
Als lid van de commissie van toezicht van het RIVM ben ik vanmorgen betrokken bij het werk van een externe auditcommissie, formeel zelfs, samen met medecommissielid André Knottnerus, als opdrachtgever. Het gaat niet primair over de besteding van middelen, maar over de kwaliteit van het werk. Ik heb zelf net onze eigen, zij het interne audit gehad over de financiële status quo en begroting, die nog wordt vervolgd eind maart. Een interne audit over de kwaliteit van ons ziekenhuisproces zou ook niet misstaan. Natuurlijk, er wordt gerapporteerd via de prestatie-indicatoren, we doen allerlei benchmarks, artsen van diverse disciplines publiceren regelmatig hun resultaten en vooruitgang, waaraan we ook steeds vaker aandacht besteden via persberichten. Maar ik heb het nu even over de kwaliteit van het ziekenhuis als faciliterende organisatie, van portier tot directeur, dat het medisch en verpleegkundige proces faciliteert, de corebusiness van ons huis. Wordt vervolgd.
Tijdens de audit bij het RIVM belt Aad Arkenbout of ik wil optreden vanavond bij Pauw en Witteman over mijn uitspraken gisterenmiddag voor de AVRO radio dat de ziekenhuizen in anno 1900 schoner waren dan anno 2000, ook voorpaginanieuws voor de Telegraaf. Overigens een uitspraak, niet meer dan een uitsnede van een paar zinnetjes uit een AVRO radio-interview waarin ik bevraagd werd over patiëntveiligheid in de ziekenhuizen. Een radioappetizer voor de gisteravond weer hervatte televisieserie van de AVRO over medische missers. Na overleg met de redactie van Pauw en Witteman wordt mijn deelname bevestigd en rijden we 's avonds naar studio de Plantage naast Artis in Amsterdam. Ik ken de ambiance, want hier wordt ook Buitenhof gemaakt iedere zondagmiddag, waarin ik tussen 1996 en 2006 een aantal keren mocht optreden in verschillende functies. De studio heeft bij Pauw en Witteman een metamorfose ondergaan van een bezadigde salon naar een multimediaspace, de wanden vrijwel geheel bedekt met platte buizen, plasmaschermen of wat er op lijkt. De ovale tafel staat midden tussen het in een carré en café opstelling zittende publiek. Dat publiek komt voor een theateroptreden, althans zo lijkt het even, want de presentatoren en gasten worden één voor één binnenkomend in deze mini-arena met applaus aangekondigd. Het gesprek wordt geopend met een statement over homo-emancipatie. Volgens de hoofdredacteur van de Gaykrant moeten de homorechten zelfs in de grondwet worden verankerd. Ik mag daar ook iets van vinden. Van mij hoeft dat niet per se, maar heb geen bezwaar. Of dat de tolerantie en emancipatie van op dit punt minder verdraagzame, van oorsprong vaak niet westerse bevolkingsgroepen zal bevorderen of makkelijker afdwingen, is een illusie. Dat duurt gewoon nog twee generaties, zoals wij westerlingen, verlicht of niet, er ook tig generaties - en sommigen nog steeds niet - over gedaan hebben om tot acceptatie van homoseksualiteit te komen.
Na een interview met mijn buurdame over het aan werk helpen van werkeloze acteurs, waar er veel te veel van zijn en komen door het teveel aan toneelscholen volgens haar, ben ik aan de beurt. Na een rustige inleiding in het vraagstuk van de hygiëne in de ziekenhuizen, een wereldwijd probleem, dat hoog op de agenda van de WHO staat, word ik op nauwelijks verholen verontwaardigde toon door met name mijn buurvrouw de actrice gemaand om eindelijk dan eens 'zware' maatregelen te nemen met fikse straffen. Begrijpelijk, men is verbijsterd door de getallen, die ik noem uit de VS en Engeland. Geëxtrapoleerd naar Nederland praten we toch al weer over honderden vermijdbare doden en hoge vermijdbare kosten. Dat alles gezegd hebbende blijft het merkwaardig, deze selectieve verontwaardiging in zo'n libertair programma. Bijzonder om hier nu ineens de law and order benadering te preken voor ziekenhuizen, artsen en verpleegkundigen, die als ze al iets fout zouden doen, dat volstrekt unintended doen. Ik hoor weinig van dit soort opmerkingen als het gaat om het handhaven van de openbare orde, waar meestal sprake is van doelgericht rotzooi trappen en vernielen. Dat moet toch vooral op een pedagogische toon, ondersteund met jeugdprojecten en voorlichting, net nog in de uitzending bepleit jegens hardleerse jongeren om tot grotere tolerantie van homoseksualiteit te komen. Allemaal tegen beter weten in, zoals steeds weer blijkt. Echt uitpraten en een betoog opbouwen lukt me niet door al deze interrupties. Even wordt zelfs gefocused op het MST en krijgen we onze mobiele IC in beeld, waarbij die het gevolg zou zijn van suboptimale hygiëne op onze IC. Ten onrechte !!! Ik vertel dat de acinetobacter Baumannii mee is gekomen uit Turkije en zich daarna bij ons heeft verspreid op de IC. Ik onderstreep daarmee nog eens het internationale karakter van het vraagstuk. Ik kom er niet aan toe, zoals mijn bedoeling was, om uit te leggen wat we in Nederland en elders allemaal ondernemen ter bevordering van infectiepreventie en ziekenhuishygiëne, zoals bijv. het WHO programma 'cleaner care is safer care', al gestart in 2005, maar onbekend gebleven in Nederland, zoals ik gisteren hier al schreef. ik kom niet toe aan het noemen van de wereldwijde 'surviving sepsis campaign', het Nederlandse PREZIES programma, de surveillance van ziekenhuisinfecties. Anderzijds toegegeven, Jeroen Pauw had daarin gewoon gelijk en het was ook de kern van mijn eerdere uitspraken, de discipline schiet te kort, moet strakker. Ook dat is een wereldwijd probleem. Zo schrijft Atul Gawande, zelf arts en bekend publicist over patiëntveiligheid in de New England Journal of Medicine en zijn boek 'Better' dat het zelfs in het wereldberoemde Brigham and Womens hospital, onderdeel van Harvard University in Boston slecht gesteld is onder met name dokters met de handhygiëne.
