Zaterdag gaan de voorbereidingen voor het in gebruik nemen van de mobiele IC door, maar mijn collega Marianne Lensink is in charge, zelf ben ik verhinderd door feestelijke familieverplichtingen. Zondag mag ik weer in de ring. We komen drie keer bijeen vandaag met de belangrijkste betrokkenen. Om tien uur wordt een lange rij checks afgewerkt, zoals de certificering van de te gebruiken apparatuur. Hoewel het merendeels gaat om defensie apparatuur is het ziekenhuis eindverantwoordelijk voor het functioneren. Een ander cruciaal punt is de toegang tot de mobiele IC.  Er blijken nog steeds allerlei mensen zonder goede reden rond te lopen in de mobiele IC en dat moet worden beperkt tot diegenen die er noodzakelijker wijze moeten zijn. Besloten wordt alleen diegenen, die er gaan werken, permanent toegang te verlenen d.m.v. een badge, maar dan pas na volledige instructie omtrent werkwijze en absoluut verplichte hygiëne regels. Deze badge is gemarkeerd met een blauwe rand rond de pasfoto. Dat onderscheid moet de bewaking bij de toegang helpen onbevoegden de toegang te weigeren. Alle anderen, die incidenteel de mobiele IC bezoeken, moeten zich tevoren telefonisch aanmelden bij één van de werkers op de mobiele IC, die de bezoeker begeleidt en wijst op de verplichte hygiënische maatregelen. Het klinkt allemaal heel dramatisch, maar we kunnen ons geen nieuwe infectie veroorloven op de mobiele IC, al ligt dat gevaar wel voortdurend op de loer.

Na het middagoverleg nemen we (bedrijfskundig hoofd IC Cees Schenkeveld, medisch hoofd IC René Brouwer en ik) het besluit dat de mobiele IC morgen om acht uur open gaat. Er zijn 4 bedden operationeel van de twaalf en patiënten zijn welkom na de instructie van de eerste ploeg. Later in de middag keert woordvoerder Aad Arkenbout terug uit zijn woonplaats Scheveningen. Hij zet zich aan de patiënten- en bezoekersinformatie, die morgen beschikbaar moet zijn. ‘s Avonds corrigeren we de teksten via mail en telefoon.  

J. Herre Kingma