
Vanmorgen leggen we de laatste hand aan een voordracht voor de Orde van Medisch Specialisten. Ik moet dinsdagavond spreken in de Domus Medica op een symposion over de gevolgen van de stelselwijziging en de daaruit voortvloeiende maatregelen van Minister en Zorgautoriteit voor ziekenhuis en de praktijkvoering. Mij is gevraagd me te richten op de gevolgen voor de bedrijfsvoering. Niet echt mijn onderwerp, maar mijn verhaal concentreert zich op de relatie specialist ziekenhuisbedrijf, de ontwikkeling van het bedrijf in een omgeving, die geen grote schaal meer wil, maar menselijke maat en toch schaalvoordelen wil in de vorm van veilige en efficiënte zorg. Onze oplossing is die van een herordening van het ziekenhuis in voor patiënt en professional herkenbare eenheden, de klinische centra. Onze huidige indeling in RVE’s is een noodzakelijke stap op weg daar naar toe, maar wel een tussenstap. Hoe lang we erover zullen doen om de volgende stap te zetten, is moeilijk te zeggen. Het idee om deze weg te volgen, is wel leidend, maar niet dwingend. Het moet een natuurlijk proces zijn. De bouw van het nieuwe ziekenhuis leidt ook in die richting, want is gebaseerd op een huisvestingsconcept, dat verwante RVE’s, bij elkaar zet, groepeert. Dat hoeft nog niet onmiddellijk tot een organisatorische eenheid te leiden.
Tijdens mijn wekelijks overleg met de voorzitter van het Medisch Stafbestuur Diedrik Buiten bespreken we de lopende zaken, vaak als voorbereiding op ons overleg MSB-RvB. Vandaag hebben we het o.a. over de gang van zaken rond de benoemingsadviescommissie (BAC) anesthesiologen. We delen de visie dat er sprake moet zijn van een reële taakuitoefening van de BAC, waartoe ook de selectieprocedure hoort. Sowieso is het verstandig de procedure rond opstellen profiel voor een vacature en daaropvolgende search, sollicitatie en selectie door te lopen en zo nodig te herzien en in een breder kader te plaatsen dan alleen de klassieke benchmarks.
Vanavond zou ik naar een bijeenkomst moeten van de Telders Stichting in den Haag. Om daar op tijd te kunnen zijn, zou ik – zo blijkt uit ervaring - om drie uur moeten vertrekken, gelet op de files bij Utrecht als je daar rond vijven passeert. Dat is geen optie en ik laat dus afzeggen. Het is duidelijk dat wonen en werken in de regio je letterlijk op afstand zet in Den Haag. Het onderwerp van vanavond is de vraag hoe non-profit organisaties moeten opereren in een markt. Voorbeeld is het onderwijs en dichter bij huis, het ziekenhuis. De minister van Justitie Hirsch Ballin is bezig met een wet op de maatschappelijke onderneming. Die zou dan bijv. voor ziekenhuizen kunnen gelden.
Mijn absentie in den Haag geeft me de gelegenheid het dineroverleg bij te wonen van de maatschap mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie. Die officiële naam in plaats van het makkelijk in het gehoor liggende kaakchirurgie hoor ik vanavond voor het eerst. We eten in het Witte Paard in Delden, mijn toekomstige woonplaats. Het is een plezierig gesprek onder een goed diner dat Bert Vos en mij wat verder binnen leidt in de ambities van de maatschapsleden en de wereld van dit specialisme. We maken een tour d’horizon langs de toekomst van het vak, de huisvesting, de vorming en stappen op weg naar een oncologisch hoofdhals-centrum, de relaties met de omliggende ziekenhuizen, het investeringsbeleid van het ziekenhuis en waar het te pas komt doen we wat kleine zaken. Hoewel we na al deze gesprekken zeggen dat we de contacten op deze wijze zeer op prijs stellen en dat meestal ook van onze gastheren horen, zoals ook in dit geval, hebben we nu pas de meeste van de bijna dertig vakgroepen en maatschappen bezocht, maar zijn daarmee al bijna anderhalf jaar onderweg. We zetten onze gesprekken met alle groepen voort, maar dat zal reëel gesproken – los van de halfjaarlijkse RVE overleggen enz - toch niet vaker kunnen dan één maal per anderhalf jaar.
J. Herre Kingma
|