
Even voor zevenen ben ik weer bij het ziekenhuis. Het 'dorp' is klaar wat betreft de uitwendige contouren. Aan de zijgang, gebruikt voor de poliklinieken, is een gang van ik schat een meter of vijftien à twintig gebouwd met links en rechts dwars daarop een stuk of acht uitschuifbare containers. Aan de binnenzijde vormen die zes separate units, waarin twaalf IC bedden zullen worden geplaatst. Daarnaast nog een kleine OK en een opslagruimte. We doen een eerste inspectie en die geeft vertrouwen. Er lopen ook al een paar IC verpleegkundigen rond, die constateren dat veel van de basisbehoeften van een IC standaard voorhanden zijn. Opnieuw pers met camera's en microfoons om dit -vinden ook wij- bijzonder fraaie staaltje van militaire hospitaallogistiek voor het oog en oor der natie te verslaan.

Mijn afspraak met de tandarts sneuvelt, maar hij begrijpt het, het nieuws had hem ook bereikt. Om tien uur de tweede bijeenkomst van het crisisteam. Daar zullen er nog een hele reeks van volgen de komende dagen. Er is een vracht aan grote en kleine zaken te regelen, te veel om op te noemen. Welke apparatuur gaan we gebruiken, die van defensie of die van ons zelf ? We hebben zeker niet genoeg, want op onze reguliere IC liggen op dit moment nog 14 patiënten (inclusief de drie besmette patiënten) met volledige bemanning en apparatuur aan en om de bedden. Die IC is bovendien besmet, dus mensen en apparatuur kunnen niet zomaar worden uitgewisseld met de mobiele IC, anders exporteren we het probleem naar onze nieuwe faciliteit. Deels zullen de instrumenten, zoals beademingsapparaten en monitoren, die bij de MOGOS horen, gebruikt worden, deels -bijvoorbeeld infuuspompen en bedden - zullen we eigen apparatuur gebruiken, vooral waar eenduidige bediening, zoals bij infuuspompen cruciaal is voor patiëntveilige toediening. Men buigt zich over de aansluiting op het ICT netwerk, het energienetwerk, water enz. Er wordt gereinigd en gepoetst.
In de loop van de morgen informeer ik de Commissaris van de Koningin, Geert Jansen over de voortgang, ook hij moest gisteren zijn toestemming geven. Hij steunt ons besluit. Hij adviseert ons als alles voorbij is, e.e.a. grondig te evalueren. Dat is een goed advies en ik geef daarna dan ook opdracht alle mails terzake te bewaren en we besluiten één van onze secretaresses Jeanette Vlierman toe te voegen aan het crisisteam om de overleggen te notuleren en deze onmiddellijk uit te werken. De burgemeester sprak ik gisteren al en ik volsta nu met een mail over de voortgang, die hij beantwoordt met steunbetuiging en bijval voor het initiatief. Roger van Boxtel, voorzitter van de in onze regio dominante verzekeraar MENZIS, belt om ons te complimenteren met onze daadkracht en zegt ook zijn steun toe. Ik informeer ook de voorzitter van onze Raad van Commissarissen, Dik Veltman, die ik ook al donderdagavond informeerde. De overige leden van de RvC worden vanmiddag gebrieft via de mail.
Om twaalf uur is er een drukke persconferentie. We zitten met een man of zeven achter de tafel. Naast mijzelf, het hoofd van de IC, René Brouwer, bedrijfskundig manager Cees Schenkeveld, een voortreffelijk duo, dat elkaar naadloos aanvult in medische en logistieke zaken. Verder mijn collega Marianne Lensink, die voor de interne gang van zaken bestuursverantwoordelijk is - ik doe de buitenboel - en T. Halaby, microbioloog, die zichzelf overtreft in deze crisis. Sowieso valt op, wat mensen kunnen als het er echt op aan komt. Geweldig. Ter linkerzijde zitten de militairen, de persvoorlichter de majoor Hendrickx, de commandant van het bataljon, de kapitein Reuvers en de majoor Bril. Tegenover ons een goed gevulde zaal met journalisten en cameralieden. Ik zie BNR, de NOS, RTV Oost, TC Tubantia en later de Volkskrant. NRC belde al eerder. Steeds weer keert de vraag terug wat het risico is van de gewraakte bacteriën voor de besmette patiënten. We leggen uit dat onze patiënten wel 'gekoloniseerd' zijn met de gevaarlijke bacterie, maar géén ziekteverschijnselen hebben. Dat we de hele operatie desondanks ondernemen is om hygiënische redenen, net als bij de MRSA besmettingen. Conform de richtlijnen bestrijden we in Nederland nog steeds dit soort ziekenhuisinfecties met multiresistente bacteriën, die - als ze wel tot een infectie komen bij een patiënt- nauwelijks nog te bestrijden zijn met antibiotica. Om de IC schoon te krijgen betekent dat bij deze bacterie met onze ruimtelijke omstandigheden, waarbij we de IC niet kunnen compartimenteren, dat we die volledig moeten ontruimen en naar alternatieve ruimte moeten zoeken. Vandaar de mobiele IC van Defensie. In vele buitenlanden heeft men zich neergelegd bij de permanente kolonisatie met MRSA en andere multiresistente bacteriën.
Om twee uur informeren we met dezelfde mensen achter de tafel onze medisch coördinatoren en bedrijfskundig managers. Dat verloopt heel rustig. Gek genoeg zijn er niet eens zoveel vragen. Er is steun voor de aanpak en de vragen zijn constructief. Een ieder zal op zijn beurt zijn eigen mensen informeren.
De rest van de middag verloopt in een ingehouden hectiek, maar alles is onder controle. Om zes uur ga ik nogmaals naar de mobiele IC. Daar tref ik inmiddels ook een paar leden van het Corps Marechaussee, die geheel volgens de standaard procedure poolshoogte komen nemen. De Duitse BildZeitung wil ook nog foto's maken en vragen stellen, waar we in toestemmen. Om kwart over zes is er voor die dag een laatste mediacontact via Eén Vandaag. Men zendt een stukje oude reportage uit over Heerlen, dat enige jaren geleden met deze infectie kampte. Aansluitend laat men mij via een paar vragen mijn verhaal doen. De camera kan niet de mobiele unit in, het snoer is te kort. Niet erg, we hebben nu wel genoeg laten zien van wat er gaande is. Vanaf nu mogen alleen nog de mensen de unit in, die daar een functie hebben. Morgen zullen we nieuwe badges laten maken voor de werkers daar.
Verder gebeurt er weinig dat mijn aandacht vraagt, dus ga ik naar huis, waar ik hier en daar flarden zie van de ruime media aandacht die we vandaag kregen. Ongevraagd maar wel nuttig.
J. Herre Kingma
|