![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Vanmorgen op weg naar Arnhem hoor ik via de band dat sommigen zich gestoord hebben aan een opmerking, die ik maakte in de rondvraag van onze laatste STZ vergadering jl vrijdag over het vraagstuk van het vrijgeven van de interventies aan het hart (dotteren) die nu nog ex WBMV vergunningplichtig zijn. Mijn mening is dat die verrichtingen geconcentreerd moeten blijven in een beperkt aantal centra. Dat aantal mag best nog wat groeien boven de huidige achttien, maar dit complex van verrichtingen moet wel geconcentreerd - en in een volledig pakket !! - worden aangeboden. Dat is ook ongeveer wat de Gezondheidsraad zegt in zijn advies. Dat komt de kwaliteit en veiligheid zeer ten goede. Die bereik je niet door een herverdeling over een groot aantal ziekenhuizen toe te staan. Ik heb daar overigens wel bij gezegd dat de hartcentra dan wel ruime of ruimere mogelijkheden moeten bieden voor hun vaste regionale verwijzers om actief te participeren in deze activiteiten. Dat ik dat niet hardop zou mogen zeggen, is wel heel treurig. Het moet niet gekker worden in ons land, dat altijd kampioen vrije meningsuiting was. Vandaag bezoek ik voor het eerst sinds ik mijn baan als ziekenhuisdirecteur heb aanvaard, de vergadering van de NVZ (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen). Die is voor de gelegenheid in Rijnstate Arnhem, want vanmiddag is het afscheid van Leon van Eyck, voorzitter RvB aldaar. Dat dit mijn eerste vergadering is na anderhalf jaar siert mij niet, maar er is veel te doen in MST en dat gaat even voor. Eerst het eigen huis op orde, dan de buitenwereld. Ik maak aantekeningen op mijn blackberry, die ik na de vergadering doorzend naar onze secretarissen t.b.v. de RvB morgen. Die tekst haal ik op hoofdlijnen hier ook aan. DB lid Eelke Zijlstra verhaalt de gebeurtenissen van de afgelopen maanden. De ledenraadpleging 12 september heeft geleid tot stevige brief op 10 oktober. Er is een cumulatie van kosten en afslagen, de vraag naar zorg blijft toenemen en de ziekenhuizen kunnen daar niet verantwoordelijk voor worden gehouden, althans in termen van overschrijdingen. De minister wil ziekenhuizen in moeilijkheden door de kapitaallasten – er moet sprake zijn van een ‘substantiële solvabiliteitsafname’ - tegemoet komen, maar schakelt dan een commissie van Wijze Mannen in. Wat is dat anders dan het bouwcollege nu, vragen sommigen zich af en wie bepaalt dan de spelregels. De minister wil wel richting 50% DBC’s, maar er is wantrouwen in de II-kamer. Die wil sowieso minder markt dan voorzien. Bovendien is men bang voor een kostenexplosie. Dus alleen als de huidige uitbreiding met 10% niet tot kostenstijging leidt, komt er misschien uitbreiding. Dus dat betekent monitoren van het B segment het komende jaar. Als die uitbreiding er wel komt en er is een alternatieve bekostiging van het restant ziekenhuis budget dat nog via fb parameters wordt bekostigd, zou de maatstafconcurrentie kunnen vervallen. Veel ‘als dan’ verhalen dus. De NVZ wil de toelatingsovereenkomst specialisten aanpassen. De reden is dat men de specialisten wil binden aan de productieafspraak. Van uit specialistenkringen hoor ik dat men dit hoog opneemt en ook absoluut niet wil, althans niet op deze wijze. Eerder zouden de ziekenhuizen hogere productieafspraken van de specialisten moeten kunnen volgen door aanpassingen van de productieafspraken. We moeten oppassen dat we door dit soort overheidsmaatregelen niet opnieuw in een vendetta ziekenhuizen specialisten belanden, zoals in de midden jaren 90. Op ziekenhuis niveau lijken de verhoudingen nog wel goed. Sommigen vrezen echter een herhaling van de jaren 90 met tariefdalingen, zoals nu vrij extreem voorzien voor sommige groepen, gevolgd door productiestijgingen ter compensatie. De ongelijk