Moeten we misschien een beetje terug naar de ouderwetse strenge hoofdzuster, die de hygiëne strak handhaafde, toezag als meewerkend hoofdvrouw op de reinheid van de ziekenzalen en gedrag van zusters en als het werd geaccepteerd, ook de dokters. Dweilen van de vloeren, soppen van bedkastjes en bedden moest nog door de verpleging zelf worden gedaan, dag in dag uit. Dat was niet altijd een pretje, ik heb het zelf ook nog gedaan als hulpbroeder in de zomervakanties tijdens mijn medische studie. Nu hoeft de verpleging dat niet meer te doen, terecht, daar zijn ze niet voor! Maar de volledige uitbesteding van de schoonmaak aan externe schoonmaakbedrijven heeft ook zo zijn beperkingen. Patiënten en medewerkers klagen over het ontbreken van properheid. Hoe krijg je die weer terug ? Groot bezwaar vind ik dat de schoonmaakmedewerkers geen onderdeel van het afdelingsteam zijn. De hele afdeling moet samen werken aan een hygiënische en dus ook microbiologisch veilige omgeving voor de patiënt. Dat bereik je alleen in eendrachtig teamwork van alle betrokkenen. Betrek dus de schoonmakers bij de afdeling, ook sociaal, dat vergroot hun betrokkenheid en inzet.
De verpleging staat in een heel oude traditie als het om ziekenhuishygiëne gaat. Zij waren het die de armenhuizen in de negentiende eeuw van poelen des verderfs herschiepen in schone lichte grote overzichtelijke ziekenzalen, waar rust, reinheid en regelmaat heersten. Dat waren niet de bestuurders of de artsen, maar vrouwen als Florence Nightingale in Engeland, in Amsterdam Anna Reynvaan en Jeltje de Bosch Kemper. Dames van goeden huize die niet meer thuis wilden borduren, maar de handen uit de mouwen staken. Het waren niet de makkelijksten, sommigen ronduit onaangename types, althans dat schrijven hun biografen, vaak de role models van de strenge hoofdzuster, die de ouderen van ons nog wel van vroeger kennen. Maar wie een omelet wil bakken, moet een eitje willen breken, zegt Neelie Kroes. Die strenge hoofdzusters moeten we niet verheerlijken, het was bepaald niet altijd makkelijk werken, maar het leiderschap van deze generaties vrouwen, hun positie als role model, het voorbeeld voor de jonge leerling, is uitgestorven en heeft een vacuüm geschapen in ziekenhuizen en nog meer de verpleeghuizen. Ons moderne management heeft dat nooit kunnen opvullen, is mijn oprechte mening. Dat is niet de schuld van de managers van vandaag, de maatschappij is veranderd. Persoonlijke ontwikkeling staat voorop. Opofferingsgezindheid is uit, maar die zijn samen met toewijding wel lang basisingrediënten voor goede ziekenzorg geweest. Onze taak die op een moderne manier weer heruitvinden.
Zo liep mijn aandeel in het programma ten einde, waar ik - achteraf gezien op een ongemakkelijke plek in een niet zozeer onaangenaam, maar voor dit onderwerp wel ongemakkelijk gezelschap - mijn in mijn ogen belangrijke, maar 'unconvenient truth' aan de man probeerde te brengen, die sommigen, geheel ten onrechte, zien als kritiek op mijn eigen MST, quod non. Nee, het is een algemeen en wereldwijd vraagstuk, waar ieder ziekenhuis zijn steentje moet bijdragen aan de oplossing. Dat ik daar figureer, heeft alles te maken met mijn oude functie en opvattingen die ik toen over patiëntveiligheid heb gegeven. Ik spreek alle ziekenhuizen aan, inclusief mezelf als baas van het MST. Met onze mobiele militaire IC en de noodzaak een nieuwe IC te bouwen hebben we alle redenen om onze procedures rond hygiëne en preventie van ziekenhuisinfecties kritisch te herbezien.
WHO World Alliance for Patient Safety op 13 oktober 2005 in de VN assemblee in Geneve
Algemene website van de WHO over patiëntveiligheid
Presentaties Nederlandse aanpak ziekenhuisinfecties op WHO World Allicance for Patient Safety
Uitzending Pauw en Witteman 27 februari 2008
J. Herre Kingma
|