
Vandaag niet naar Enschede. Ik leg de laatste hand aan een voordracht die ik vanmiddag zal houden op een congres in Utrecht over overheidscommunicatie. Ik spreek over communicatie in de gezondheidszorg, niet bepaald overheid, maar wel publiek domein.
Het congres is in Muziekcentrum Vredenburg, onderdeel van het ooit futuristische Hoog Catharijne complex, maar nu zeer gedateerd. Tegelijk heeft de kleine zaal, uitgevoerd in ruw beton en afgewerkt met hout in naturel ook al iets monumentaals gekregen. De zaal zit vol met zo'n 250 mensen, directeuren van instellingen, maar vooral communicatieprofessionals. Ons hoofd communicatie Aad Arkenbout hielp me met het verhaal, zou ook mee, maar is geveld door griep. Ik houd mijn verhaal na de pauze. Kern van mijn betoog is dat informatie over ons ziekenhuis niet sterk bijdraagt aan het verleggen van patiëntenstromen naar ons huis, zo we dat al wilden. Om patiënten te trekken is reputatie en reputatiemanagement vele malen belangrijker dan marketing informatie. Dat heeft er ook mee te maken dat de keuzevrijheid nu eenmaal beperkt is. De voorkeur voor een ziekenhuis in eigen stad is sterk en daar is er vaak maar één van. Openheid en openbaarheid over incidenten is een ander belangrijk onderwerp, al wordt die eerlijkheid niet altijd beloond, getuige ons avontuur met het stamcelonderzoek met hartpatiënten begin vorig jaar, kort na mijn aantreden. Daar vermoedden sommigen buiten ons ziekenhuis, ondanks onze openheid, dat we van alles achter zouden hebben gehouden, quod non. Ik noem verder de zeer recente berichtgeving in de NRC over de interventies in specialistenopleidingen, die niets anders zijn dan een consequent uitvoeren van regels voor opleiders en opleidingsinrichtingen. Dat kan en moet soms tot ingrijpen leiden Dat is geen schandaal wat op de voorpagina moet, maar gewoon een zaak van hygiëne, wat weer aantoont toont aan dat het systeem functioneert. Ten slotte, informatie aan patiënten heeft ook als belangrijke taak het managen van verwachtingen. Die zijn vaak zeer hoog gespannen en geneeskunde blijft mensenwerk. In de pauze spreek ik een aantal oud collegae van de Inspectie, die ook zijn gekomen. Daar is communicatie één van de belangrijkste instrumenten, zolang je niet wilt ingrijpen. Na mij hoor ik een prachtig verhaal van een naar Nederland gevluchte Iraanse antropologe, prof. dr. Halleh Ghorashi, die nu inmiddels hoogleraar is aan de VU. Zij benadrukt het belang van het zoeken van verbindingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in ons land en houdt een pleidooi voor het zogenaamde 'opschorten van het eigen gelijk' - mooi begrip - in discussies om de ander zichtbaar de ruimte te geven voor zijn opvatting. Ook dat is tolerantie. Dat kan ik me wel wat aantrekken, want mijn opvattingen draag ik meestal nogal krachtig uit en dat kan anderen onbedoeld afschrikken.
De taxichauffeur die me naar huis rijdt, ken ik goed. Hij reed me vroeger vaker, leed toen aan ernstig overgewicht, maar is daar al zo'n 35 kg van kwijt geraakt in een half jaar door het chirurgisch aanbrengen van een maagbandje en ballonnetje. Er moet nog eens hetzelfde aantal kilo's af, dan is hij tevreden. Ik prijs oprecht zijn doorzettingsvermogen. Het kan dus wel, al is de ingreep met bandje en ballon wel heftig.
's Avonds maak ik mijn column voor Medisch Contact af, maar 275 woorden, maar daarom niet minder tijdrovend.
|