikt. Rob vertelt me ook van een snelle (binnen vijf uur) wijze van diagnostiek van MRSA besmettingen. Dat kan ons een geweldige voorsprong in tijd geven en beperking van de verspreiding van deze bacterie in het ziekenhuis en weer een onderwerp van gesprek met onze microbiologen.
J. Herre Kingma
|