![]() |
![]() |
||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Ik spreek met Milto Christopoulos over ons plan hem te vragen om het project van de organisatieontwikkeling op zich te nemen. Dat is het project dat Medische Staf, Ondernemingsraad en toenmalige interim Raad van Bestuur in 2005 hebben omarmd. Kern is dat de grote clusters Ariënsplein en Haaksbergerstraat verdwijnen en we teruggaan naar de medische discipline als basiseenheid, cq resultaat verantwoordelijke eenheid (RVE) van organisatie. Die moeten geleid worden volgens het beginsel van duaal management. Dat betekent dat iedere eenheid twee leidinggevenden heeft, een medisch manager uit de gelederen van de medische staf en een bedrijfskundig manager uit de lijnorganisatie van het ziekenhuis. Deze twee functionarissen zullen het samen moeten doen als twee kapiteins op het schip, waarbij de eersten zich niet alleen naar de Raad van Bestuur verantwoorden, maar ook naar de Medische Staf. Dat vraagt dus om een kristalheldere verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de werkvloer leggen, is dus de marsroute. Maar er is ook een ander principe dat we moeten handhaven, dat heet ‘de patiënt centraal stellen’. Om dat te bereiken wil ik dat op termijn de RVE’s worden gegroepeerd in 6 tot 8 zogenaamde klinische centra, waarin de patiënt met zijn ziekte centraal staat en zich veilig en gerespecteerd voelt. Het Thoraxcentrum en het nieuw te bouwen Vrouw Kind Centrum zijn het type configuraties, c.q. gebouwen en kenniscentra, waarin we zo’n organisatiemodel zich al zien aftekenen. Hierna moeten we denken aan een Trauma- en bewegingscentrum, een Kankercentrum, enz. Aan Milto Christopoulos om de inrichting van het duaal management van de RVE’s, samen met alle betrokkenen - en dat zijn we dus allemaal ! – ter hand te nemen. Hij is nu clustermanager van het MTC, het medisch technisch centrum, het conglomeraat van operatiekamers, radiologie, Intensive Care afdeling en Spoed Eisende Hulp, dat ook volgens dit principe zal worden hervormd. Hij is voortvarend te werk gegaan en heeft al een ‘routekaart en spoorboekje’ ontworpen met een eindpunt van de ‘trein’ medio 2007. Zaak is nu alle betrokkenen in de trein te krijgen en te houden. Ik ga er van uit dat dat ook gaat lukken. Jaap Klein, net afscheid genomen van het MST als longarts, komt langs. Hij wil mijn mening weten over fondsenwerving t.b.v. wetenschap op initiatief van de wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten naast wat er al gebeurt door de oude instituties, zoals het Astma fonds en de Hartstichting. Ik zie een grote verwantschap met het vraagstuk van de Alzheimer onderzoekers, waar ik enige weken geleden op stuitte. Ook zij willen zelf op zoek naar fondsen omdat ze het idee hebben te weinig steun te krijgen van de maatschappelijke instituties. Mijn opvatting is dat een ‘Alleingang’ van de dokters op deze weg een heilloze is. Je moet je wetenschappelijke ambitie blijvend en zichtbaar verbinden met de samenleving, die je tegenkomt in Alzheimer Nederland, het Astma Fonds en de Nederlandse Hartstichting, om een paar instituties te noemen. Maatschappelijke ontwikkelingen volgen en er in voorgaan, dat was ook mijn boodschap vorige week aan de cardiologen in de Wenckebach lezing. Sterker, de dokter moet weer terug in het proces, bestuurlijk en managerial, maar dat kan alleen als hij van zijn voetstuk de samenleving binnen stapt. Van je voetstuk stappen is geen sine cure, want je wordt er voortdurend, ongewild en ongemerkt ook weer terug opgezet door je dankbare patiënten. Het blad ZorgVisie vraagt mijn keuze voor het beste managementboek voor ziekenhuisbestuurders. Ik zou het niet weten, ik lees die boeken niet, moet ik eerlijk en misschien tot mijn schande bekennen. Ik vraag mijn collega Bert Vos zijn ‘beste keus’ voor een boek te noemen, dat zal ik dan gaan lezen. Eind van de morgen overleg ik met de Medical School Twente, het paradepaardje van mijn voorganger Ruud Ramaker. Dat was en is een goede visie, die ik dus zal volgen. Volgende week volgen de gesprekken over de begroting van 2007. De Medical School moet op termijn alle onderwijsactiviteiten gaan coördineren in het MST en dus ook het integrale budget voor onderwijs en opleiding gaan beheren. Dat zit nu in de clusters en afdelingen, die hun eigen opleidingsactiviteiten regelen. De grote uitdaging is dat budget te centraliseren maar dat weer terug te geven in de vorm van goed onderwijs en opleidingsactiviteiten, zowel kwalitatief en kwantitatief. Ik lunch met de voorzitter Medisch Staf Bestuur Michel Galjee, Bert Vos, onze CFO en Edwin Hummel, de controller van het ziekenhuis. We bespreken de overleggen met de Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE) voor, alles in aanloop naar de ziekenhuisbegroting 2007 en de productieafspraken volgend jaar met de zorgverzekeraar (MENZIS). Het zal een hele toer worden de wensen en mogelijkheden te matchen en irreële Sinterklaaslijstjes te voorkomen. Van twee tot vier hebben we TAZDO, wat staat voor Twents Achterhoeks Ziekenhuis Directeuren Overleg. Het bestaat al vele, vele jaren en is zelfs gecodificeerd met een stichting met een bestuur en raad van toezicht. De leden daarvan zijn soms personen, die onze organisaties allang geleden verlaten hebben. We zullen de posities actualiseren. We spreken over samenwerking op terreinen van gezamenlijke inkoop, ICT en service aan huisartsen en thuiszorgorganisaties. Actueel is de ontwikkeling rond IZIT, het Twentse ICT initiatief op het terrein van de gezondheidszorg. Het TAZDO was zeer kritisch tot nu toe. We hebben een ‘foto’ laten maken door ATOS Consulting. Komende week volgt er een communiqué waarin IZIT en ons TAZDO aan zal geven hoe we verder opereren. Met Bert Vos praten we met soep en een broodje met de vakgroep longziekten. De groep telt zeven zeer gemotiveerde longartsen en heeft een specialistenopleiding. Onderwerpen zijn de nieuwe organisatie, de vorming van een RVE Longziekten, financiën, huisvesting, de vorming van klinische centra en de vraag aan longziekten hoe zij daarin zou participeren. De discussies over al deze punten verlopen opbouwend en hebben het karakter van sterkte zwakte analyses. Veto’s hoor ik niet, wel krachtige argumenten pro of contra bijv. over mijn idee over de vorming van klinische centra. Dat is logisch, want de vraag waar en hoe je daarin de longgeneeskunde zou placeren, is niet zo eenvoudig te beantwoorden. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||