
Vanmorgen afstemmingsoverleg met Bert Vos. We doen dat in hotel Figi in Zeist, want onze paden kruisen elkaar in het centrum van het land, Bert op weg van Hoorn naar MST, ikzelf op weg van MST naar het AMC. Daar woon ik de ceremonie bij tgv het voltooien van de opleiding van een groep aankomend huisartsen, waaronder mijn schoondochter. Het is een vrolijk geheel. 80% is vrouw en velen van hen hebben tijdens hun opleiding één of meer kinderen gebaard of zijn daarmee nog zichtbaar onderweg. Die zeer jonge kinderen getuigen luidkeels van hun aanwezigheid. De ceremonie is informeel, allen worden vriendelijk toegesproken en en passant mild 'geassessed' op hun competenties, de medische vaardigheden, patiëntvriendelijkheid, organisatievermogen, empathisch vermogen enz. Een vrouwelijke Amsterdamse huisarts-opleider, die al bijna dertig jaar praktijk houdt in het Amsterdamse staatsliedenkwartier vertelt over haar ervaringen en de veranderingen in het vak. Die zijn inderdaad indrukwekkend, zowel sociaal als medisch. Als je hier kijkt en luistert is de deftige, wat afstandelijke huisdokter die bij mijn eigen afstuderen nog bestond, definitief uitgestorven, of moet ik zelfs zeggen radicaal uitgeroeid. Want de opleiders stralen en spreken in bijna iedere zin uit wat volgens hen de ideaaltypische huisarts is en waar de opleiding dus ook op toe is gesneden. Dan is er de borrel. Ik praat na met huisartsen in de omgeving van het AMC, in de Bijlmer en elders. De patiënten in deze grootstedelijke gebieden kiezen bij spoed al heel snel voor de SEH van het AMC, de huisartsenpost passerend. Het samenvoegen van Huisartsenpost en SEH aldaar is een logische ontwikkeling, die we op veel plaatsen zullen gaan zien, maar die hier praktisch dus ook van groot belang is om de triage van acute hulpzoekers optimaal te laten verlopen.
Tijdens deze ceremonie zond de AVRO radio een kort interview uit met mij, dat maandagmiddag werd opgenomen in het MST. Het onderwerp was patiëntveiligheid en medische missers. Mijn boodschap was dat je soms met kleine inspanningen al grote effecten kan bereiken. Als voorbeeld noemde ik het verbeteren en handhaven van handhygiëne, beter gezegd vaker en beter handen wassen. Ik verwees naar de campagne 'cleaner care is safer care' die door de WHO World Alliance for Patient Safety op 13 oktober 2005 in de VN assemblee in Geneve is gelanceerd. (kijk op www.who.int/patientsafety/events/05/global_challenge/en/index.html en ook op de algemene website van de WHO over patiëntveiligheid www.who.int/patientsafety/en/ ) Ik had de eer om de Nederlandse aanpak van ziekenhuisinfecties toe te lichten, maar begon met de geschiedenis, dus met Ignace Semmelweiss, die in Boedapest en Wenen met zijn handhygiëne een drastische reductie bereikte van vaak fataal verlopende kraamvrouwenkoorts. In Amsterdam lag dat voor de kraamvrouwen in het midden van de negentiende eeuw niet zo veel anders. Liever leken zij te bevallen bij een vroedvrouw dan bij een dokter of coassistent, want de vroedvrouwen, schoner op zichzelf, hadden vergeleken bij de artsen maar half zoveel gevallen van kraamvrouwenkoorts. Didier Pittet, goeroe op het terrein van de handhygiëne sprak destijds in Geneve zeer overtuigend, ook weer met als motto: kleine moeite, grote dienst, aan de patiënt wel te verstaan. Zo worden kruisinfecties voorkomen, kan het antibioticagebruik worden teruggedrongen en bestrijd je daarmee ook het wereldwijde en nog immer groeiende probleem van de antibiotica resistentie. We waren tijdens het lanceren van de campagne olv de Engelse Chief Medical Officer, Sir Liam Donaldson, verbonden met dertig landen om ook daar het startschot te laten klinken. We hebben toen ook gepoogd de pers te interesseren voor deze campagne, maar dat is niet gelukt. Deze media aandacht komt dan nu alsnog een beetje, zij het laat, maar beter laat dan nooit. Vorige week sprak ik op de UT ook over dit probleem op een euregionaal symposium over multiresistente bacteriën in de ziekenhuizen, zoals de welbekende MRSA, ESBL en de recent bij ons ook waargenomen Acinetobacter Baumannii. Door die laatste bacterie moesten we zelfs een opnamestop afkondigen voor onze IC, waardoor we nu al ruim een maand in de mobiele IC verblijven, die we van de krijgsmacht in 'leen' hebben. Overigens zij hiermee niet gezegd dat dat probleem primair veroorzaakt is door gebrek aan handhygiëne op ónze IC. Patiënten komen niet zelden binnen terwijl ze de bacterie al bij zich hebben van elders, in dit geval een patiënt, die terugkeerde uit Turkije. Het is een wereldwijd probleem niet toe te schrijven aan individuele ziekenhuizen, artsen en verpleegkundigen. Het vraagt om wel om een brede aanpak en een heroriëntatie op schoonwerken en de strakke discipline, die dat vraagt, eist.
J. Herre Kingma
|