
De Raad van Bestuur is bijeen in zijn wekelijkse vergadering. Omstreeks twaalf uur onderbreken we onze vergadering en ontvangen de majoor Schrover (veiligheidsofficier van onze regio). We bespreken de noodsituatie op onze IC door de kolonisatie van twee en inmiddels drie patiënten met de Acinetobacter Baumanniï. Een multiresistente en uitermate moeilijk te bestrijden bacterie, die bovendien gemakkelijk overleeft op toetsenborden, computerschermen en andere veel gebruikte en lastig te reinigen apparatuur. De beste en meteen meest radicale benadering is de hele IC te sluiten en die elders te huisvesten. Daar is inmiddels naar gekeken, maar een simpel alternatief is niet voorhanden. Defensie is benaderd met het verzoek of men de MOGOS zou willen inzetten. De MOGOS is het 'mobiel geneeskundig operatiekamersysteem', eigenlijk een klein OK complex met aanpalend een naar believen uit te breiden aantal IC bedden. Ik ken het systeem, want zag en inspecteerde het een jaar of vijf geleden als inspecteur generaal tijdens een oefening van de krijgsmacht. Verder kent onze chirurg en intensivist Ralph de Wit het van zijn uitzending naar Irak, waar hij ter plaatse in een MOGOS werkte. Die positieve ervaringen maken het de RvB makkelijk ja te zeggen tegen dit ingrijpende voorstel. Van de zijde van defensie blijkt grote bereidheid te bestaan ons bij te willen staan. Dan ontstaat er een enorm elan om deze kans snel te benutten. Binnen een half uur ligt er bij de burgemeester een verzoek om 'militaire bijstand', zoals dat officieel heet. Onze burgemeester Peter den Oudsten spreek ik telefonisch en is ook onmiddellijk bereid mee te werken. Hij zit in Den Haag en instrueert de loco burgemeester. Het verzoek bereikt daarna ook onze Commissaris der Koningin die op dat moment juist bij de minister van binnenlandse zaken zit. Zo rolt de sneeuwbal verder. De verbindingsofficier meldt dat het transport uit Ermelo, waar het 400ste Geneeskundig Bataljon dat het MOGOS beheert, gelegerd is, zo snel mogelijk op weg gaat naar Enschede.
's Avonds spreek ik met de huisartsen in Losser en Oldenzaal over de huisartsenpost en de spoedeisende hulp van MST in Oldenzaal. Op 1 november 2009 loopt ons contract af waarin wij ons verbinden de SEH open te houden. 's Nachts komt er minder dan één patiënt per nacht langs. Om precies te zijn, er komen er ca vijf per week tijdens de nachten. Tijdens mijn optreden word ik gebeld door actualiteitenrubriek Netwerk, die ons live in de uitzending wil over de mobiele IC van Defensie, hetgeen ook geschiedt. Thijs vd Brink stelt me een aantal vragen over het hoe, waarom en hoe ernstig het er allemaal uitziet, die ik beknopt beantwoord. Ik vervolg mijn verhaal voor de huisartsen, maar wordt dan onderbroken door Arie van Alphen, voorzitter RvB ziekenhuisgroep Twente (ZGT), die de hulp van zijn ziekenhuis aanbiedt, hulp die ik graag aanvaard.
Om kwart over negen rijdt Kees vd Kolk me terug naar Enschede en wel rechtstreeks naar de Koningstraat. Als ik het parkeerterrein van het ziekenhuis oprij, lijk ik verzeild te raken in het decor van een oorlogsfilm. Er staat een groot aantal legervoertuigen in het gelid geparkeerd en enige tientallen militairen zijn druk doende in een zee van schijnwerpers een groot aantal containers af te laden en op te stellen. Er worden hekken geplaatst, een tent gebouwd, een immense generator geïnstalleerd. Ik word geïnterviewd door de NOS radio en RTV Oost. Binnen is de bataljonscommandant, de kapitein Reuvers in overleg met zijn manschappen en onze managers over de vraag wanneer en hoe de MOGOS geplaatst kan worden. Mij wordt gezegd dat die morgen vroeg er zal staan. Na wat napraten verlaat ik om een uur of elf dit legerdorp in aanbouw. Dat dit allemaal zo snel op gang is gekomen na ons verzoek, dwingt respect af en erkentelijkheid voor deze snelle hulp. Op weg naar buiten loop ik chirurg Ralph de Wit in gevechtstenue tegen het lijf, die zich juist deze week voorbereidt op een nieuwe uitzending naar Afghanistan. Hij bevestigt me nog eens zijn positieve ervaringen in Irak met het MOGOS en dat geeft ons het plezierige gevoel dat deze ongebruikelijke beslissing juist is geweest. Ondertussen worden we belaagd door persfotografen, microfoons en camera's van diverse nieuwskanalen en kranten. We hebben niet om deze publiciteit gevraagd, maar zo'n legerhospitaal in het centrum van de stad hou je ook niet stil en alle activiteiten erom heen maken het wel tot een spektakel of mag ik zeggen dragen het predikaat spectaculair.
Als we het parkeerterrein verlaten, inmiddels militair terrein, is de opbouw al in volle gang.
J. Herre Kingma
|