
Maandagmorgen is er om acht uur weer een bijeenkomst van het mobiele IC-team, waar ik van de partij ben. Het wordt langzamerhand al een beetje routine en dus ook tijd dat de Raad van Bestuur wat minder dicht op de operatie gaat zitten. Dat vinden ook de militairen, er moet tenslotte nog een ‘escalatieniveau’ zijn. Om tien uur wordt de eerste patiënt verwacht, Marianne Lensink en ik zullen acte de présence geven. Eerst briefen we om negen uur de bedrijfskundig managers in onze vaste bijeenkomst op dit tijdstip. Eigenlijk weet iedereen alles wel zo’n beetje. Krant, radio en TV hebben hun werk gedaan. Toch is het goed stil te staan bij de gebeurtenissen en de consequenties voor andere afdelingen te bespreken.
Tegen tien uur begeven we ons naar de mobiele IC. Het duurt allemaal nog wat totdat het IC bed met beademde patiënt eindelijk de sluis inrijdt. Het kost even wat moeite het bed naar binnen te rijden en ook zien we het licht even wat lager branden. Zojuist is de noodstroom afgekoppeld na de inwerkingstelling van de stroom vanuit het ziekenhuis. We houden ons hart vast en even de adem in of alles wel goed gaat, maar het gaat goed. Na drie en een half etmaal hard werken is het gelukt, de eerste patiënt is veilig binnen. In de hal voor de ingang van de mobiele IC is een koffieruimte voor het personeel ingericht. Een endje verder is een kleedruimte afgetimmerd, maar die is te klein en wordt nu vergroot. Het achttiende eeuwse Amsterdamse horloge, erfenis uit het roemrijke Ziekenzorg verleden, dreigt zo te worden weggetimmerd in het kleedlokaal, maar na herhaald aandringen wordt de klok toch verwijderd en veilig opgeslagen op de bestuursvleugel, alles onder leiding van chirurg van Deth.
Intussen bel ik met Eelke van der Veen, kamerlid TK voor de PvdA. Hoewel ik belde voor iets heel anders buiten de politiek, is hij zeer geïnteresseerd in onze wederwaardigheden met de mobiele IC. Hij sluit zich aan bij de lange rij mensen, die vrijwel zonder uitzondering positief reageren op onze stap de krijgsmacht te hulp te vragen. Een soortgelijke reactie krijg ik later die dag ook van Pieter Omtzigt, lid tweede kamerfractie CDA. Hij zal ons a.s. maandag een bezoek brengen, dat al langer in de pen zat, maar nu versneld wordt met ons mobiele IC-avontuur.
’s Middags kunnen we ons eindelijk weer wat richten op het going concern van het ziekenhuis, de post- en tekenboeken, de periodieke overleggen met afdelingen, waaronder het Thoraxcentrum en de Klinische Chemie. Tussendoor belt Eén Vandaag TV op en vraagt me waarom het O.M. zo terughoudend is met het ingrijpen bij gevaarlijke alternatieve genezers. Dat begint langzamerhand wel een ver van mijn bed show te worden. De meeste kwakzalverij is onschuldig en staat de reguliere geneeskunde niet in de weg. Wanneer dat wel het geval is en/of veel te hoge tarieven worden gevraagd, moet het OM optreden, anders niet.
Mijn deelname aan de working Group olv de Engelse Chief Medical Officer Sir Liam Donaldson over de evaluatie van NHS wat betreft kwaliteit en veiligheid laat ik afzeggen. Ik heb me totaal niet kunnen voorbereiden en zou me moeten begeven via een video conference in een bijeenkomst van een stuk of twintig CEO’s van ziekenhuizen en andere instituten. Jammer, want zeer belangwekkend.
J. Herre Kingma
|