gerichte bekostiging is dus een reëel risico. Verder wil men – vooral de STZ ziekenhuizen - de zorgzwaarte in de DBC verankeren. Dat zou randvoorwaarde voor maatstafconcurrentie moeten zijn. De minister is het daarmee eens ! Alles staat of valt toch met de vraag of de minister de kamer wel mee krijgt. Er staat vooralsnog niets zwart op wit ! Dan aan het eind van dit debat staat er een directeur op en vraagt zich af of we niet te netjes zijn. Ik waan me in de vergadering van de LSV in de jaren 90. Waarom kunnen we zo slecht duidelijk maken dat die zorgvraag er domweg is en dus gehonoreerd moet worden en niet steeds maar gecompenseerd kan worden door repeterende doelmatigheidslagen. Zo’n discussie is een déja vu of entendu. Ik ben weer helemaal bij en aangesloten, terug van weggeweest. Die middag ben ik te gast op het strategieplatform gezondheidszorg in FIGI, een jaarlijkse happening van ziekenhuismanagers. Ik zie veel mensen uit de ICT hoek rondlopen. Men heeft een rijtje van vier mensen genomineerd op grond van een onderzoek onder Nederlandse ziekenhuisbestuurders voor de prijs voor de influencer of the year. Een voor mij tot nu toe onbekende prijs. Aanvankelijk zou ik niet gaan, maar Hans Simons, één van de genomineerden, drong aan op mijn komst. Hij zou ook komen. Dat laatste ging niet door, want hij moest afzeggen op het laatste moment. Verder was genomineerd Geert Blijham van het UMC Utrecht en voorzitter NFU, die ook een key note lecture hield. Voortreffelijke voordracht overigens, ook al was ik het niet in alles met hem eens. Zo kritisch als hij nu is over de prestatie-indicatoren van de IGZ vind ik niet billijk. De reden er mee te starten in 2003 voor ons was dat velen erover spraken, maar niemand een stap zette. Dìe koud water vrees hebben we toen doorbroken door er bij de IGZ mee aan de slag te gaan, overigens in samenwerking met de NFU, NVZ en Orde. Dus nu afstand nemen, is niet heel geloofwaardig. Namens de NFU was Onno Buruma groot pleitbezorger en misschien wel degene die de IGZ er mede toe gebracht heeft dit instrument te gaan gebruiken. Dat ze beter moeten, vind ik ook. Bedoeling was dat ze in het gebruik ontwikkeld en verfijnd zouden worden. Zelf zie ik een ontwikkeling van structuur- en procesindicatoren naar uitkomstindicatoren, die steeds meer zullen gaan werken als productinformatie. Dan is er kans op een heel ander gebruik. Niet meer jaarlijks aanleveren bij de Inspectie, maar steeds laten zien wat de actuele staat van veiligheid en kwaliteit is op productniveau, of DBC niveau, zo men wil. De vierde genomineerde was Cees Meijers, lid RvB Meander Amersfoort. Tot mijn grote verrassing blijk ik de prijs te krijgen uit handen van dagvoorzitter Jan Aghina, directeur van de NVZD. Verbaasd, omdat ik niet meer zo aan de weg timmer als ik nolens volens in mijn vorige functies deed. Misschien heeft het feit dat ik een weblog bijhoud, de doorslag gegeven bij dit gezelschap met veel ICT-ers, die de uiteindelijke keuze binnen het rijtje genomineerden bepaalden. Na deze happening spoed ik mij naar Zwolle, waar we met de raden van bestuur van het OOR NO (opleidings- en onderwijsregio noord oost) bijeen zijn om een koers te bepalen in het lastige dossier opleidingsfonds/verdeling opleidingsplaatsen. De verdeling tussen de OOR-en deugt niet. NO blijft achter, we leiden minder dan een achtste op, maar hebben ruim een zesde van de bevolking van Nederland in ons gebied. Principe is dat dat eigenlijk met elkaar in de pas zou moeten lopen. Maar ook binnen de OOR-en rammelt de verdeling. Conclusie is dat OOR-NO zich krachtiger moet roeren, we gezamenlijk naar het aandeel éénzesde moeten toewerken. Daarna kunnen we dan bezien hoe de verdeling binnen OOR NO kan worden bereikt. J. Herre Kingma |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||