
Ik vertrek vroeg naar hotel de Klepperman in Hoevelaken voor de ledenvergadering van de STZ, de samenwerkende topklinische en opleidingsziekenhuizen in Nederland. Begonnen vele jaren geleden met een groep van zes grote katholieke ziekenhuizen, uitbreidend naar negen ten tijde van de oprichting van de STZ en nu ruim tien jaar na de oprichting al weer ruimschoots op weg naar de vijfentwintig leden. In Nederland hebben we ruim 90 ziekenhuizen, waarvan acht academisch, nu aangeduid als universitaire medische centra (UMC’s) en tegen de 25 STZ ziekenhuizen, dus blijven er zo’n kleine zestig ziekenhuizen over, die middelgroot zijn of juist klein, die zich ook weer in verbanden hebben georganiseerd. Hoezeer ik ook onderschrijf dat we onze belangen als grote STZ ziekenhuizen gezamenlijk moeten bepleiten, ik heb toch ook twijfels bij de versplintering van het ziekenhuislandschap. Ik sta een model voor zoals ingevoerd bij de oprichting van de Orde van Medisch Specialisten, waar we in 1996 tot de instelling van een aantal kamers zijn gekomen waar de verschillende belangen van academische, dienstverband, resp. vrijgevestigde specialisten met een eigen geluid tot hun recht kunnen komen, maar wel onder de verbindende koepel van de Orde.
Waar ik kan, dus ook in onze STZ vergaderingen, bepleit ik dit model, dus een organisatie van ziekenhuizen, met gescheiden aandachtsgebieden voor de UMC’s, STZ-ziekenhuizen en overige, waar mogelijk gezamenlijk onder één paraplu opererend naar verzekeraars, overheid en inspecties. Belangrijk aandachtspunt in ons overleg vandaag is het opleidingsfonds, waaruit onze assistenten in opleiding betaald (gaan) worden, de toedeling van opleidingsplaatsen naar de opleidings- en onderwijsregio’s (OOR) rond de UMC’s. Al enige tijd is er spanning tussen de aanspraken van de verschillende OOR’en , maar ook tussen de UMC’s enerzijds en de niet academische opleidingsziekenhuizen anderzijds. Dat is jammer, want die verdeeldheid maakt ons zwak. Overigens zijn deze machtsspelletjes van alle tijden, ik maak ze al 25 jaar mee, maar leiden wel tot verlies van energie, die we beter kunnen besteden aan het optuigen van goede zorg en opleidingen in ons land.
Tot mijn grote genoegen mag ik vanmiddag tezamen met huisarts en belangrijke initiator Ton Davids de huisartsenpost in Enschede openen, tot nu toe gevestigd tussen onze met een brug verbonden ziekenhuislocaties aan de Emmastraat, maar vanaf vandaag gevestigd binnen ons gebouw aan de Haaksbergerstraat in de onmiddellijke nabijheid van de spoedeisende hulp van ons ziekenhuis, maar wel zelfstandig opererend. Ik hoop dat de spoedeisende keten hiermee weer een stukje verder is gesloten. Aan Ton Davids zal het niet liggen, die heeft onvermoeid geijverd voor deze voorziening, die overigens gevestigd is in onze voormalige directieruimten, die wij om die reden in juni hebben verlaten. Een andere drijvende kracht is Jacqueline Noltes-Beverdam, die als directeur van de CHP Enschede en Oldenzaal haar domicilie heeft in de huisartsenpost in MST. Die opening wordt cabaretesk ingeleid door een tweekoppige ‘raad van toezicht’ . De uitstekende stemming waarin alles plaatsvindt is een vrolijk contrast met de lange tijd wat gespannen verhouding tussen de huisartsen en de organisatie MST. Een belangrijke stap in de samenwerking eerste en tweede lijn. Het zou mooi zijn als we ook in Oldenzaal zover zouden komen. Het lastige is, dat de schaal van Oldenzaal geen aparte SEH mogelijk maakt, zoals die Enschede bestaat. Die zal alleen mogelijk zijn in het verlengde van de klinische activiteiten, die er plaatsvinden. Een volwaardige SEH, geschakeld in de keten achter de huisartsenpost, zoals in MST Enschede is in Oldenzaal niet duurzaam realiseerbaar. De situatie waarbij onze chirurgische assistenten praktisch werkeloos wachten in de avonduren is niet alleen ondoelmatig en onbetaalbaar, maar ook schadelijk voor hun opleiding. We zullen daar een oplossing voor moeten vinden, die aanvaardbaar is voor alle partijen.
J. Herre Kingma
|