
Om kwart over zeven stap ik in de auto op weg naar Nieuwegein, waar ik om kwart voor tien arriveer, een lange rit dank zij de lange ochtendspits op de A1. Marianne Lensink uit Doorn en Bert Vos uit Hoorn aanrijdend sluiten even later ook aan. We zijn uitgenodigd door de groep van zes grote ziekenhuizen, die vorig jaar aankondigden een ziekenhuisketen met elkaar te willen vormen. Inmiddels is er één ziekenhuis afgevallen. De resterende vijf werken nu samen met als organisatievehikel een vereniging. Een belangwekkend initiatief. Dit zou één van de eerste ketens kunnen worden in Nederland. In het buitenland is dat al veel meer in zwang. Sterker, tijdens mijn laatste reis in juni naar de VS spraken we voornamelijk met ziekenhuisgroepen en dan ben je wel heel bescheiden van omvang als éénpitter. De keten kan een belangrijk alternatief zijn voor fusie. Locoregionale eigenheid kan zo behouden blijven. We zullen de komende tijd het onderwerp in ons ziekenhuis aan de orde stellen, voorleggen aan de Raad van Commissarissen en andere gremia en de belangstelling peilen voor een dergelijk initiatief. Er zijn natuurlijk ook andere ketens denkbaar en mogelijk, sterker, we zijn met anderen in gesprek over samenwerking. Ook hebben we ons TAZDO verband, wat we willen behouden en uitbouwen. Interessante tijden.
Voor ons vertrek krijgen we nog een rondleiding over de sterk - nu ook met een vaatcentrum - uitgebreide afdeling cardiologie en thoraxchirurgie in Nieuwegein, waar ik zelf tot medio 2000 werkte. Hart- en vaatziekten blijft een solide groeikern van ziekenhuizen. Ik nodig mijn oud collegae uit ook bij ons te komen kijken.
Aansluitend bezoeken Marianne Lensink en ik het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem. We spreken over mogelijke vormen van samenwerking. In ieder geval zal dat een uitbreiding van bestaande samenwerking op het terrein van de neurochirurgie betreffen, maar er zijn wellicht meer raakpunten. De weg terug van Doetinchem naar Enschede is niet overdreven lang, maar duurt wel lang. Ik realiseer me dat de kwaliteit van de verkeersverbinding in belangrijke mate bepaalt of je wel of niet iets voor elkaar kunt betekenen, lees of samenwerking zinvol is. Die ene steeds vollere A1 naast de 'karrenpaden' naar Zwolle en de Achterhoek beginnen ons wel steeds meer parten te spelen.
Rond vijf uur arriveer ik bij de UT voor overleg met een aantal hoogleraren over de mogelijkheden voor deelname aan stamcelonderzoek. Dat type werk en onderzoek is vorig jaar kort na mijn binnenkomst tot een abrupt einde gekomen door ingrijpen van de CCMO, de commissie mensgebonden onderzoek, die vanuit den Haag toezicht houdt via de medisch ethische commissies op de kwaliteit van het medisch wetenschappelijk onderzoek. Het zou mooi zijn als we samenwerkend met de UT ons opnieuw kunnen begeven in dit veld, wat een grote toekomst lijkt te krijgen. Orthopedische en hart- en vaataandoeningen zijn terreinen waar nu grote onderzoeken lopen of opstarten met kansen voor participatie van MST. De UT ziet kansen om op de campus een eigen klinisch centrum te bouwen voor stamceltoepassingen. Ik opteer voor een dergelijk centrum binnen MST als joint venture met de UT. Het opzetten van een patient-proof faciliteit op de campus betekent min of meer het realiseren van een klein ziekenhuis. Niet is onmogelijk natuurlijk, maar met een totale MST nieuwbouw voor de deur kunnen wij - denk ik - straks wel bieden wat gewenst en nodig is. We zijn dan wel geen universitair centrum, maar kunnen de universiteit wel een werkplaats op hoog niveau bieden, een uniek amalgaam van kliniek en techniek.
J. Herre Kingma
|